In Nigeria wint de rijkste club

In Nigeria marcheren de militairen af naar de kazernes en de democratie wint het bij de presidentsverkiezingen vandaag van de dictatuur. Maar de `overgang' wordt beheerst door geld en grote ego's.

In Nigeria is alles anders dan het lijkt. Dol enthousiaste aanhangers van een partij rennen zwetend door de straten van Lagos tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen, die vandaag worden gehouden. Na 15 jaar militaire dictatuur hunkeren de Nigerianen naar democratie, luidt de conclusie van een buitenlandse waarnemer. Niet waar. De jakkerende campagnevoerders werden ingehuurd door de partij.

Hoewel de meeste Nigerianen inderdaad het vertrek van de corrupte generaals wensen, zijn ze toch ook sceptisch of het komende burgerbewind een einde kan maken aan de verloedering.

Met democratie heeft de huidige overgangsperiode weinig van doen. Manipulatie door inzet van veel geld beïnvloedde de stemming van de 2.500 delegatieleden op de conventie van de Democratische Volkspartij (PDP) in Jos, twee weken geleden, waar de gepensioneerde generaal Olusegun Obasanjo als presidentskandidaat naar voren werd geschoven.

Op de conventie in Kaduna van 's lands tweede politieke groepering, de Algehele Volkspartij (APP), mochten de delegatieleden tot hun woede niet stemmen, nadat een exclusief clubje van 63 partijleiders de kandidaat had aangewezen. Bij de derde partij, de Alliantie voor Democratie (AD), kwam er helemaal geen conventie aan te pas en kozen 23 partijleden achter gesloten deuren hun kandidaat.

De meedingende politieke partijen zijn losse allianties van rijke en bekende personen met grote ego's. De felste strijd woedde de afgelopen weken binnen de partijen, tussen de aspirant-presidentskandidaten. Daar kwamen dure advertenties aan te pas en partijgenoten maakten elkaar uit voor rotte vis. De APP viel als gevolg van interne ruzies vrijwel uiteen en veel in gemeenteraden en deelstaatparlementen gekozen partijleden zullen daarom overlopen naar de PDP, als deze tenminste de presidentsverkiezingen wint. De PDP wist de schijn van eenheid op te houden, maar, zoals een campagneleider zegt: ,,Als eerste prioriteit na de presidentsverkiezingen wacht ons de opbouw van de partij.''

Ideologie of beleidsplannen spelen nauwelijks een rol. Alle partijen doen de kiezer gelijksoortige beloftes. Het hoofd van de Economische Hogeschool in Lagos, Pat Utomi, schreef voor meer dan één presidentskandidaat het economische programma. Geld en persoonlijkheden geven de doorslag. De PDP herbergt de meeste miljonairs.

Een andere mythe: met de machtsoverdracht door het leger komt een einde aan een jarenlange militaire dictatuur. Van de 39 jaar die zijn verstreken sinds de onafhankelijkheid stond Nigeria er 30 onder militair bestuur.

De vorig jaar in de armen van twee Indiase prostituees overleden militaire president Sani Abacha was inderdaad een brute dictator. Hij liet zijn tegenstanders ombrengen of gooide hen achter de tralies. Maar hij was een uitzondering. Zijn militaire voorgangers stonden een vrije pers en een open debat toe. Veel burgerpolitici die nu aan het democratiseringsproces meedoen, hadden geen gewetensbezwaren tegen dienst doen onder militaire regimes.

Vrijwel alle militaire leiders kwamen aan de macht nadat burgerpolitici er bij hen op hadden aangedrongen in te grijpen.

Generaal b.d. Olusegun Obasanjo kreeg voor zijn campagne financiële steun van de militaire ex-president Ibrahim Babangida, vermoedelijk de meest corrupte en rijkste leider van het land sinds de onafhankelijkheid. Obasanjo beloofde vorige week corruptie onder alle vorige regimes te onderzoeken. Babangida droeg eveneens geld bij aan de campagne van Obasanjo's rivaal, Olu Falae. Babangida is een goede vriend en buurman van het huidige militaire staatshoofd, Abdulsalami Abubakar.

