Jacquou

Wanneer je vanuit Montignac noordelijk over de D704 naar Limoges rijdt, zie je bij Saint-Agnan rechts hoog op een heuvel het kasteel Hautefort liggen, met zijn vier ronde hoektorens en zijn machtige donjon. In 1836 werd daar Eugène le Roy geboren, de schrijver van `Jacquou le Croquant', onze eigen streekroman. Zijn moeder was `femme de chambre' van de barones, zijn vader was er `régisseur', wat niets te maken had met toneel of film, maar alles met de interne dienst op het kasteel en het beheer over de landerijen.

Eugène kreeg zijn opleiding bij de Jezuïeten, maar wilde geen priester worden. Na een korte militaire loopbaan overzee keerde hij terug naar zijn geboortegrond om tenslotte als belastingontvanger te belanden in het stadje Montignac. Door de ambulante functie leerde hij de omgeving, de Périgord Noir, en het leven van de bewoners grondig kennen. In 1907 stierf hij in Montignac, waar men nu nog met een klein maar pregnant museum de herinnering aan de sociaal bewogen schrijver bewaart.

`Jacquou' verscheen in het jaar 1900, dus nu honderd jaar geleden en het boek werd een groot succes. Veel later, in de jaren zestig, stond het model voor een zesdelige serie, wat onze streek bekendheid en een grote stroom bezoekers bezorgde. Jacquou werd de held van de Fransen en hoewel men wist dat het verhaal een fictie was, kun je nu nog mensen ontmoeten die hier naar zijn geboortehuis komen zoeken, of in Bars op de begraafplaats de grafsteen van zijn moeder zoeken. Onze eigen bakker in Thenon voert een uitgangbord met het opschrift: `Hier vindt u nog het echte brood uit de tijd van Jacquou'. Ook veel horecabedrijven in de Périgord hebben zich de naam van Jacquou toegeëigend.

`Jacquou le Croquant' was niet de enige maar wel de bekendste roman van Le Roy. De titel, letterlijk vertaald, zou iets opleveren als `Boeren-Japie', maar dat slaat nergens op. `Croquant' sloeg destijds op de landarbeiders, geen eretitel, maar ook geen scheldnaam. Le Roy had het verhaal juist bedoeld als ode aan de landarbeiders, laagste klasse in de boerenstand, tegen de knevelarij van de landadel en vóór de vestiging van het `eigen bedrijf'. Het verhaal begint in 1815, meteen na de val van Napoleon, wanneer de monarchie wordt hersteld en de landadel uit ballingschap terugkeert om de feodale voorrechten te hernemen. Jacquou wordt geboren als enige zoon van een pachtersechtpaar in Combenègre, gehucht aan de rand van het ontoegankelijke Forêt Barade, een woud dat zich toen uitstrekte tussen de stadjes Rouffignac, Thenon en Montignac. Het hele gebied was pachtgebied van de hardvochtige graaf de Nansac, die het bestuurde vanuit het bij Rouffignac gelegen Château de l'Herm. Armoe en gebrek beheersten het leven in het pachtershuisje en Jacquou leert al vroeg toezien hoe zijn ouders door de dienaren van de graaf worden geplaagd en vervolgd, zijn vader omdat hij als weerbarstig geldt en verdacht wordt van stroperij, zijn moeder omdat zij de vernederende diensten op het kasteel weigert. De vader wordt betrapt, aangehouden en bij een schertsproces in Périgueux veroordeeld tot dwangarbeid. Jacquou zweert hem te wreken. Moeder en zoon trekken te voet langs de boerenplaatsen om werk en onderdak te vinden. Lange tijd geen bericht meer van de vader; de moeder houdt het zwerven niet vol en wordt ziek. Dan komt het doodsbericht van de vader, waarna ook zij bezwijkt. Jacquou trekt alleen verder. Hij heeft geluk: in het dorp Fanlac wordt hij opgenomen in het huis van de onorthodoxe pastoor Bonal en diens huishoudster. De vrijdenkende pastoor en zijn al even vrijzinnige huisvriend, de filosofische ridder de Galibert, scholen Jacquou in de denkbeelden van de revolutie en de nieuwe tijd. Hij ontwikkelt zich tot een leidersfiguur en verzamelt een groep opstandige lotgenoten om zich heen. Zij trekken op tegen het kasteel dat ze in brand steken. De graaf en zijn knechten moeten smadelijk de wijk nemen. Jacquou trouwt zijn liefste vriendin en begint een bedrijf om `eigen vrucht van eigen arbeid' te plukken. Waarmee de idealen van zijn leermeesters worden verwezenlijkt.

Een verhaal met veel melodrama naar de mode van de tijd. Maar het is ontroerend om nu, bij het lezen van het boek, vele locaties uit het boek na honderd jaar te herkennen. Zoals de enige bistro in Fanlac: `le Restaurant de Jacquou'. Hoe kon het anders.