Verlies Airbus door prijzenslag

Vliegtuigbouwer Airbus heeft vorig jaar 400 miljoen gulden verlies geleden door de ,,prijzenslag'' met zijn grootste concurrent, het Amerikaanse Boeing. Dat heeft het Britse defensie- en vliegtuigconcern British Aerospace (BAe) tijdens de publicaties van zijn jaarcijfers gisteren bekendgemaakt.

BAe heeft een aandeel van 20 procent in het Frans-Duits-Brits-Spaanse Airbus. Ondanks een lichte omzetdaling tot zeven miljard pond (ruim 22 miljard gulden) steeg de winst van BAe zelf met ruim 30 procent tot 685 miljoen pond.

BAe-topman John Weston zei dat een fusie tussen BAe en een Europees defensieconcern deel blijft uitmaken van de strategie, ondanks de voorgenomen overname door BAe van het Britse elektronicabedrijf GEC Marconi. Die overname wordt algemeen uitgelegd als een zware tegenslag voor de vorming van een Europese defensie-industrie, waarvan de Britse en Duitse regering grote voorstanders zijn.

DaimlerChrysler Aerospace (Dasa), de Duitse Airbus-partner, zag zijn kansen op een huwelijk met BAe vervliegen door de Brits-Britse overname. De Franse Airbus-partner Aérospatiale had op termijn bij BAe en Dasa willen aankoppelen en defensiebedrijven als Thomson en Matra zagen hun plannen voor een fusie met GEC sneuvelen.

BAe zegt dat Airbus op zichzelf gezond is en wijt de winstdaling aan de scherpe competitie met Boeing, dat zelf in 1997 ook voor het eerst verlies maakte. De winstdaling bij Airbus voert de druk op de Franse regering op om het staatsaandeel op te geven. Dat eisten Dasa en BAe al eerder.

De VS hebben kritiek op de Brits-Britse overname, omdat deze de kansen van Amerikaanse bedrijven op Britse defensiecontracten verminderen.