Tekeningen bij de Dokwerker

De kinderen van groep acht van de joodse basisschool Rosj Pina uit Amsterdam hebben gisteren meegedaan aan de herdenking van de Februari-staking. Die staking brak uit tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat de Duitsers op 22 en 23 februari 1941 joodse mensen in Amsterdam gevangen hadden genomen. Niet-joodse Amsterdammers kwamen daartegen in opstand: op 25 februari 1941 gingen ze staken. Bij het beeld de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein wordt ieder jaar herdacht dat ook niet-joodse mensen in Nederland zich verzetten tegen de Duitsers die de joden tijdens de oorlog opjoegen en vermoordden. Omdat de kinderen van de Rosj Pina school het beeld de Dokwerker geadopteerd hebben, doen ze jaarlijks mee aan de herdenking.

Gisteren ging de klas ook naar de Hollandsche Schouwburg. Dat was het gebouw in Amsterdam waar veel joden verzameld werden, voor ze naar de Duitse kampen werden gebracht, waar de meesten werden vermoord. De kinderen van groep acht hebben in de voormalige schouwburg gepraat met mevrouw R.C. Musaph-Andriesse. Zij moest van de Duitsers in 1942 met haar ouders naar kamp Westerbork. Ze was 15 jaar en ze wilde niet mee. Haar ouders gingen zonder haar, en werden vermoord. Mevrouw Musaph-Andriesse dook onder, maar dat was niet makkelijk voor een joods meisje van 15. Ze werd verraden en kwam uiteindelijk ook in kamp Westerbork terecht. Zij overleefde de oorlog, en heeft in het Jeugdjournaal in 1993 haar verhaal verteld. Omdat ze als 15-jarig meisje zelf haar verantwoordelijkheid moest nemen, sprak ze gisteren met de kinderen van de Rosj Pina school. Van te voren hebben ze het in de klas ook over die beslissing en de jodenvervolging gehad, vertelt juf Marion Blok. De kinderen hebben ook tekeningen gemaakt, die gisteren bij het standbeeld van de Dokwerker, het symbool van verzet tegen de jodenvervolging, zijn gelegd.