Verdwenen vrouwen, vervlogen dagen

Eén van de personages in Des inconnues, het nieuwe boek van Patrick Modiano, denkt terug aan de dichtregels die zijn overleden vriend graag citeerde: `Je me souviens/ Des jours anciens'. Het zou het motto kunnen zijn van het hele oeuvre van Modiano, die zich nu al dertig jaar, in bijna evenveel boeken, wijdt aan het in herinnering roepen van vervlogen dagen.

Aux jours anciens was ook de titel van een klein blauw boekje, dat de lezers van de Franse Elle deze zomer onder de doorzichtige wikkel aantroffen. Het blijkt één van de drie in Des inconnues gebundelde novellen te zijn. Aux jours anciens is een mooi, beklemmend, typisch Modiano-verhaal, gesitueerd in Annecy, in de Franse Savoie, aan het begin van de jaren zestig. Een zestienjarig meisje loopt weg uit het internaat, waar zij door haar moeder (`hard, opvliegend, met schuim op de lippen als ze kwaad werd') is opgeborgen. Haar vader overleed toen zij drie jaar was, waarna haar moeder vertrok `met een slager uit de buurt'. Het meisje verblijft de weekeinden bij haar tante, die als schoonmaakster werkt in enkele villa's aan het meer van Annecy. Op zoek naar sporen van haar vader, krijgt ze van één van zijn vrienden een paar dingen die hem hebben toebehoord, waaronder `een revolver, die hij in de oorlog gebruikte en daarna'. Het wapen komt haar goed van pas als een avondje baby-sitten op iets heel anders dreigt uit te lopen.

In Des inconnues geeft Modiano, net als in zijn vorige boek Dora Bruder (1997), de vrouwelijke hoofdpersoon herinneringen uit zijn eigen leven mee. Dit keer koos hij – voor het eerst – ook voor een vrouwelijke verteller: De `ik' is een vrouw. In drie titelloze monologen denken drie naamloze vrouwen terug aan een scharnierpunt in hun leven, aan de periode tussen kind- en volwassenheid, toen ze niet wisten waar ze vandaan kwamen en nog minder waar ze naar toe gingen. Het zijn meisjes uit de provincie, met een vaag ongelukkige jeugd, die ervan dromen mannequin of studente te worden en in Parijs hun grote liefde te ontmoeten. Ze bevinden zich in een vacuüm, los van verleden en toekomst, zwevend in ruimte en tijd, een gemakkelijke prooi voor mensen wier identiteit minder kwetsbaar of minder vluchtig is.

Het meisje uit het tweede verhaal (Aux jours anciens) krijgt te maken met seksueel geweld, de ik-persoon uit het derde verhaal sluit zich aan bij een vreemde sekte, `want om de eenzaamheid te doorbreken, ben je bereid alles te accepteren. Gidsen had ik nodig, om niet meer in mijn hoekje te zitten sterven van angst'.

Alleen het achttienjarige meisje uit het eerste (en beste) verhaal, dat, met het adres van een vage kennis in haar tas, Lyon verruilt voor Parijs, ontmoet mensen wier identiteit en verleden even vaag zijn als die van haarzelf. Ze vindt onderdak bij ene Mireille Maximoff en haar Russische, rum-cola drinkende echtgenoot – prachtige, licht-decadente personages met een schemerige, maar avontuurlijke achtergrond. Has beens worden deze types van Modiano wel genoemd. Via hen ontmoet het meisje Guy Vincent, schuilnaam van een joodse zakenman die in de tijd van de Algerijnse vrijheidsoorlog heen en weer reist tussen Frankrijk en Zwitserland. Het meisje begrijpt niets van de clandestiene ontmoetingen in hotellobby's en de uitwisseling van koffers. Vincents vader (`de consul van Peru') verdween spoorloos in de oorlog en zelf slaagde hij erin de Zwitserse grens over te steken. Het meisje ervaart haar leven als `een voortdurend vluchten' en voelt zich verwant aan deze Guy Vincent, `die, als je naast hem liep, van het ene op het andere moment kon verdwijnen'. Als dat uiteindelijk definitief gebeurt, blijft er weinig meer van haar over dan `une blonde non identifiée'. `Van die meisjes die uit de Seine of de Saône zijn opgevist en van wie men vaak zegt dat ze onbekend (des inconnues) of niet geïdentificeerd zijn.'

Onbestemd treurig en weemoedig voel je je na het lezen van Modiano's drie verhalen. En onder de indruk van de dromerig vervreemdende atmosfeer die de auteur met zijn sobere, filmische taalgebruik, vol beschrijvende details, weet op te roepen. Al vaak schreef hij over de angsten en onzekerheden van adolescenten en over volwassenen die moeten leven met een tekort aan herinneringen en een tekort aan toekomstperspectieven. Zoeken in de geschiedenis, zoeken naar het verleden, naar identiteit, naar de ander, het zijn vaste thema's in Modiano's oeuvre. In zijn universum heerst stilte en eenzaamheid; zijn personages uiten zich niet gemakkelijk, net zomin als de auteur zelf. Moeizaam antwoordde Modiano, ter gelegenheid van zijn nieuwe boek, op enkele vragen van de Nouvel Observateur. `Ik ben niet in staat pure fictie te schrijven', zei Modiano, `dus heb ik mijn eigen herinneringen vermengd met die van de vrouwen die ik in de jaren zestig heb ontmoet. Net als de vertelster uit het tweede verhaal, heb ik een verschrikkelijke tijd gehad in een pensionaat bij Annecy en ben ik, met de trein, ontsnapt naar Parijs. Net als het meisje uit het eerste verhaal, heb ik die troebele atmosfeer tijdens de Algerijnse oorlog geproefd. De zeldzame keren dat ik mijn vader heb gezien, was in Genève. Als zestienjarige jongen was ik in de hal van het hotel getuige van een mysterieus diplomatenbal. Leiders van de FLN (Front de la Libération Nationale) liepen er rond, sombere mensen met dassen, een vreemde atmosfeer. En net als in het derde verhaal heb ik, bij Annecy, volgelingen van Gurdjieff gekend. Het viel mij op dat het altijd wanhopige intellectuelen waren die zich lieten overreden om zich bij die sekte aan te sluiten.'

Sinds zijn debuut in 1968 luistert Modiano naar de echo van het verleden. In een creatief proces waarin waarheid en verbeelding door elkaar heen lopen, uit zich zijn (obsessieve) verlangen de herinnering vorm te geven. Hij vult de gaten op, suggereert beelden, geuren en geluiden, maakt van proza poëzie. Hij ontrukt verscheurde levens van lang verdwenen mensen en – in dit geval – onbekende en onbetekenende vrouwen aan de vergetelheid. Het leverde, wederom, drie beklemmend mooie verhalen op.

Patrick Modiano: Des inconnues. Gallimard, 156 blz. ƒ40,85