`Amerika aan de Noordzee' blijft verrassen

Als het Ruhrgebied niest is Nederland verkouden, heette het ooit. Maar zo Duits is Nederland allang niet meer. De economie vertoont steeds meer gelijkenis met die van de Verenigde Staten.

De American way of life is doorgedrongen tot de polder. De Nederlander eet vaker dan ooit in fastfood-restaurants, consumeert uitbundig en doet dit alles steeds meer met geleend geld. Het land van spaarzame calvinisten en ,,guldens die je maar een keer kunt uitgeven'' is in de ban van live now pay later.

Deze Amerikanisering valt af te lezen uit de economische gegevens over 1998, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze week presenteerde. Ook de Nederlandse economie begint te lijken op Amerikaanse, die al sinds jaar en dag een perpetuum mobile is van krediet en consumptie. Kan Nederland, waar economische kilte lijkt te wachten, hoop putten uit deze gelijkenis met de Verenigde Staten, waar het feest nog niet over is?

Een satelliet van de Duitse economie, zo stond de Nederlandse economie altijd te boek. Een deelstaat zelfs, volgens oud PvdA-fractievoorzitter Thijs Wöltgens. Maar als Nederland al ooit economisch Duits is geweest, dan blijkt dat niet meer uit de cijfers. Ergens in de loop van de jaren negentig lijkt de oriëntatie op het Duitse conjunctuurverloop te zijn verschoven naar het Angelsaksische, en dan met name dat van de Verenigde Staten. Niet dat er geen grote verschillen zijn, maar de gelijkenis tussen de Nederlandse en de Amerikaanse economie is ook vaak treffend.

De belangrijkste vraag is: waarom blijven zowel de Amerikaanse als de Nederlandse economie de laatste jaren telkens de groeiverwachtingen overtreffen? Dat antwoord ligt vooral in de uitbundige consumentenbestedingen, die telkens verantwoordelijk blijken voor de hoger dan gemiddelde economische groei. Die bestedingen zijn voor een deel weer het gevolg van loonmatiging, in de VS afgedwongen door de nietsontziende ontslagdrift van grote ondernemingen en de bijbehorende arbeidsonzekerheid die stevige looneisen lange tijd onmogelijk maakte. In Nederland was loonmatiging simpelweg beleid. Matiging heeft in beide gevallen gezorgd voor een bovenmatige creatie van arbeidsplaatsen, die is geholpen door een toegenomen flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Vooral in dat laatste heeft Nederland zich losgemaakt van de continentale praktijk. En het bedrijfsleven was al gestart met een `Amerikaanse' praktijk van constante herstructureringen en aandeelhouders-vriendelijkheid voor de rest van het continent er de betekenis van inzag.

Als een van de `oude' Noordwest-Europese landen heeft Nederland nu een werkloosheid die sinds de vroege jaren zeventig niet meer is vertoond. En het heeft verhoudingsgewijs sinds de conjunctuurdip begin jaren negentig zelfs meer arbeidsplaatsen geschapen - vorig jaar wederom 200.000 - dan de VS. Hoe meer mensen er werken, hoe groter de loonsom is. En hoe groter de loonsom, hoe forser de bestedingen.

Tweede hoofdoorzaak van de uitbundige bestedingen is het doortikken van een vermogenseffect. In de VS is dat vooral afkomstig van de ontwikkeling van de aandelenkoersen. In Nederland, en dat is op Ierland na uniek in Europa, zijn vooral de sterk gestegen huizenprijzen er de oorzaak van. Bezitters van deze activa, die steeds meer waard zijn geworden, besteden op den duur hun papieren winst, of sluiten grotere kredieten af op basis van hun papieren rijkdom.Uiterst behulpzaam voor de groei is ook het monetaire beleid. Omdat in de VS de inflatie hardnekkig laag blijft, heeft de centrale bank daar niet op de rem willen trappen toen de geldgroei op basis van een uitbundige kredietverlening maar opliep. Die geldgroei, de hoeveelheid geld in omloop, op bankrekeningen en op spaardeposito`s, groeit nu met tien procent op jaarbasis en dat is eigenlijk veel te hard. In Euroland, waar Nederland nu deel van uitmaakt, bedraagt de geldgroei maar 4,5 procent. Maar in Nederland groeit de geldhoeveelheid met ruim 8 procent bijna even hard als de Amerikaanse. Ook de Europese Centrale Bank trapt niet op de rem. Die zal de rente eerder nog verlagen als zij kijkt naar Duitsland met zijn magere economische groei en inflatie van bijna nul.

Zo kennen zowel de VS als Nederland een onbeheerste kredietexplosie. In Amerika geven consumenten nu structureel meer geld uit dan ze verdienen en is de spaarquote negatief. Vanouds onderscheidden Nederlanders zich juist door hun spaarzin van de Amerikanen, die makkelijk lenen en consumeren. Hoewel de spaarquote in Nederland nog altijd hoger is dan in de VS, is er wel een omslag te zien. In 1997 is het de omvang van de zogeheten `vrije besparingen' – dus niet in de vorm van koopsompolissen, levensverzekeringen of pensioenregelingen – voor het eerst in decennia gedaald. En het lijkt er op dat die tendens zich in 1998 heeft voortgezet. De kredietverlening blijft ook hier explosief groeien: 7 procent meer persoonlijke leningen in 1998, een kwart hoger rood staan en een kwart meer aan hypotheekleningen.

Zo spenderen de Amerikaanse en Nederlandse consumenten er op krediet lustig op los. Is dat niet een keer afgelopen? Natuurlijk, maar dé verrassing van deze maanden is dat het momentum van de bestedingen nog ongekend groot is. In de VS blijkt de economische groei in het laatste kwartaal van vorig jaar geenszins te zijn ingezakt, maar weer te zijn opgeveerd na de bange herfstmaanden waarin de beurskoersen daalden. Gisteren kwam een groeicijfer binnen van 6,1 procent in het laatste kwartaal. Op de manier waarop de Amerikanen die groei berekenen, heeft ook de Nederlandse economie in het laatste kwartaal een onwaarschijnlijke groei gezien van 4,9 procent. Duitsland kromp toen juist.

Zo gaan de VS 1999 in volle vaart in, en hebben de doemvoorspellingen over een mogelijke recessie dit jaar voor de zoveelste keer plaats gemaakt voor de angst dat de economie juist te hard zal gaan. Totdat de conjuncturele neergang hoe dan komt.

    • Maarten Schinkel
    • Karel Berkhout