Boegeroep beïnvloedt scheidsrechter

HET IS GEEN nieuws dat de thuisploeg bij voetbal in het voordeel is. Al sinds de invoering van het competitievoetbal in Engeland in 1888 gaat zo'n 60 à 65 procent van de overwinningen naar de club die in eigen stadion speelt. Wetenschappers hebben nog geen bevredigende verklaring weten te vinden voor dit verschijnsel. Wel bestaat het vermoeden dat de gedragingen van de scheidsrechter en het publiek een belangrijke rol spelen.

Drie jaar geleden stelden voetbalonderzoekers van de Liverpool John Moores University vast dat thuisclubs meer strafschoppen krijgen en dat hun spelers minder vaak met een rode kaart uit het veld worden gestuurd dan spelers van de ploeg op bezoek. De scheidsrechter trekt gemiddeld twee keer zo vaak een gele kaart voor zware overtredingen van de ploeg die een uitwedstrijd speelt. De Liverpoolers vonden ook een verband tussen het aantal rode kaarten en strafschoppen en de omvang van het publiek. In divisies met veel toeschouwers incasseren de bezoekers 70 procent van de rode kaarten, maar dit percentage daalt in lagere divisies naar iets meer dan 50 procent. Ook het aantal strafschoppen is bij wedstrijden met weinig publiek bijna fifty-fifty. Toch durfden de onderzoekers op basis van deze uitkomsten niet de conclusie te trekken dat scheidsrechters zich met veel supporters op de tribune tot `thuisfluiten' laten verleiden.

Om meer duidelijkheid te krijgen over de rol die de scheidsrechter speelt bij het thuisvoordeel, bedachten de Liverpoolers Alan Nevill en Nigel Balmer een experiment, waarvan de resultaten deze week zijn gepresenteerd tijdens het World Congress of Science and Football in Sydney, Australië. Een groep van elf voetbalkenners (gediplomeerde scheidsrechters en semi-professionele voetballers) bekeek videobeelden van de wedstrijd die het Franse Lens vorig jaar oktober thuis speelde tegen het Griekse Panathinaikos in de voorronde van de Champions League. Op de band waren 52 tackles en pogingen om de bal te veroveren achter elkaar gezet, gelijkelijk verdeeld over de thuis- en uitploeg. Zes deelnemers aan het experiment kregen de videobeelden te zien zonder achtergrondgeluid, de andere vijf hoorden wel hoe de 40.000 Franse supporters reageerden op de gebeurtenissen op het veld.

``Het leek een absurd experiment, want ook ik kon mij niet voorstellen dat het wat uitmaakt voor je oordeel over duels als het geluid wel of niet aan staat'', zegt Balmer. Maar dat verschil bleek wel degelijk te bestaan, en het was nog fors ook. De deskundigen die het zonder geluid moesten stellen, floten vaker in het nadeel van de thuisclub dan de scheidsrechter in het echt had gedaan, en ze oordeelden veel gunstiger over de acties van de ploeg op bezoek. De deskundigen die wél de reacties van het publiek konden horen, floten even vaak voor overtredingen van de thuisploeg als de scheidsrechter had gedaan, en floten net als deze vaker voor overtredingen van de uitploeg dan voor die van de thuisploeg, al waren ze wat milder over de uitploeg dan de scheidsrechter. Die mildheid heeft vermoedelijk te maken met de verschillende gezichtspunten van deskundigen en scheidsrechter. ``Mijn proefpersonen beoordeelden de situatie vanuit een camerastandpunt, terwijl de scheidsrechter op het veld stond, en het geluid van de tribunes veel intenser hoort'', zegt Balmer.

Hij analyseerde ook bij welke overtredingen de twee voetbalpanels van mening verschilden. Dat bleken de duels te zijn waarbij de overtreding er niet dik bovenop lag. ``Daaruit kun je afleiden dat de scheidsrechter zich niet voortdurend laat leiden door reacties op de tribune, maar alleen als de situatie onduidelijk is, als hij moet gokken. Die gokjes pakken gemiddeld uit in het nadeel van de uitploeg, al zal de scheidsrechter dat niet bewust doen'', zegt Balmer.

In vervolgonderzoek wil hij bestuderen of de oordelen van de groep met en zonder geluid minder verschillen als de groep bestaat uit professionele scheidsrechters. Je zou verwachten dat die door hun grotere ervaring een betere kijk hebben op onduidelijke situaties en dus iets minder vaak hoeven te gokken, denkt Balmer. Bij een ander vervolgexperiment wil hij het aantal toeschouwers op de tribune als variabele inbouwen.