Verslonzing

Het was een wrange vraag, maar ze moest gesteld: wie krijgt morgen de kop?

We zaten met amper veertig mensen bijeen in de Marconizaal van het Mediapark in Hilversum. Iemand van de afdeling Hilversum van D66 moet in een aanval van bijna ziekelijk optimisme gedacht hebben dat de Hilversummers hun weg wel zouden vinden naar dit onherbergzame omroepoord, dat er 's avonds bij ligt als een dodenstad voor uitgerangeerde discjockeys. Nee dus. Er liepen alleen wat plaatselijke functionarissen van D66 rond, een paar journalisten en D66-minister Roger van Boxtel (Grote steden en integratiebeleid) en zijn staf.

Wat was de vraag ook weer? Wie krijgt morgen de kop? Ze werd gesteld door een D66'er in het panel dat zich boog over het thema: de verslonzing van Nederland en de rol van de media daarin. Panellid Andries Knevel van de EO wist meteen het juiste antwoord: de VVD. Die zou zonder twijfel de vette koppen van de kranten en de openingen van de tv-journaals halen met Dijkstals plannetje om de Bosniërs de deur te wijzen.

Het was nogal sneu voor Van Boxtel. Hij had op deze campagne-avond zó zijn best gedaan om nieuws te genereren. Een uitval naar de minister-president – dat is toch niet niks voor een minister. ,,De arrogantie van de macht'', schimpte Van Boxtel. En: ,,Kok liet zien waarin grote partijen klein zijn.'' Hij doelde op Koks bruuske afwijzing van het voorstel van minister Borst om een staatscommissie met het vastgelopen asielbeleid te belasten.

Melkert moest er ook aan geloven. Die zegt opeens stoute dingen over asielzoekers die Bolkestein al veel eerder zei.

Zo ging Van Boxtel nog een tijdje door. Hij is een interessante minister. Gedreven, alert en met een taalgebruik dat nog niet is aangetast door het Haagse virus. Hij praatte indringend over de problemen die op Nederland afkomen. Nederland is niet vol, zei hij, maar elk jaar 60.000 asielzoekers erbij – dat redden we niet, onze voorzieningen op het gebied van onderwijs en huisvesting zullen overbelast raken. We moeten strenger worden, vond hij, en de procedures rond asielzoekers binnen acht maanden afhandelen, zoals in onze buurlanden al gebeurt.

Helaas bleek Van Boxtel zo geobsedeerd door dit onderwerp dat `de verslonzing van Nederland' verder nauwelijks aan bod kwam.

Op de terugweg liet de NS me zonder uitleg meer dan een kwartier wachten op de stoptrein. Het waaide en het was koud en het enige wachthokje was een ontoegankelijke ruïne van glasscherven en resten van brandstichting. De kleine verslonzing – die is ook interessant.