Plussers

Op het schoolplein werden hardloopwedstrijden gehouden. Twee aan twee kwamen de jongens aan de start. De belangrijkste jongen uit de zesde klas riep: Ready, twee, AF! en daar gingen ze. De belangrijkste jongen had een fiets met een versnelling die altijd in de drie stond. Hij fietste staande op de pedalen, waarbij hij zijn bovenlip wat opgetrokken hield en zijn ogen half toegeknepen. Ik zat in de eerste klas. Ik had diepe bewondering. Met zijn Ready, twee, af en zijn derde versnelling was hij de belangrijkste jongen ter wereld. Een 10 plusser. Geen idee wat er van hem geworden is.

Na de eerste klas ben ik jaren leeftijdsonbewust door de wereld gegaan. Toen – ik denk dat ik 28 was – werd ik op een mooie zomeravond staande gehouden door een jongen van een jaar of acht. Hij zei: `Bent u een jongen of een meneer?' Ik voelde me gevleid en vertelde hem dat ik een jongen was. Weer ging ik tientallen jaren verder alsof leeftijd niet bestond. Op een vroege zaterdagochtend stak ik bij het Spui in Amsterdam de Nieuwezijds Voorburgwal over, richting Rokin tegenover de winkel met de grote spiegelruit. Ik had een nieuwe regenjas waarop ik trots was, en terloops verheugde ik me erop, mezelf tegemoet te komen. In de ruit zag ik een oudere man lopen. Ik keek om. Niemand. Een klein voorverheugen veranderde in een kleine ontgoocheling. Ik verdrong het. Leeftijdloos ging ik verder, rende als een Zatopek achter de tram aan. Iets op wielen heb je nodig als je naar het land van beloften wilt. Hop on the bus, Gus! Misschien is het de bus zelf.

Toen werd ik vijftig. Het was weer een nieuw blaadje op de kalender, veronderstelde ik, maar ik had me vergist. Nog dezelfde ochtend en verder de hele week zat de brievenbus vol met folders. De spoorwegen wilden me tegen voordelig tarief de wei in hebben, de winkel om de hoek had elastische sportkousen, het buurthuis nieuwe cursussen nuttig timmeren en tuinieren, en een legpuzzlecompetitie. Een reisbureau bood een zevendaags verblijf in een rustig en riant landhuis-pension met elektrische dekens aan, en het warenhuis van het gemak had – kom zelf eens kijken, of u wordt gehaald! – een keur aan vlotte pantoffels en intiemer armaturen. Hoe wisten ze het! Na twee weken ebde dit soort post weg. Intussen heb ik gemerkt dat iedere vijf jaar deze papiervloed terugkomt. Er zijn ook meer vakbladen, voor `50 plussers' en `55 plussers' en mensen die zo onnoemelijk oud zijn dat je hun leeftijd niet meer durft te noemen, bang als je bent dat het obsceen zal klinken.

Ik had er niet bij stilgestaan als niet de Partij van de Arbeid vorig weekeind een nieuwe voorzitter had moeten kiezen. Van veraf gezien moesten twee scheepsjongens van Bontekoe het opnemen tegen Florence Nightingale. Het beloofde ondraaglijk spannend te worden, en daarom las ik alles wat ik erover te pakken kon krijgen. Nightingale won; de Volkskrant luidde de noodklok. De PvdA was `een partij dus waarin voor jongeren en intellectuelen weinig te beleven valt', besluit het hoofdartikel. Nog niet definitief totaal kut dus maar wel heel tamelijk. Dezelfde krant meldde dat jonge socialisten de partij verlaten. ,,Wij zijn niet van plan te wachten tot we veertig zijn en het leven moe'', aldus een plaatselijke voorzitter. In Het Parool deed een andere jongere verslag van het mislukte congres. ,,Om me heen zaten drie grimmige vijftigers vergeefs te stoeien met hun elektronische stemapparaatjes, waarvan ze de werking niet konden doorgronden.'' Zo wordt het niets met een aansprekende agenda voor de 21ste eeuw, concludeert de schrijver.

Het Nederlandse volk wordt onder andere verdeeld in `generaties' die zich laten onderscheiden door het eerste cijfer in het getal van hun leeftijd. Eerst geloven ze in Sinterklaas, dan worden ze opstandig, dan gaan ze zich vestigen, daarna trekken ze hun schaapjes op het droge, daarna eten ze de schaapjes op en tenslotte hoor je niets meer. Zo is het altijd geweest, zo zal het verder gaan, met of zonder aansprekende agenda voor het volgende millennium. Nieuw is dat je met ieder volgend eerste cijfer in je leeftijd krijgt voorgeschreven wat je moet doen en laten. Dat is commercieel bepaald. Om de voorschriften zo goed mogelijk te volgen, en daarin zelfs voorop te lopen, kun je het best de vakbladen voor de reclame, Adformatie, Nieuwstribune en Reclameweek lezen. Wat wij voor generaties houden, zijn daar enorme kuddes mensenvee, verdeeld over corrals waar ze op onderscheiden manieren zoveel mogelijk geld uit de zak wordt geklopt, op zo'n manier dat ze het fijn vinden omdat ze daardoor merken dat ze in de goede corral te grazen worden genomen. De generaties professonaliseren zich – of, wat nog meer van deze tijd is, ze laten het zich doen.

In de ether gaat alles weer op de schop. Volgende week komt er een televisiezender bij, Net 5. De Volkskrant, van de eerste generatietrouvaille niet gebarsten, noemt de onderneming Net 50. Martine Bijl gaat een quiz over de Nederlandse taal doen. En ik citeer: ,,Ook de overige `sterren` van Net 5 zijn ruim op leeftijd: de journalisten Bernard Hammelburg en Max Pam''. Als je het zo leest denk je dat het daar eerder tijd is voor de elektrische dekentjes.

Tegen de geest van de tijd valt niet te vechten, en dat zal ik dan ook wel uit mijn hoofd laten. Maar wat me opvalt schrijf ik op. En soms, vooral als ik mijn humane demokratische hartstikke tolerante en vooruitstrevende ochtendblad lees, denk ik weleens: hee, die `50 plussers' zijn ook mensen!

Het stukje is af. Bij wijze van beloning zet ik de radio aan. Ouwe jazz, Louis Amstrong, Two sleepy people. Gaat nooit verloren.

S. Montag (oud 71 jaar)