Duitse soldaten testen akoestiek van Rijksdag

Ruim 1.100 soldaten van de Duitse Bundeswehr hebben gisteren in de Rijksdag geoefend. Ze moesten fluiten, mompelen, in hun handen klappen en boeroepen — net als echte parlementariërs.

Want als de Bondsdag op maandag 19 april voor de eerste zitting in de Berlijnse Rijksdag bijeen komt, moeten de akoestiek en de microfoons wel functioneren. Dus werden de Bundeswehrsoldaten uit Berlijn en Brandenburg opgetrommeld en met bussen naar de Rijksdag vervoerd om het geluid te testen.

Voorkomen moet worden dat de 669 Bondsdagleden elkaar tijdens de eerste zittingsdag niet kunnen verstaan. Dat gebeurde in 1992 toen oud-minister van Financiën Theo Waigel (CSU) zijn begroting moest toelichten en de geluidsinstallatie de geest gaf. Daarna moesten de parlementariërs tien maanden lang vergaderen in het veel kleinere `Wasserwerk'-gebouw, dat even verderop in Bonn aan de Rijn ligt. ,,Dat zal ons niet meer gebeuren'', bezwoer Dietmar Kansy (CDU), voorzitter van de bouwcommissie van de regering.

De akoestiek trekt een grote wissel op de technici omdat de plenaire vergaderzaal in de Rijksdag bijna twee keer zo groot is als die in Bonn. Met 29.000 kubieke meter overtreft de vergaderzaal zelfs de concertzaal van de Philharmonie in Berlijn, die 24.000 kubieke meter bedraagt.

De generale repetitie had gisteren dan ook onder zo realistisch mogelijke omstandigheden plaats. Alle stoelen in de Bondsdag waren bezet, evenals de bezoekerstribune. Om de debatten zo levensecht mogelijk te simuleren, moesten de officieren en recruten teksten voorlezen, die op hun plaatsen waren gelegd. Aangezien de `staatsburgers in uniform' — zoals de Duitse soldaten officieel heten — tot strikte neutraliteit zijn geboden, mochten ze uitsluitend toespraken over exotische reizen voordragen.

Dat leidde natuurlijk niet tot de verhitte reacties, die de temperatuur in de broeikas in Bonn regelmatig doen oplopen. Daarom `verraste' een van de sprekers de soldaten met een anecdote uit 1929 toen de voormalige staatssecretaris en latere rijkskanselier Heinrich Brüning op dezelfde plek had geëist, dat de soldij met 30 procent werd verminderd.

Deze voorzet leverde het gewenste tumult op en fluitconcerten. Ook dit lawaai wist de geluidsinstallatie (164 microfoons en 298 luidsprekers) goed te doorstaan.

Rest alleen nog de vraag of de naam van de Rijksdag wordt veranderd. Was de Rijksdag niet voor eeuwig in diskrediet gebracht toen de nazi's het parlement in de jaren dertig uitschakelden, vroeg SPD-parlementariër Hermann Scheer zich al af bij het historische Bondsdagdebat in 1991 toen over de nieuwe hoofdstad moest worden gestemd.

Bondsdagpresident Wolfgang Thierse voelt er weinig voor de discussie nog eens over te doen. Net als zijn voorganger houdt hij vast aan het compromis: Duitse Bondsdag in het Rijksdaggebouw.