Sleutel tot de nouvelle vague

De filmgeschiedenis kent maar weinig debuten met de invloed en de reikwijdte van Les quatre cents Coups. Misschien Orson Welles' Citizen Kane, maar dat was niet het begin van een nouvelle vague.

François Truffaut (1932-1984) was 26 toen hij met de opnamen begon en had al een heel leven achter zich. Op een van de eerste draaidagen overleed zijn zelfverkozen pleegvader, de filmtheoreticus André Bazin, die de jonge Truffaut uit tuchtscholen en militaire gevangenissen had bevrijd en gestimuleerd om vorm te geven aan zijn passie voor literatuur en cinema. Vanaf zijn dertiende keek en las Truffaut als een bezetene; op z'n twintigste werd hij een hemelbestormend filmcriticus, bedenker van de term cinéma de papa, pleitbezorger van meer authenticiteit en oprechtheid in film, zoals die te vinden was in het werk van de `auteurs' van de Amerikaanse B-film.

Met Les quatre cents Coups bewees Truffaut zijn theorie in praktijk om te kunnen zetten. Op het festival van Cannes maakte deze eerste film van de nieuwe golf van Franse filmmakers, die allen net als Truffaut publiceerden in het maandblad Les Cahiers du Cinéma, grote indruk. Gedraaid op straat in een semi-documentaire stijl, maar zonder de intellectuele en formeel vernieuwende pretenties van zijn kompanen Godard, Chabrol, Rivette en Rohmer, liet Les quatre cents Coups zien dat een film ook over het echte leven kon gaan. Pas veel later, na de dood van Truffaut en van zijn ouders, die hij altijd heeft willen beschermen door rookgordijnen op te trekken rond het autobiografische gehalte van de film, zou blijken dat er nauwelijks een scène in voorkomt die de regisseur niet zelf heeft meegemaakt.

Tot in de kleinste details valt Truffaut samen met zijn alter ego Antoine Doinel, ook in vier latere, relatief minder autobiografische films gespeeld door Jean-Pierre Léaud (dertien in 1958): opgevoed door zijn grootmoeder, gehaat door zijn moeder omdat zijn vader zijn vader niet is, wanhopig op zoek naar liefde en geborgenheid, die hij vindt in de bioscoop en in de literatuur.

Les quatre cents Coups was een manifest, een hartekreet en een bekentenis. De film is minder verouderd dan de debuten van Godard en Rohmer, en blijkt bovendien een tamelijk complete sleutel tot het leven van Truffaut, een klassiek voorbeeld van het verband tussen cinefilie, het Oedipuscomplex en tomeloze vrijheidsdrang en ambitie.

Truffauts woede tegen de incompetentie van vaders en de emotionele onmacht van moeders had zin, al was het maar omdat hij daarna een kwart eeuw lang al zijn liefde kon investeren in een imposant oeuvre, dat op zijn beurt velen leerde van film te gaan houden.

Les quatre cents Coups (François Truffaut, Frankrijk, 1959), BBC2, 01.05-02.40u.