Vredesoverleg Kosovo negeert de weerlozen

De mensen om wie het allemaal zou zijn begonnen, hebben niets te vertellen. Zij staren in het voorbijgaan troosteloos in de camera's. Vragen worden niet meer gesteld. De verslaggevers kennen het antwoord al. Het zijn Albanese vluchtelingen die voor de zoveelste keer een heenkomen zoeken voor het Servische geweld. Ondanks of juist wegens het vredesoverleg in Rambouillet zijn de Serviërs weer in de aanval gegaan. Hun excuus is dat het UÇK, het Kosovaarse guerrillaleger, het heeft voorzien op Servische agenten en burgers. Maar politie wordt geacht de daders te vatten, niet vervolgens zelf onschuldigen af te maken. De tragiek van de burgeroorlog is dat het gezag partij is geworden en buren elkaars doodsvijanden. De weerlozen zijn de echte slachtoffers. Zij zijn te midden van het moorddadige tumult aan zichzelf overgelaten.

Hoewel het vredesoverleg aan de weerlozen was opgedragen, waren zij niet in Rambouillet aanwezig. Als met hun belangen rekening was gehouden, was er nu een akkoord geweest dat de veiligheid van de Kosovaarse bevolking, Albanezen èn Serviërs, had verzekerd. NAVO-troepen zouden de strijdende partijen hebben gescheiden en ontwapend en andere internationale instanties de gelegenheid hebben geboden met de wederopbouw van Kosovo te beginnen. Maar het akkoord is ruim twee weken uitgesteld. Omdat de Serviërs de NAVO niet wilden toelaten, omdat de vertegenwoordigers van het UÇK geen genoegen namen met autonomie, omdat de bemiddelende Contactgroep in wezen te verdeeld was om de partijen de vrede op te leggen.

Het feit dat de leiders van met elkaar overhoop liggende bevolkingsgroepen de gezondheid van hun volgelingen ondergeschikt maken aan hun streven naar macht is geen nieuws. Het gemak waarmee Miloševic de Kroatische en Bosnische Serviërs opofferde aan een internationaal vergelijk dat zijn macht bezegelde, is alom geregistreerd, niet in het laatst door de geofferden zelf. Maar ook de Bosnische regering, bestaande uit de moslimleiders in die jonge staat, bekommerde zich niet om het lot van haar geloofsgenoten in het oorlogsgebied. Verdeeld als die regering was, bleef zij tot het laatst een obstakel voor het akkoord dat in Dayton zijn beslag kreeg en dat in Bosnië tenminste de wapens tot zwijgen bracht. De Kosovaarse afvaardiging in Rambouillet spiegelde zich zo bezien aan de Bosnische delegatie in Dayton.

Het drama van het uiteenvallende Joegoslavië is in Kosovo begonnen en is er nu, na een bloedige omweg via Slovenië, Kroatië en Bosnië, teruggekeerd. Joegoslavië zelf was het product van vredesoverleg na de Eerste Wereldoorlog. Het verval van de oude imperia maakte het ontstaan van nieuwe staten in Europa fysiek mogelijk. De bijbehorende ideologie werd geleverd door een wilsoniaanse leer van zelfbeschikking op basis van etniciteit. In feite stond Joegoslavië als veelvolkerenstaat haaks op die leer, maar het eerder vanuit Rusland geïntroduceerde pan-Slavisme leek voor samenhang te kunnen zorgen: Zuid(=Joego)-Slavië was voortaan het land van de Zuid-Slaven. Dat er, op het grondgebied van het voormalige Servische koninkrijk, ook nog Albanezen leefden werd niet als een onoverkomelijk obstakel beschouwd.

Totdat Slobodan Miloševic eind jaren tachtig in Kosovo een kans zag om de macht te grijpen. De communistische leer had als machtsmiddel afgedaan. De communistische partij in Kosovo werd geleid door Albanezen, de overgrote meerderheid in die Servische provincie. Miloševic beschuldigde de Albanezen van onderdrukking van de Servische minderheid en ging over tot zuivering van partijleiding en -kader. De door Tito verleende autonomie werd Kosovo afgenomen. Miloševic nam de leiding over in geheel Servië. Slovenen, Kroaten en, in Bosnië, moslims zagen de tekenen en splitsten zich af van het door de Serviërs gedomineerde Joegoslavië. De burgeroorlog was een feit.

De internationale gemeenschap wordt heen en weer geslingerd tussen twee polen. Formeel zijn internationale grenzen praktisch onaantastbaar verklaard en daarmee de staten binnen die grenzen. De achterliggende gedachte: te vaak zijn in het verleden grensconflicten en etnische tegenstellingen door grotere staten misbruikt om hun macht uit te breiden. Gewaarborgde grenzen, juist die van kleinere landen, bestendigen de relaties tussen de grootmachten. Maar sinds in het oude Joegoslavië de etnische tegenstellingen gewelddadige vormen hebben aangenomen, wenst de internationale gemeenschap zich daarmee toch te bemoeien. Met name de Europese landen vinden het onaanvaardbaar dat in een tijd van voortschrijdende Europese integratie aan de periferie de anarchie toeslaat. Die instelling beperkt zich niet tot de Balkan, maar door de burgeroorlog aldaar is het gebied wel in het middelpunt van Europa's zorgen terechtgekomen.

Hoezeer oude voorstellingen nog levensvatbaar waren bleek toen in 1991 Joegoslavië uiteenviel. De Duitsers werd verweten het voor hun oude vrienden, de Kroaten, op te nemen. Fransen en Britten konden van de weeromstuit historisch bepaalde loyaliteitsgevoelens met de Serviërs nauwelijks onderdrukken. De Russen haalden het oude paard van de Slavisch-orthodoxe broederschap van stal, hoewel de communist Tito in de communistische Sovjet-Unie jarenlang de grootste bedreiging had gezien. De arsenalen die klaar lagen voor een guerrillastrijd, mocht het Rode leger het broedervolk komen onderwerpen, leverden het Joegoslavische federale leger de wapens om eerst de Slovenen en vervolgens de Kroaten tot de orde te roepen. Tevergeefs overigens, dankzij het ingrijpen van de internationale gemeenschap.

De spagaat tussen het dogma van de staatssoevereiniteit en de onaanvaardbaarheid van doorziekende anarchie aan de periferie heeft ook de bemiddelaars in Rambouillet parten gespeeld. Maar het aangeboden compromis – autonomie voor Kosovo, formeel binnen het Joegoslavische staatsverband en gewaarborgd door een internationale troepenmacht – is noch voor de Serviërs noch voor de Kosovaren acceptabel. De Serviërs vrezen, niet zonder reden, dat van autonomie onafhankelijkheid komt, de Kosovaren, althans het UÇK, willen onafhankelijkheid nu. Het `vredesproces' in voormalig Joegoslavië is nog niet ten einde. Maar de weerlozen verwachten er weinig meer van. De leiders spelen tenslotte hun eigen spelletjes.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon