Onvermoede ontwikkelingen

WAT IS HET verschil tussen de berooide caféchanteur anno 1899 en Mick Jagger? De grammofoon. Zonder dat ding had Jagger een schamel bestaan bijeengezongen in rokerige dranklokalen en was hij nooit in bizarre echtscheidingskwesties verzeild geraakt. Over het effect daarvan op het zieleheil van meneer Jagger valt te twisten, maar dat de grammofoon een revolutie ontketende die door niemand voorzien of overzien werd, staat als een paal boven water.

Aanvankelijk dacht men ook aan heel andere toepassingen. Edison, in wiens laboratorium in 1877 de eerste werkende grammofoon gebouwd werd, zag er een dictafoon in. Maar secretaresses en stenografen vonden het niks, en na de eerste sensatie van Edisons `Mary had a little lamb' werd het een jaar of tien tamelijk stil rond het apparaat. Het bleef een curiositeit, waarop je lollig je stem kon vastleggen.

Pas na 1890 werden cylindergrammofoons à la Edison ontdekt door de Amerikaanse reclamewereld, die munt-automaten met stukjes muziek onderbroken door boodschappen als `Wast uw kind met Sinaasappelzeep' in winkels begon neer te zetten. Muziek als lokkertje, dat was zeer tegen de zin van Edison zelf, die het allemaal veel te ordinair vond. Hij, noch iemand anders, zag dat het hier eigenlijk om de oer-jukebox ging, en hoeveel toekomst daarin zat.

In 1893 vond de Duitser Emile Berliner, in dienst van Bell Company, de plaat uit, aanvankelijk een hardrubberen schijf. Het fundamentele voordeel boven Edisons cylinders was de matrijs-techniek, waardoor je van een plaat eindeloos kopieën kon persen. Toch maakte Berliners `Gramophone' geen enkele kans tegen de bestaande cylindergrammofoons, zelfs niet toen in 1897 het rubber vervangen werd door Duranoid, de befaamde schellak. Succes kwam pas toen Berliners bedrijf ene Fred Gaisberg naar Europa stuurde met een vracht opname-apparatuur, om kerkkoren, hoempa-orkesten en de Mick Jaggers van die tijd op te nemen. En nog kostte het moeite: nog in 1901 probeerde Gaisberg tevergeefs allerlei operazangers te verleiden. Alleen de jonge Caruso wilde wel, en aan diens jeugdige overmoed hebben de drie tenoren van nu hun Zwitserlevengevoel te danken, evenals de rest van de machtige muziekindustrie.

Zo ziet u, in een klein schijfje kan een complete nieuwe wereld schuilen, met onvermoede toepassingen en gevolgen. Dat geldt vandaag evengoed als in 1877. Wie in 1977 naar de onhandelbare geheugenschijven van computers keek, zag vooral wetenschappelijke en financiële toepassingen. Cijfers. Opslagruimte was duur en schaars, het digitale karakter leek bij uitstek geschikt voor numeriek werk. Wie had toen kunnen vermoeden dat computers automotoren zouden besturen, liften en cv-installaties, dat er een miljardenindustrie in computerspelletjes zou komen, tekstverwerkers, een World Wide Web vol plaatjes en muziek, en al die andere niet cijfermatige dingen? Nu, in 1999, staan we opnieuw aan het begin van onoverzienbare nieuwe ontwikkelingen. E-commerce, en het beschikbaar komen via het Internet van enorme gestructureerde databases, waaronder bijvoorbeeld de complete inhoud van deze krant sinds 1990. Of het allemaal echt wat wordt en wat de toepassingen zullen zijn, niemand die het weet. Maar kansen zijn er zeker.

Voor schrijvers betekent de komst van de elektronische media het opengaan van een heel nieuwe, ongekende wereld, net als voor de musici van een eeuw geleden. Dit stukje in de krant ligt morgen in de vuilnisbak, maar in een toegankelijke database kan het eeuwig zijn bescheiden rolletje blijven spelen. Nee, nee, niemand wordt Marco Borsato. Krantenartikelen zijn interessant voor heel andere doeleinden. Sommige kun je nu al bedenken: individuele artikelen zijn interessant om historische redenen, in het onderwijs, voor beleggers die willen weten wat voor vlees ze met een bedrijf in de kuip hebben, en zo voort. Complete verzamelingen zijn interessant voor marktanalyse, voor woordenboeken en voor wetenschappelijk en uitvinderswerk, zoals het maken van automatische spraaksoftware. Maar belangrijker zullen vermoedelijk toepassingen zijn die we ons nu absoluut niet kunnen voorstellen.

In de wilde jaren twintig stond de platenhandel nog in de kinderschoenen, maar platenbazen begrepen heel goed hoe potent hun handel was. En daar maakten ze gebruik van. Muzikanten, meer geïnteresseerd in muziek maken dan in geldzaken, werden rücksichtslos van hun rechten ontdaan. Nu wereldberoemde mensen als Fats Waller en W.C. Handy gaven in het volste vertrouwen hun auteursrechten voor een appel en een ei weg aan hun platenbonzen, snelle jongens in bretels en gleufhoed, die zonder zelf ooit iets te creëren schatrijk werden. Ook wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich. Uitgevers die nu miljoenen spenderen aan het veroveren van een plaatsje in de elektronische media proberen voor een appel, liefst zelfs zonder ei, het auteursrecht te bemachtigen op het werk van hun losse medewerkers, meer geïnteresseerd in het schrijven van mooie stukken dan in geldzaken. Die medewerkers verkopen, anders dan journalisten in vaste dienst, slechts een eenmalig publicatierecht aan de krant, zodat voor elk hergebruik toestemming van de schrijver nodig is. Toestemming die uiteraard slechts tegen een behoorlijke vergoeding gegeven zal worden. Dat vinden uitgevers maar duur en lastig, dus rooft men domweg. De American Society of Journalists and Authors laat op het Web iets zien van hoe grof dat toegaat (www.asja.org).

Ook deze krant probeert, net als alle andere van het PCM-concern, momenteel zijn freelancers voor een habbekrats van het auteursrecht op hun stukken te ontdoen, om die stukken zelf commercieel uit te baten. Nieuwelingen moeten ongeacht hun kwaliteit bijna al hun rechten voor vrijwel nop inleveren, op straffe van uitsluiting. Het werk van alle freelancers blijkt al ongeveer een jaar door PCM via de Nederlandse Pers Databank (www.persdata.nl) voor serieus geld te worden verkocht, zonder dat die freelancers dat zelfs maar wisten. Wat er ook verandert, platen- en krantenbonzen, meer geïnteresseerd in geld maken dan in creativiteit, niet.

    • Rik Smits