Vrije jongens

`NewMetropolis, een wereld waarin je zelf het grootste wonder bent.' Met deze slagzin ging het science and technology center in de zomer van 1997 in Amsterdam van start. Een kleine twee jaar later is het markante bouwwerk naar ontwerp van de Italiaanse architect Renzo Piano, in het IJ-water terzijde van het Centraal Station, als het grootste wonder overgebleven. De wereld binnen de groenkoperen scheepsboeg, het wetenschapsmuseum, is dramatisch in de rode cijfers terechtgekomen. Dankzij een noodkrediet van het rijk en de gemeente Amsterdam kan het nog tot eind maart open blijven.

Terwijl de bewindvoerder werkt aan een toekomstplan melden zich gegadigden voor overname van NewMetropolis. Meer dan tien ondernemers zouden hun diensten al hebben aangeboden. Dat het Nationaal Centrum voor Wetenschap en Techniek, zoals het wetenschapsmuseum officieel heet, definitief dicht zal gaan lijkt dus niet erg waarschijnlijk.

Veel groter is de dreiging dat het een kermis wordt. Het zieltogende NewMetropolis is een educatief-recreatief museum. In die volgorde. De wetenschaps-educatie staat voorop. Willen de nieuwe exploitanten - vooral attractie- en evenementenbedrijven hebben zich gemeld - van NewMetropolis een financieel welvarende onderneming maken dan zullen zij vooral de recreatieve mogelijkheden uitbuiten van het opzienbarende gebouw tegenover het historische, open havenfront. De vrije markt zal NewMetropolis vrijwel zeker veranderen in een recreatief-educatief `museum'. Zo zal het wegdrijven van de ideële doelstelling waarmee dit instituut van nationale betekenis werd opgezet, namelijk `het in zo breed mogelijke kring bij personen en instellingen van alle leeftijden wekken van belangstelling en begrip voor ontwikkelingen op het terrein van wetenschap, technologie en industrie.'

NewMetropolis werd vooral met geld van de overheid gerealiseerd. Toen in 1995 tot de bouw werd besloten, gebeurde dat onder de strikte conditie dat de gemeente Amsterdam eenmalig aan de stichtingskosten zou bijdragen. Met een bedrag van 43 miljoen gulden, dat is opgelopen tot 47 miljoen. De ministeries van Economische Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen droegen samen nog eens 30 miljoen bij. Hoewel er geen wetenschapsmuseum ter wereld is dat zonder exploitatiesubsidie kan rondkomen, beweerden de deskundigen van NewMetropolis dat structurele overheidssubsidie voor dít museum overbodig zou zijn. Entreegelden, bijdragen van het bedrijfsleven en inkomsten uit horeca zouden voldoende bronnen van inkomsten opleveren. NewMetropolis was al een succes voordat het werd geopend. Een staaltje van die bekende Amsterdamse overmoed waar de gemeenteraad maar al te graag in geloofde.

Het is ook een blijk van principiële kortzichtigheid. Wetenschaps-educatie is een taak van de overheid en omdat wetenschaps-educatie bij NewMetropolis vooropstaat moet de overheid meebetalen. Dat mag je niet alleen door de vrije jongens van het attractiebedrijf laten opknappen.