Vriendschap en politieke bondgenootschappen blijken overigens bedrieglijk. Abacha en de Ogoni-leider Ken Saro-Wiwa waren vrienden, tot Abacha hem in 1995 liet ophangen. Ken Saro-Wiwa voerde campagne tegen Shell wegens de milieuverontreiniging in Ogoniland en nam, naar verluidt, tegelijkertijd smeergeld aan van de oliemaatschappij.

Babangida was een vriend van Moshood Abiola, die in 1993 de verkiezingen won. Maar Babangida verklaarde de uitslag ongeldig. Abiola riep vervolgens Abacha op militair in te grijpen, wat Abacha deed. Maar in plaats van Abiola zijn mandaat terug te geven, gooide hij hem in het gevang, waar hij bij gebrek aan medische verzorging overleed.

Babangida toont zich de meest bedreven speler in het labyrint van de Nigeriaanse politiek. De Nigerianen gaven hem in de eerste jaren van zijn regeerperiode daarom als troetelnaam die van de dribbelaar Maradona. Hij sponsorde journalisten om artikelen tegen hem en zijn stam te publiceren, om daarna een campagne te beginnen waarin hij zijn tegenstanders tribalisme verweet. Babangida verdeelde zijn door corruptie vergaarde geld over zijn voor- en tegenstanders, terwijl de egoïstische Abacha alleen zijn medestanders en familie toestond zich op grote schaal illegaal te verrijken. Abacha verdiende in de luttele jaren van zijn presidentschap naar schatting 4 miljard dollar, Babangida ruim 10 miljard. De grote corruptie in Nigeria nam een aanvang onder het burgerbewind van Shehu Shagari, aan het einde van de jaren zeventig.

De moraal blijkt na vele jaren wanbeheer hét slachtoffer in Nigeria. In de vervuilde steden zegevieren chaos en criminaliteit. Discipline herinneren de Nigerianen zich als iets van de goede oude tijd.

Niemand kan iemand meer vertrouwen. Bij wegversperringen blijken politieagenten gewapende overvallers. In ieder hotel dient de gast bij aankomst een voorschot te betalen en zelfs in menig restaurant moet de maaltijd worden betaald voordat de ober deze serveert. In hotelkamers is de televisie met een ketting aan de muur bevestigd. Op zoek naar soelaas sluiten de Nigerianen zich aan bij een bonte variëteit van islamitische sectes en charismatische kerkjes. Duizenden kerkgenootschappen schoten uit de grond. In Lagos is een straat met alleen kerken.

De rector magnificus van een universiteit vertelt: ,,Vele hoogleraren nemen ontslag, want ze willen een betere toekomst dan op de vervallen universiteiten. Ze gebruiken hun spreektalenten om als dominees hun eigen kerkgenootschappen te beginnen. Dat verdient veel beter, na enkele maanden zie ik ze in dure Mercedessen rijden.'' Nigerianen zijn een dynamisch volk met een gezond gevoel voor humor. Als je hun nationale trots niet krenkt – zoals de Amerikaanse legerleider Collin Powel deed toen hij Nigeria `een natie van dieven' noemde – verdragen ze gemakkelijk kritiek.

Begin deze maand werden onder een viaduct in Lagos twee kannibalen ontdekt. Ze bleken daar over een assortiment aan menselijk vlees te beschikken. Na de ontdekking veranderde de plaats waar zich de slagerij bevond in een toeristische trekpleister. Zakenlui lieten kalenders drukken met foto's van uitgestalde, geroosterde lichaamsdelen.

Een laatste mythe over dit fascinerende land: Abubakar onderscheidde zich van zijn corrupte militaire voorgangers door onkreukbaarheid en door de macht over te dragen aan een burgerregering. De feiten: in de korte periode als staatshoofd verdiende zijn familie naar schatting 800 miljoen dollar aan commissies bij bouwprojecten, vertellen goed ingelichte bronnen. In de twee grootste politieke partijen van het land nemen tientallen gepensioneerde generaals hoge posities in. Nigeria's weg terug naar een corruptievrije, democratische en geestelijk gezonde natie zal lang zijn.