Dividend Unilever nauwelijks welkom

De ontvangst van het cadeau van 16 miljard gulden kan op zijn zachtst gezegd lauw worden genoemd. De Amsterdamse effectenbeurs was deze week in de ban van het superdividend dat Unilever aankondigde, maar tot een koersreactie leidde het nauwelijks. Het aandeel van het voedings- en zeepmiddelenconcern sloot gisteren slechts 0,9 procent (6 eurodubbeltjes tot 65,70) boven het niveau van een week geleden.

Met die stijging heeft Unilever niet eens het beursgemiddelde bijgehouden (AEX-index plus 3,6 procent tot 536,12), hoewel het beursfonds dit voorjaar een dividend van maar liefst 14,50 gulden per aandeel gaat uitkeren. ,,Onverklaarbaar, die geringe koerswinst'', stelt analist David Kerstens van ABN Amro. ,,Zeker omdat het bedrijf na het superdividend veel gezonder is gefinancierd.'' Mogelijk heeft een groot aantal aandeelhouders winst genomen of had de belegger al geanticipeerd op het superdividend.

De mededeling van Philips in december om 3,3 miljard gulden (8 procent van de toenmalige beurswaarde) aan de aandeelhouder terug te betalen kreeg met een stijging van 3,5 procent een enthousiaster onthaal.

Kerstens schreef ruim een jaar geleden een positief rapport over de inkoop van eigen aandelen. Een van de conclusies was dat de aandelenbeurs een flinke impuls zou krijgen van een dergelijke operatie. Uitkering van het ,,overtollige'' kasgeld bij de grotere Amsterdamse beursfondsen zou de koersen met zo'n 15 procent laten stijgen.

Volgens critici heeft de inkoop van eigen aandelen (Unilever geeft voor elke 112 aandelen 100 aandelen terug) ook een nadeel. Want wat gebeurt er op het moment dat de beurs in elkaar klapt en de rente de lucht in schiet? Lenen is dan plotseling duur, terwijl voor een emissie extra veel aandelen nodig zijn. ,,Maar dat is in het geval van Unilever geen reëel argument, want ook na het superdividend is het concern conservatief gefinancierd. Zelfs voor een overname van 10 miljard gulden hoeft het concern niet bij de aandeelhouder aan te kloppen'', aldus Kerstens.

Wellicht vraagt de kritische aandeelhouder zich af of Unilever nog wel voldoende ondernemingslust heeft. Een gezonde onderneming met ambitie leent geld in de verwachting meer geld te kunnen verdienen dan zij aan rente moet betalen, de befaamde financiële hefboom. Unilever ziet die kansen blijkbaar niet en geeft een flink deel van de beschikbare middelen dan maar aan de belegger terug.

Die schuchterheid heeft, niet alleen bij Unilever, ook te maken met de hoge rendementseisen die het moderne bedrijfsleven zich stelt. Een rendement van 10 procent op het geïnvesteerde kapitaal is al lang geen uitzondering meer; tegelijkertijd is rente de afgelopen jaren flink gedaald tot rond de vier procent.

Waarom voelt het bedrijfsleven zich gedwongen zulke hoge rendementen te behalen, terwijl de buitenwacht toch maar luttele procenten op een spaarrekening krijgt?

,,Bedrijven moeten die lat wel zo hoog boven de marktrente leggen omdat zij anders vrezen dat hun koersen onderuit gaan'', stelt een analist. ,,Dit kan er dus toe leiden dat bedrijven dan maar geld aan de beleggers teruggeven.''

De bescheiden beursreactie op Unilevers superdividend is des te opmerkelijker gezien het geringe handelsvolume deze week. Juist bij geringe activiteit kan elke mededeling tot een forse groei of daling van de koersen leiden.

Net als Unilever slaagden ook Philips (ondanks overname van Amerikaanse chipfabrikant VLSI) en DSM (door tegenvallende prognoses) er niet in deze week het tempo van de beursindex bij te houden. De cijfers van Akzo konden de beleggers evenmin bekoren. Door de overname van het grote Courtaulds is dit chemieconcern een van de weinige Nederlandse fondsen die geen kasgeld te veel heeft. Op inkoop van eigen aandelen hoeft dus niemand te rekenen.