`Alsjeblieft, niet alwéér bij ons'

In en rond Tsjetsjenië bloeit de gijzelingsindustrie. In het grensdorp Galoegajevskaja werd anderhalf jaar geleden de dochter van Spartak Asjkalov ontvoerd. Nauwelijks was ze vrijgekocht, of de zoon verdween.

In Tsjetsjenië bloeit alleen de gijzelingsindustrie

Drie keer droomde de achtjarige Georgi dat er mannen met maskers binnendrongen om hem mee te nemen naar Tsjetsjenië; de vierde keer gebeurde het echt. Samen met zijn vader werd hij in het holst van de nacht in een roeibootje de rivier Terek, de grens tussen Rusland en Tsjetsjenië, overgezet. ,,Nee, alsjeblieft, niet wéér bij ons'', smeekte Spartak Asjkalov nog, de vader.

In november 1997 had de vlugge Georgi voor ons – op het vingerknippen van zijn vader – een band in de video gestopt. Het verhaal dat we toen in deze krant publiceerden begon zo: `Een non-descripte stoel in een non-descriptie kamer. Marina, gekleed in een badjas, neemt plaats en kijkt in de lens. ,,Papa, haal me hier weg.'' Ze knippert met haar ogen, dan volgt er ruis, sneeuw, zwart. Boven het huis van `Spartak de Griek' gaat de zon voor de honderdste keer onder zonder dat de 20-jarige Marina 's avonds in het halletje haar schoenen verwisselt voor sloffen.''

Spartaks dochter was in het grensdorp Galoegajevskaja op weg naar de dorpsdisco ontvoerd. Zij was niet de enige. De mensenroof in en rond Tsjetsjenië had epidemische vormen aangenomen. De oorlog was een jaar voorbij, de economie lag net als de hoofdstad Grozny in puin en de half ontmantelde privélegertjes stortten zich op de gijzelindustrie, ook al voerde president Aslan Maschadov de strenge sharia-wetgeving in, compleet met executies op het Plein van de Vrede.

Hulpverleners, zakenlieden, bemiddelaars, ze verdwenen in een schrikbarend tempo. Het losgeld liep in de honderden miljoenen per jaar, en sindsdien gaat het van kwaad tot erger. In Tsjetsjenië is de ontvoeringsbusiness de enige die bloeit, en de wetteloosheid is compleet. De krijgsheren hebben zich tegen Maschadov gekeerd. Omdat hij te pro-Russisch zou zijn, en niet fundamentalistisch genoeg. Het land balanceert al maanden op het randje van een burgeroorlog, en er gaat geen week voorbij of er wordt gekidnapt.

Alleen de gruwelijkste gevallen halen nog de tv-journaals, zoals de vier buitenlandse telecomwerkers wier hoofden afgelopen herfst op een laken langs de snelweg werden gevonden. Dat Marina vorig jaar februari voor de Lada van haar vader en 250.000 roebel (75.000 gulden, van de verkoop van het huis van Spartaks broer) is vrijgekocht, bleef ook in Rusland vrijwel onopgemerkt. Haar verhaal was niet bijzonder genoeg: ze was wat magerder geworden, en had kortgeknipt haar. Na een paar maanden had ze durven vragen: ,,Ben ik ontvoerd om geld?'' En toen haar bewakers knikten, had ze gezegd: ,,Stommelingen! Mijn vader is wiskundeleraar. Hij heeft een scooter en een mobiele telefoon, maar hij is niet zo rijk als jullie denken.''

Volgens Sergej Drokin van het Russische bureau dat zich bezighoudt met het loskopen van gijzelaars, heeft Marina geluk gehad. In de Izvestija legt hij uit dat er een circuit van gevangenissen-aan-huis bestaat: gastgezinnen die voor gijzelaars kelder of een kooi `verhuren'. Drokin: ,,Wij bemiddelen regelmatig op de grens tussen Tsjetsjenië en Ingoesjetië. Er is daar een beurs waarop de bendes onderling hun gijzelaars ruilen en verkopen.'' Op het Russische coördinatiecentrum in Pjatigorsk liggen momenteel 130 gijzeldossiers.

Dat van Marina was nog maar een paar maanden gesloten, of haar broertje Georgi werd ontvoerd. Vader Spartak had zijn zoontje in Tsjetsjeense handen moeten achterlaten om zelf van voren af aan te beginnen met het bijeenschrapen van losgeld. Zijn vrouw Marja waagde zich tot drie keer toe in Grozny, waar de verzwakte president Maschadov een eigen centrum runt voor ontvoeringszaken. Over de telefoon vertelt ze hoe dat ging: ,,Ze zeiden: geef ons al het geld wat je hebt, en dan doen wij ons best om uw zoontje vrij te krijgen.''

Ze was er niet op ingegaan, maar via de mobiele telefoon van haar man hadden de ontvoerders haar naar een maisveldje gegidst. ,,Ze wilden weten hoeveel wij nog konden betalen'', zegt Marja. Inmiddels hadden ze net zo'n videoband gekregen als destijds van Marina, alleen hoefde Georgi niets te zeggen: de gemaskerde ontvoerders sneden voor de camera in zijn oor, en hij schreeuwde het uit.

Toen de Russische minister van Binnenlandse Zaken deze maand het grensdorp Galoegajevskaja bezocht, was Marja op hem afgelopen. ,,Ik ben de moeder van Georgi Asjkalov'', zei ze voor de televisiecamera's. ,,Wat doen jullie voor hem? Niets! Het is niet eerlijk dat u alleen politiemannen vrijkoopt.'' De meegereisde gouverneur viel haar in de rede: ,,Mevrouw, u weet heel goed dat we uit principe nooit betalen'', maar de minister kapte hem af. Tegen Marja: ,,Ik zal al het mogelijke doen om uw zoon vrij te krijgen.''

Twee weken later keerde Georgi heelhuids terug, maar niet nadat de familie het huis – het mooiste van Galoegajevskaja – had verkocht om de 200.000 roebel (18.000 gulden) op te hoesten. Het gezin verblijft nu in het ziekenhuis van Stavropol.

,,Georgi is sterk getraumatiseerd'', zegt zijn vader. ,,Gisteren is hij bij de psycholoog geweest'', vult zijn moeder aan. ,,Hij heeft de vreselijkste dingen verteld: zijn ontvoerders hebben hem naar oorlogsvideo's laten kijken, waarop te zien was hoe een Russische krijgsgevangene werd gemarteld.'' Zijn bewakers noemden hem Aboebakar, en leerden hem in het Arabisch bidden. ,,Eens per week brachten ze hem naar het balkon om te luchten, voor de rest zat hij met boeien vastgeklonken aan zijn bed.''

De geruïneerde familie Asjkalov heeft geen idee waar ze heen moet. ,,Al bouwen ze een paleis voor me in Galoegajeskaja, ik ga niet terug naar de grens'', zegt Marja.

    • Frank Westerman