Skiën: gaan of niet gaan?

Na de lawines is er voor velen met plannen nu het dilemma: gaan we skiën of blijven we thuis?

Dinsdag 11.26 uur. Gaan of niet gaan?

Vrienden die er nu zitten melden de hele week te hebben zitten rummycuppen, terwijl de sneeuwstorm buiten voortraasde. Heerlijk, met twee tienerzonen die zich stierlijk vervelen, in een appartementje van tien bij vier en te weinig schone sokken in voorraad.

Maar er waren wél twee liften open, twee van de tientallen weliswaar, maar toch, de diehards hebben kunnen skiën. Met een ijsmuts op en een sneeuwbril. Als je in de lift stilzit, op weg naar boven, prikken de sneeuwvlokjes als speldjes in je bevroren wangen en als je begint te huilen, schuurt het op je kin. En het belooft voor de rest van de week weinig goeds. Er is nog steeds lawinegevaar, een gevaarlijke fase, zegt de ANWB.

Woensdag 15.25 uur. Gaan of niet gaan?

De bus rijdt natuurlijk wel gewoon. U krijgt uw geld dus niet terug, zegt het meisje van het reisbureau. Maar ze weet niet of er, eenmaal op de plek aangekomen, geskied kan worden. Daar gaat het meisje niet over. Er is alleen geboekt voor vervoer en dat gaat door.

Woensdag 16.15 uur. Het VVV in Châtel op de Frans-Zwitserse grens – onze mogelijke plek van bestemming – legt in ratelfrans uit dat het nu slecht weer is, maar dat het aan het einde van de week weer beter wordt. En de komende week? Want dan wilden we gaan. Uit de waterval is vaag op te maken dat dat niet voorspeld kan worden. Of toch wel? Ruzie met partner over wat de dame heeft heeft gezegd.

Donderdag 21.15 uur Gaan of niet gaan?

De reisgenoten dringen aan op `gaan'. Als we niet kunnen skiën, kunnen we gaan lezen, en uit eten. Je schijnt daar ook heerlijk te kunnen racletten, iets met kaas en aardappels. En dat heb je toch ook niet in Nederland.

Vrijdag 10.00 uur. De vrienden ter plaatse bellen andermaal. `Ga maar', zeggen ze. Het is ineens heel mooi weer geworden en het lawinegevaar staat niet meer op teletekst. En morgen wordt het ook mooi, zei de skileraar. De zon schijnt en de sneeuw is natuurlijk heerlijk, na alles wat er gevallen is. Moeders en vaders komen om de beurt aan de telefoon. Niet gaan, luidt het advies, want daarvoor hebben we je niet grootgebracht, toch? Om roemloos in een lawine onder te gaan. Dan ga je toch in april. Als de sneeuw gesmolten is.

Vrijdag 11.22 uur. We gaan. Misschien komen we vast te zitten, misschien staan we in Duitsland al vast. Maar we nemen sokken mee en brood en er is een toilet in de bus. Ja mam, we gaan dus. De bus vertrekt om 15.45 uur en skiën is heerlijk. We zien er eigenlijk tegenop. We blijven liever thuis.

REPATRIËRINGEN: pagina 3