Langdurige hulp nog voor 19 landen

Het kabinet wil het aantal landen waarmee Nederland een volledige en langdurige ontwikkelingsrelatie heeft beperken van 78 tot negentien, waarvan tien in Afrika. Die landen zullen 1,3 miljard van het bijna 7 miljard gulden omvattende budget voor ontwikkelingshulp krijgen.

Voor specifieke hulp voor milieubeleid, bedrijfslevenprogramma's en activiteiten op het gebied van mensenrechten, vredesopbouw en goed bestuur zullen daarnaast nog eens 35 landen in aanmerking komen.

Voor een volledige hulprelatie moeten landen arm zijn (inkomen per hoofd lager dan 925 dollar per jaar) en voldoen aan eisen van goed bestuur. Op voorstel van minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) heeft het kabinet gisteren ingestemd met de landen Bangladesh, Bolivia, Burkina Faso, Eritrea, Ethiopië, Ghana, India, Jemen, Macedonië, Mali, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, Sri Lanka, Tanzania, Oeganda, Vietnam, Zambia en Zimbabwe.

Herfkens tekende daarbij gisteren aan dat Pakistan, Zambia en Zimbabwe voor een jaar op proef op de lijst staan wegens onzekerheid over de mensenrechten en de bestuurskwaliteit in die landen. Weer opgelaaide grensconflicten maken het ook nodig scherp op Eritrea en Ethiopië te letten. ,,En de lijst is niet van marmer, het is mogelijk dat bijvoorbeeld Indonesië er over een jaar op komt, dat hangt af van de ontwikkelingen in dat land'', zei zij.

Met Egypte, Zuid-Afrika en de Palestijnse Autoriteit, die niet aan alle criteria voldoen, blijven om uiteenlopende redenen toch ,,intensieve hulpprogramma's'' voor de kortere termijn bestaan. Met Benin, Costa Rica, Bhutan en Suriname blijven speciale, eerder overeengekomen hulprelaties gehandhaafd.

Zoals Herfkens 6 februari in een gesprek met deze krant al had gezegd, had zij een budgettaire noodzaak het aantal landen te beperken waarmee Nederland een volledige hulprelatie onderhoudt. Maar daarnaast waren efficiëncyvergroting, kwaliteitsverbetering en aanpassing aan de Nederlandse uitvoeringscapaciteit bij de stroomlijning van het beleid steeds belangrijker geworden. ,,Iedere gulden moet een daalder waard zijn, de internationale hulpinspanning loopt schrikbarend terug, doelmatigheid is geboden, het kabinet en de Tweede Kamer zien dat ook zo'', zei zij gisteren. Herfkens ontkende dat zij heeft gebroken met het beleid van haar voorganger en partijgenoot Pronk (PvdA), die in de afgelopen jaren juist aan steeds meer landen hulp was gaan geven. ,,Jan Pronk heeft zijn beleid steeds aangepast, ontwikkelingshulp is steeds in beweging, hij zou ook tot veranderingen zijn gekomen'', benadrukte zij.

De minister moet nog nader overleggen met Economische Zaken en de werkgevers over de door haar bepleite verschuiving van zogenoemde ontwikkelingsrelevante exportsubsidies (ORET) naar meer duurzame investeringen van het bedrijfsleven in de Derde Wereld. Zij ontkende dat zij ruzie zou hebben gehad met minister Jorritsma (Economische Zaken) over de beperking van steun voor bedrijven die in China zaken doen. De afspraken daarover blijven tot 2002 geldig, zei zij.