Het Syndicaat blijft steken in losse sketches

Hoe spreek je jongeren aan? ,,Dag kinderen!'', zegt Herman. ,,Halodido'', zegt Niek. En Isabel wil dat ze de Faust gaan spelen: ,,Maar hoe zit het met het verlangen? Dat gaat verloren. Laten we dat tonen, godverdomme.''

Toneelgroep Het Syndicaat wil zijn jongerenpubliek graag serieus nemen. Niek en Herman geven meteen aan hoe het niet moet. `Kinderen' is te denigrerend, `Halodido' te geforceerd populair. En Faust is misschien te hoog gegrepen. Zo laveert de voorstelling Bacher tussen halodido en Faust, maar met de nadruk op halodido.

Na Varkens en Part Two is Bacher het derde stuk dat Oscar van Woensel schrijft voor Het Syndicaat. Vormden de eerste twee nog een redelijk coherent geheel, in Bacher heeft Van Woensel voor een zeer losse opzet gekozen. Rondom een witte kitschbar staan de drie toneelspelers Niek (Niek van der Horst), Isabel (Isabel Chapel) en Herman (Herman van Baar) te ruziën. Ze willen Faust I van Goethe opvoeren, maar zijn het niet helemaal eens. Bovendien willen ze ook allemaal hun eigen dingetjes kwijt. Dus spelen ze niet alleen scènes uit Faust, maar vertellen ze ook over hun liefde voor Bach (vandaar de verschrikkelijke woordspeling in de titel) en Glenn Gould, de droom om voetballer te worden, of ze spelen lekker gangstertje.

Faust is in deze bewerking een man die te veel op school heeft gezeten en verlangt naar het echte leven. ,,Elke school is erop uit om de ziel te doden'', zegt hij, ,,de scholen verbannen de mens uit de school van het leven.'' Woorden die scholieren zullen aanspreken. Om het echte leven te leren kennen, gaat hij een pact aan met de Duivel. Die leert hem het kroegleven en de liefde kennen en laat hem uiteindelijk met zijn geliefde Greetje in de afgrond, in de bagger, storten. Dat einde vinden twee van de spelers echter te negatief. Dus verzinnen ze een alternatief happy end: Faust en Greetje eindigen op een paradijselijk eiland. Het verlangen overwint de bagger, liefde is sterker dan de dood.

Telkenmale onderbreken de drie de handeling: ,,Even wat anders. Een dans ofzo. Even weg van dat gedoe met de Duivel enzo. Dat tonelerige, dat aanstellerige.'' Deze losse opzet geeft de acteurs de mogelijkheid om hun grote komische talenten te tonen. De sketches zijn kort en er zit voor elk wat wils tussen. Serieus `gelul' over de wereld die vol bagger is wordt afgewisseld met vrolijk vertier. Bovendien kunnen de spelers in deze opzet doorlopend commentaar geven op hetgeen ze aan het doen zijn: ,,Ik word er doodziek van. Van al dat archaïsche gelul. Van heel dat Heer de Doctor de Faust bewerkingsgefuck. Van die kuttekst die wij zo nodig moeten doen.'' Zo zijn ze de critici voor en halen ze alvast hun eigen stuk onderuit.

Het Syndicaat is een originele, getalenteerde groep die ver uitsteekt boven het verder magere aanbod aan jongerentheater. Maar deze voorsteling is niet helemaal geslaagd. De sketches-opzet is te vrijblijvend. Nergens wordt dieper op ingegaan, de spelers scheren overal eventjes langs. Wie het verhaal van Faust niet kent, kan het waarschijnlijk moeilijk volgen. De vele pogingen om het eigen stuk onderuit te halen zijn ook te vrijblijvend en vermoeiend. Ergens moet je toch stelling nemen. Zo blijft er wel erg veel open liggen. Bovendien zit er nog altijd teveel populistische onzin in: al die Engelse zinnetjes, al die 'fucks'. Er had wel wat meer Faust en wat minder 'halodido' in Bacher gemogen.

Voorstelling: Bacher van Het Syndicaat. Tekst: Oscar van Woensel. Regie: Daniëlle Wagenaar. Spel: Niek van der Horst, Herman van Baar, Isabella Chapel. Vanaf 14 jaar. Gezien 18/2 Frascati Amsterdam. Toernee t/m 29/4. Inl. (020) 616 87 44.