De luipaarden die de farao bewaakten

`De zonnekoning' wordt hij door de Fransen genoemd – een overbodige benaming, want in het oude Egypte was iedere farao de Zoon van Re en de belichaming van de zonnegod op aarde. Maar Ramses II, de derde koning van de 19de dynastie, verdient een glorieuze bijnaam. Hij heerste 67 jaar (1290-1224 vC) en bracht Egypte vrede en welvaart in roerige tijden. Hij werd vader van vijftig dochters en veertig zoons, maar nam geen risico en garandeerde het voortleven van zijn naam met immense bouwactiviteiten. Rotstempels in Nubië, rijk versierde monumenten in Memfis en Thebe, een nieuwe hoofdstad in de oostelijke Nijldelta – Ramses II was, zoals hij zelf op een van zijn kolossale beeltenissen liet zetten, de Koning der Koningen.

Geen wonder dat hij sinds jaar en dag wordt gezien als de naamloze farao die het volk van Israel als slaven gebruikte, en die het uiteindelijk aan de stok kreeg met Mozes. In de recente tekenfilm De prins van Egypte speelt Ramses dus een hoofdrol, imponerend door zijn macht en rijkdom, megalomaan in zijn zucht naar monumenten, kaal als Yul Brynner in de beroemde Exodusverfilming The Ten Commandments. En niet alleen in de cinema spreekt hij tot de verbeelding. Zo lieten Verdi en Ghislanzoni zich door de grandeur van zijn heerschappij inspireren voor Aida, en wijdde Shelley zijn beroemde vanitasgedicht `Ozymandias' (1818) aan een van Ramses' verbrokkelde en door de woestijn begraven reuzenbeelden.

Dat sinds Shelley van alles geprobeerd wordt om Ramses van zand en tand des tijds te vrijwaren, blijkt op de – groots aangekondigde, maar bescheiden opgezette – tentoonstelling Les monuments d'éternité de Ramses II, die de komende maanden in het Louvre in Parijs te zien is. In twee zalen wordt door middel van foto's, plattegronden en archeologische vondsten een beeld gegeven van de recentste opgravingen en herstelwerkzaamheden in twee van Ramses' grands travaux: zijn in de vorige eeuw ontdekte tombe (nr 7 in de Vallei der Koningen) en het `Ramesseum', de dodentempel die hij op de westoever van de Nijl bij Thebe voor zichzelf en de god Amon liet oprichten.

De bemoeienis van de Fransen met Ramses II heeft een lange traditie, die begon met Champollion, die onder meer met behulp van de transcriptie van Ramses' troonnaam het hiëroglyfenschrift ontcijferde, en de plaatsing van een van Ramses' obelisken op het Place de la Concorde. Het voorlopige hoogtepunt was, in 1976, de restauratie in Parijs van zijn mummie (in 1881 gevonden in een massagraf van farao's, nu weer in het museum in Cairo) en een daaropvolgende mega-tentoonstelling in het Grand Palais. Met steun van een oliemaatschappij wordt er sinds 1993 door Franse archeologen in het vervallen graf van Ramses, schuin tegenover de tombe van Toetankamon, gedolven. De belangrijkste doelstelling is restauratie. Op de expositie hangen bijvoorbeeld veelzeggende `voor'- en `na'-foto's van de zaal waar Ramses' sarcofaag stond. Van een slordige aaneenschakeling van puinhopen tussen de waterschade is het een knus keldertje geworden.

Maar dat herstel prioriteit heeft, betekent niet dat er geen ontdekkingen worden gedaan. Behalve 400 stukjes van Ramses' sarcofaag, die door antieke grafrovers verwoest is, werden twee luipaardkoppen gevonden die het doodsbed van de koning bewaakten. Iets verderop lag het kopje van een sjawabti, een grafbeeldje van beschilderd steengips, waarin archeologen de gekroonde mummie van Ramses herkennen. En in een sleuf op de grond groef men een holte uit waarin waarschijnlijk ooit de urnen met de ingewanden van de koning stonden.

In de vitrines in het Louvre liggen maar een paar voorwerpen die uit het graf van Ramses afkomstig zijn: een fijn bewerkte koperen sjawabti van de koning in vol ornaat, een opengewerkt sieraad van kornalijn met zijn naam erop, en vier blauwe vazen van faïence met een sierlijke taille en zwart-gekaderde hiëroglyfen. De meeste getoonde objecten illustreren de archeologische onderzoekingen in het Ramesseum, of zoals Ramses het zelf noemde `de tempel voor miljoenen jaren', die aan de voet van de heuvels van Thebe ongeveer 500 hectare besloeg. Een enorm complex van muren, tempelhoven, voorraadschuren, stenen kolossen en reliëfs, waarvan de (indrukwekkende) resten de komende jaren met behulp van archeologen, natuurkundigen en whizzkids in elkaar zullen worden gepuzzeld. Een grote maquette, pronkstuk van de tentoonstelling, maakt duidelijk hoe het Ramesseum er in de dertiende eeuw voor Christus bij moet hebben gestaan.

De bouw en administratie van het Ramesseum was een titanenwerk, en de tentoonstellingsmakers hebben een paar beeltenissen van die titaantjes in de vitrines gezet. De vizier Paser bijvoorbeeld, directeur monumenten onder Ramses, van wie jammer genoeg alleen het stenen onderlijf (en de plaat die hij vasthoudt) is overgeleverd. Of de priester-schrijver Ramosé, verantwoordelijk voor de tempeldecoraties die voornamelijk de door Ramses net niet verloren oorlog tegen de Hittieten tot onderwerp hadden. Maar ook niet-hoogwaardigheidsbekleders worden belicht, op een papyrus die verslag doet van een arbeidersbezetting van de tempel. `Dat we hier zijn, komt door de honger en de dorst,' citeert de schrijver de werkonwilligen. `We hebben geen kleren meer, geen olie, geen vis, geen groenten.' Of het protest geholpen heeft, vermeldt de historie niet, maar het is in elk geval het eerste stakingsbericht uit de Oudheid.

Klein en fijn is Les monuments d'eternité de Ramses II. Wie meer kunst en informatie wil, kan doorlopen naar de Ramses-zaal in de onlangs heringerichte afdeling egyptologie van het Louvre, met daarin onder meer de ingelegde borsthanger in de vorm van een gier die ook te zien is in De prins van Egypte. Nog lonender is een bezoek aan de website van de expositie (www.culture.fr/culture/arcnat/thebes/fr), die de mogelijkheid biedt om per muis zowel het graf van Ramses als zijn miljoenjarige tempel te verkennen. Het uiteindelijke doel van de Franse reddingsoperaties is daar al bereikt: geen zand, geen water, geen puin.

Tentoonstelling: Les monuments d'éternité de Ramses II. Parijs, Musée du Louvre (Richelieu). T/m 10 mei. Di. gesloten. Cat. 130 francs.