Aanslag op Iraanse ambassade

De voorzijde van de Iraanse ambassade in Den Haag is vrijdagavond omstreeks kwart over elf met brandbaar materiaal bekogeld. De gevel van het pand aan de Duinweg liep ter hoogte van de eerste verdieping ,,enige schroeischade'' op, aldus een politiewoordvoerder.

Ruim een uur na de actie was een zwartgeblakderd raam waarneembaar. De politie vermoedde vrijdagnacht dat er molotovcocktails waren gegooid. Het vuur doofde vanzelf. De brandweer hoefde niet in actie te komen. Op het moment van de actie was de Iraanse ambassadeur met enkele personeelsleden in het gebouw aanwezig.

De politie verrichtte vrijdagnacht sporenonderzoek. De ambassade had geen extra politiebewaking. Er hingen camera's buiten. Van de daders ontbrak vannacht elk spoor.

De actiegroep `Revolutionaire communisten van Europa' stuurde na de actie een verklaring naar het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP). Daarin wordt de Iraanse regering verweten dat op 22 febrauri een ,,bloedbad'' zou zijn aangericht in een aantal Koerdische gebieden in Iran. Er zouden daarbij 2.000 mensen zijn gearresteerd. De ambassade in Den Haag wordt in de verklaring een ,,terroristisch centrum'' genoemd. ,,Wij protesteren tegen dit misdadige regime en willen de rechtvaardige strijd van het Koerdische volk ondersteunen'', aldus de verklaring.