De City is bang

Zet driehonderdduizend handelaren, bankiers, zakenadvocaten, fusie- en overnamespecialisten, afhandelaars, klerken, derivatenkampioenen en verzekeringsmakelaars op een vierkante mijl, en je hebt een onoverwinnelijk financieel centrum. Londen handelt dagelijks een derde van alle valutatransacties ter wereld af, heeft de grootste verzekeringsmarkt, de grootste markt voor buitenlandse aandelenfondsen, veruit het omvangrijkste fondsmanagement, en behoort tot de leidende markten voor grondstoffen en nog veel meer.

Waarom was de 671ste Lord Mayor van de City of Londen, The Lord Levene of Portsoken, Knight Commander of the British Empire, Peter voor intimi, dan vorige week toch op een charme-offensief in Amsterdam om Londen aan te prijzen bij bankiers en andere plaatselijke financiële grootheden? Londen is bang, banger dan zij de buitenwereld laat vermoeden. Het contintent heeft de euro ingevoerd en de City, Europa's belangrijkste financiële centrum, staat buiten, terwijl Parijs en Frankfurt juist een offensief begonnen zijn om zich te profileren als hét handelscentrum van Euroland.

Een greep uit Britse recente nederlagen: de FTSE-indices voor de pan-Europese beurskoersen dreigen het af te leggen tegen de Stoxx-indices van het continentale Eurex. De poging om de interbancaire rente op euro's dagelijks vast te leggen in Londen, de euro-libor, is gestrand op de in Parijs geboren rivaal euribor. Vijf jaar geleden had Londen de markt voor termijncontracten op Duitse obligaties goeddeels in handen gekregen en beïnvloedden Londense handelaren rechtstreeks daarmee de Duitse kapitaalmarktrente. Frankfurt heeft vorig jaar deze bund future-markt heroverd.

Tot overmaat van ramp stuitte deze week ook de aangekondigde nauwe samenwerking tussen de beurzen van Londen en Frankfurt op onenigheid over de eigendomsverhoudingen. Daarbij komt nog de druk van vooral Parijs om op gelijkwaardige basis te worden toegelaten tot de beurzensamenwerking, en andere continentale beurzen hebben daar ook al om geroepen. Aardig natuurlijk, dat alle Europese beurzen straks misschien wel afstevenen op een gemeenschappelijk handelsplatform, maar dan is Londen het aanvankelijke voordeel van de alliantie wel weer kwijt.

Er zijn meer beren op de weg voor Londen. De financiële sector daar moet weten dat handel zo gewonnen, maar ook zo geronnen is. Begin jaren zestig viel de handel in euro-bonds (obligaties uitgegeven in een andere valuta dan de valuta van de uitgever) Londen in de schoot omdat de fiscale regelgeving de uitgifte van zulke obligaties destijds enkel in Londen mogelijk maakte. En zijn faam als centrum voor het verzorgen van aandelenemissies dankt Londen ook al aan een oud lokaal voordeel dat inmiddels goeddeels achterhaald is. De Britse en Amerikaanse beleggings- en aandelencultuur heeft er altijd voor gezorgd dat daar de grote beleggings- en pensioenfondsen waren die aandelen wilden hebben. En dus gingen grote bedrijven liever naar Londen, waar banken zaten die hun emissies makkelijk konden wegzetten. Zo kwam Londen ook aan zijn voorsprong in lokale beursnoteringen van buitenlandse bedrijven.

Dat natuurlijke achterland heeft Londen nog steeds, maar ook op het continent is inmiddels de honger naar aandelen onder het grote publiek en pensioenfondsen toegenomen. En daarmee de competentie van lokale partijen om aandelen weg te zetten. Duitsland loopt daarbij misschien nog wat achter, maar in Frankrijk is de aandelencultuur onder het grote publiek al goed ontwikkeld – beter dan vaak bij het Franse stereotype van achterdocht tegen de vrije markt wordt gedacht.

Allemaal waar, maar de typisch Britse cultuur die de Londense sector kenmerkt is toch buitengewoon krachtig? Dat hangt er van af. Londen verblikte of verbloosde niet toen Britse banken en effectenhuizen begin jaren negentig een voor een werden opgekocht door banken uit Zwitserland, Duitsland en Nederland. Die overnames werden eerder gezien als een culturele reverse take-over: de cultuur van de kleine overgenomen Britse bank zou die van de veel grotere overnemers wegdrukken. Waardoor Londen binnen de overnemende bank juist een veel grotere plaats in zou nemen. Maar zowel Deutsche Bank als ING heeft onlangs fors ingegrepen bij de Londense dochters, juist omdat de lokale `wilde' cultuur moet worden aangepast aan de bedrijfscultuur van de continentale moederbank.

En dan zijn er nog de kosten. Londen is duur, heel duur. Dat maakt niet uit voor de goedbetaalde traders en analisten die er werken – die zijn hoe dan ook niet goedkoop. Maar het tikt wel aan voor de salarissen van het administratieve personeel. ABN Amro bijvoorbeeld heeft een deel van de afwerking van de handelsactiviteiten al weer teruggehaald naar Nederland. Levene, de Lord Mayor, was in Amsterdam met het bekende Londense tegenargument: de massa van Londen, de kennis die er bij elkaar is, de circuits van professionals en de pool aan gekwalificeerd personeel: ze zijn gewoon te groot om te kunnen worden ingehaald.

Dat is inderdaad heel goed mogelijk. Maar de City krijgt hoe dan ook last van het feit dat ze zich buiten Euroland bevindt. Levene zelf voelde dat niet zo. ,,Het Verenigd Koninkrijk mag zich dan buiten de EMU bevinden, in Londen is de euro allang ingevoerd'', zei hij. En voortbordurend schetste hij een vergezicht waarin de financiële diensten in de Europese Unie volledig vrij zullen zijn en Londen op basis van pure kracht kan blijven concurreren. ,,Waarom'', zo vroeg hij zich af, ,,zou een Nederlandse consument geen polis bij een Britse verzekeraar afsluiten?''

De bankiers aan de lunch waar Levene sprak knikten goedkeurend. Waarom eigenlijk niet? ,,En waarom,'' vervolgde Levene, ,,zou een Belg zijn investering niet doen in een Italiaans beleggingsfonds?''

Tja. Besmuikt gegrinnik en veelbetekenende blikken aan de bankierstafel. Goed dat de City de euro zo graag wil, maar laten we nou niet meteen overmoedig worden.