een vliegbrevet

Op borrels in zakenkringen is het een geliefd onderwerp: vliegen. Niet per Concorde – want welke manager of directievoorzitter doet dat tegenwoordig niet – maar per Cessna, Piper of Tomahawk.

,,Hoe was je weekend, Hans?"

,,Fantastisch, Flip! Anne wilde shoppen op Jersey. We hebben de kist genomen. Een peulenschil, we waren er in no time.''

Het privé-vliegtuig is een statussymbool, al kan Jan Modaal tegenwoordig vanaf zo'n 200 gulden per uur een tweepersoons Tomahawk huren bij een van de veertig vliegscholen die ons land rijk is. Mits hij een vliegbrevet op zak heeft natuurlijk. Voor het behalen van het papiertje is geen vooropleiding vereist. Enige basiskennis van wis- en natuurkunde is een pre, evenals een goede beheersing van de Engelse luchtvaart voertaal. Er bestaat geen minimumleeftijd voor het volgen van vlieglessen, maar voor het uitvoeren van een solovlucht moet de cursist minimaal zestien jaar zijn.

Het behalen van een vliegbrevet kost vele duizenden guldens en vergt veel doorzettingsvermogen. Voor het A2-brevet (alleen rechtsgeldig in Nederland) staan zo'n acht tot 12 maanden, voor het A1-brevet (rechtsgeldig in de hele wereld) zes maanden. Tijdens deze vervolgopleiding krijgt de cursist vijf uur buitenlandse navigatie en 10 uur `blindvliegen' (een training waarbij enkel gebruik wordt gemaakt van instrumenten). In beide gevallen geldt: hoe sneller de cursist leert en hoe vaker hij oefent, des te lager de kosten. Bij door de Rijksluchtvaartdienst erkende vliegscholen mag al na dertig vlieguren een examen voor het A1-brevet worden afgenomen. Bij niet-erkende vliegscholen na veertig uur.

Er zijn verschillende manieren om een vliegbrevet te halen. Sommige aspirant-vliegers stellen hun eerste solovlucht zo lang mogelijk uit en werken eerst het theoriedeel af. Anderen brengen hun theoretische kennis stapsgewijs in de praktijk: steile bochten, crosswindlandingen, vliegen `zonder' motor in een noodsituatie. De meeste vliegscholen bieden hun cursisten voor 12 à 15 gulden per uur klassikale lessen aan in de examenvakken Luchtvaartvoorschriften, Navigatie, Vliegtuigtechniek en Motoren, Instrumenten en Vliegfysiologie. Wie kiest voor zelfstudie bespaart al snel zo'n 1.500 gulden. Toch zal in beide gevallen lesmateriaal (boeken, kaarten en navigatiemateriaal) moeten worden aangeschaft. Kosten: 500 à 800 gulden.

Voor het praktijkdeel brengt de vliegschool zowel de vliegkosten (gemiddeld 300 gulden per uur, gerekend vanaf het moment dat u goed en wel in de lucht zit), de instructiekosten (100 gulden per uur, gerekend vanaf het vertrek van het platform) als de landingskosten (15 tot 50 gulden per landing, afhankelijk van het toestel en de vliegbasis) in rekening. Het aanvragen van een theorie-examen (vijf vakken) kost 500 gulden, van een praktijkexamen 400 gulden. Voor de brevetaanvraag moet ongeveer 300 gulden worden neergeteld. Sommige vliegscholen bieden een totaalpakket aan voor het praktijkgedeelte: 10 vlieguren voor ruim 2.000 gulden – exclusief landingskosten.

Wat vooral niet mag worden vergeten is de medische keuring, die wordt uitgevoerd door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum (NLRGC) in Soesterberg en ongeveer 450 gulden kost. Ook geroutineerde vliegers worden minimaal eens per jaar (afhankelijk van hun leeftijd) onderworpen aan zo'n onderzoek, want bij deze sport is een goede gezondheid een eerste vereiste. Anders dan vaak wordt gedacht kunnen ook mensen met een bril of contactlenzen een vliegopleiding volgen; het NLRGC wijst alleen zeer slechtzienden de deur. De kans is dus klein dat iemand halverwege zijn opleiding alsnog wordt afgewezen vanwege zijn of haar lichamelijke conditie.

Al bij al is een cursist zo'n elf à vijftienduizend gulden kwijt, alvorens hij zich officieel `sportvlieger der tweede klasse' mag noemen. In de toekomst zullen de kosten van een vliegbrevet alleen maar toenemen, want de nieuwe Europese regelgeving, die in de loop van deze zomer van kracht wordt, gaat uit van een hoger aantal vlieguren. Wie twijfelt doet er dus goed aan eerst een introductieles – ad 200 gulden – te volgen. Weliswaar gaat het niet om een solovlucht, maar dankzij de uitvoerige (de)briefing van de instructeur doet het allemaal wel realistisch aan. Bij Vliegclub Flevo in Lelystad kunnen vliegliefhebbers eerst een tijdje `wingmember' worden, voordat zij zelf het luchtruim verkennen. Voor 105 gulden per jaar ontvangen zij het clubblad Flightletter en kunnen zij als passagier voor een aantrekkelijke prijs dagtrips en clubvluchten maken. Wingmembers zijn ook welkom bij vergaderingen, barbecuevluchten, snertvluchten en oliebollenvluchten. Wie de smaak eenmaal te pakken heeft, moeten ze in Lelystad denken, kan niet meer terug.