Macedonische taal

Het bericht van Renée Postma over de strijd om de Macedoniche taal (NRC Handelsblad, 22 februari) vraagt om een reactie.

De strijd om Macedonië dateert niet pas van na de Tweede Wereldoorlog, maar gaat terug tot in de vorige eeuw toen overal op de Balkan de volken zich aan het Ottomaanse juk gingen ontworstelen. Vanaf het moment dat Bulgarije weer een zelfstandige staat werd (1878) was haar leidende gedachte dat Macedonië er een integraal onderdeel van uitmaakte. Andere Balkanlanden – Servië voorop – claimden het gebied echter ook en zochten naar bewijzen dat het volk en de taal niet-Bulgaars waren. Tot dan had de Slavische bevolking van Macedonië zichzelf Bulgaars genoemd, maar uit tactische overwegingen werd aan het eind van de vorige eeuw van dat idee afgestapt omdat men meende sneller autonomie te kunnen verkrijgen door zich als een apart volk aan te dienen.

Ook het idee van een Balkanfederatie stamt niet pas van na 1945, maar was een gedachte die de Comintern al in het Interbellum uitdroeg. Niet alleen Bulgarije, Joegoslavië en Macedonië zouden er een zelfstandig onderdeel van uitmaken maar ook Albanië-met-Kosovo.

In dit licht was Sofia voor het eerst in de geschiedenis bereid bij de volkstelling de Macedonische nationaliteit te erkennen. Maar toen van het plan niets terecht kwam omdat Stalin er uit (geo-)politieke overwegingen opeens tegen bleek te zijn, verdween het begrip Macedoniër weer uit de Bulgaarse statistiek.

De Macedonische kwestie speelt echter nog wel in het land. Na 1989 hebben zowel voor- als tegenstanders van afscheiding zelfs eigen politieke partijen gevormd.

Hoe goed Kostovs toverformule moge zijn om mee te tellen in het Westen, ik betwijfel dan ook of zij recht doet aan hét Bulgaarse nationale gevoel.

    • T.E. Puister