Shakespeare leeft

Gisteren is de film `Shakespeare in love', naar een script van Marc Norman en Tom Stoppard, in Nederland in première gegaan. Iets eerder verschenen een biografie van de toneelschrijver en een studie waarin alle interpretaties van zijn oeuvre van de laatste decennia met de grond gelijk worden gemaakt. Zowel de film als de boeken drijven ons terug naar de bron: het werk van Shakespeare zelf.

De scène is verrukkelijk. Midden in de film Shakespeare in love, bij het gloren van de dageraad, in de slaapkamer van de adellijke Viola De Lesseps, zegt de jonge edelvrouw tegen haar minnaar William Shakespeare, jong acteur en toneelschrijver: `This is not life, Will. It is a stolen season'. De idyllische, maar illegale verliefdheid tussen de rijke erfgename en de laaggeboren dichter is te mooi om waar te zijn. Maar toch liggen ze in elkaars armen.

Ondertussen staat het echte leven achter de slaapkamerdeur. In de gedaante van Viola's toekomstige echtgenoot: Lord Wessex, van wie ze niet houdt maar met wie ze wel dient te trouwen. Wessex wacht op haar om haar mee te nemen naar koningin Elisabeth. Hij wil haar voorstellen aan `The Virgin Queen'. Shakespeare vermomt zich snel als kamermeisje, en gezamenlijk gaat men op pad. Aan het hof wordt al gauw gediscussieerd over theater, de passie van zowel Viola als Elisabeth. De koningin meent dat de liefde nooit overtuigend op het toneel kan worden gebracht: `they make it pretty, they make it comical, or they make it lust. They cannot make it true'. Viola denkt aan Will. Die kan dat wel. Maar ze kan niets zeggen. Wessex wil er om wedden. Wie waagt er geld in te zetten op ware toneelliefde? Het vermomde kamermeisje roept: `fifty pounds!', geen gering bedrag destijds.

Zo komt Shakespeare aan zijn startkapitaal. Althans dat suggereren Marc Norman en Tom Stoppard in hun script. Want daarin wint Shakespeare die weddenschap uiteindelijk met zijn Romeo & Juliet uit 1593, het jaar waarin de film speelt.

Een huwelijk met Viola blijft onbereikbaar. Maar de auteur heeft zijn muze gevonden, juist door haar in het werkelijke leven te verliezen.

Shakespeare in love is een geestige, ontroerende en cynische komedie. De film heeft daarmee veel weg van Shakespeare's eigen meesterwerken in dat genre: A Midsummer Night's Dream, As You Like It en Twelfth Night. Maar voor alles laten Norman en Stoppard in hun script zien wat Shakespeare met de literatuur heeft gedaan: haar tot leven brengen. Ze gebruiken daartoe Shakepeare's eigen Romeo & Juliet.

In Shakespeare in love is Will bezig met een nieuwe productie: `Romeo & Ethel, the pirate's daughter', een komedie van vergissingen. Maar het schrijven wil niet vlotten. Tot hij Viola ontmoet, die in haar onbedwingbare lust om zelf aan theater te doen, zich verkleed als jongen aanbiedt (op de bühne werden vrouwenrollen vrijwel altijd door jongens gespeeld) en de rol van Romeo krijgt. Will ontdekt haar geheim, wint haar hart en schrijft in plaats van de komedie Romeo & Ethel een tragedie: Romeo & Juliet.

Je zou kunnen zeggen dat Norman en Stoppard op Shakespeare parasiteren, als dat niet zo'n vervelend woord zou zijn. Maar eigenlijk is het script een subtiel commentaar, niet alleen op Romeo & Juliet maar ook op met name Twelfth Night, met zijn wisselingen van geslacht en onderdrukte identiteit. Het is bovendien een commentaar dat getuigt van groot inzicht in en navenante liefde voor Shakespeare en zijn theater.

Hoe werkt dat commentaar? Aan het begin van Romeo & Juliet is Romeo een beetje een sukkel. Volkomen geconditioneerd door de tradities van de Hoofse Liefde, kweelt hij als een minnaar in de stijl van Petrarca gemeenplaatsen over zijn verheven vriendin Rosaline, bij wie hij, zoals dat hoort in de Hoofse Liefde, natuurlijk geen gehoor vindt. Maar dan volgt de blikseminslag. Als hij Juliet ziet, is hij meteen geveld. De eerste woorden die zij tot elkaar spreken, zijn door Shakespeare gevat in de vorm van een sonnet, toen de traditionele literaire vorm voor een geconditioneerde liefde. Maar naarmate het stuk vordert, blijkt dat hun liefde te groot is voor sjablonen. Steeds nadrukkelijker laat Shakespeare deze traditionele beelden en literaire wendingen varen voor hoogst vernieuwende en originele poëzie. Een poëzie die verpletterend authentiek klinkt, zo authentiek dat hij onsterfelijk is geworden. Maar juist die authenticiteit bezegelt hun lot. Want minnaars leven ook in een echte wereld. En die is vijandig en cynisch. In Shakespeare's sadistische universum kan de liefde niet duren.

Niet alleen volgen Norman en Stoppard de lijnen van dit plot, ook werken ze de ontegenzeggelijk komische elementen uit Romeo & Juliet om. Wat als een komedie (Ethel the Pirate's Daughter) begint, wordt gaandeweg de tragedie met Juliet. Maar het allerbelangrijkste, Norman en Stoppard dramatiseren die subtiele lijn uit Shakespeare's stuk waarin de poëtische gemeenplaatsen een nieuwe, vrije en sublieme poëzie worden. Niet alleen Romeo gaat er als persoonlijkheid op vooruit. Het is vooral het karakter van Juliet dat tot een innerlijk leven wordt gewekt zoals toen nog niet in de Westerse literatuur was vertoond. Het vermogen van de auteur Shakespeare om dit te verwoorden, vindt in het script zijn beslag in de door Will gewonnen weddenschap. De dramatische ironie van Viola (`this is not life, Will') is cruciaal. De Kunst heerst in Shakespeare in love omdat in Romeo & Juliet Shakespeare de Kunst, dat wil zeggen de poëtische traditie met haar gemeenplaatsen, naar het leven toebrengt. Hij confronteert de poëtische liefde met het leven met alle tragische consequenties vandien en wekt zo de Kunst tenslotte tot leven.

Je kunt dat interpreteren als een weergave van de bevrijdende macht van de liefde die een writer's block opheft en de weg naar de sterren toont. Zonder die romantiek zou de film wegens gebrek aan financiers waarschijnlijk nooit gemaakt zijn. Maar ik denk dat het subtieler ligt: Shakespeare in love toont niet het leven maar de macht van Shakespeare. Shakespeare in love is geen biografische schets van een beroemde dichter, maar een ode aan het theater en de literatuur. Zoals Amadeus van Peter Schaffer en Milos Forman niet het leven van Mozart verbeeldde, integendeel, maar iets zei over de muziek van de componist.

Toch zijn de meeste personages, plaatsen en historische omstandigheden in het script van Norman en Stoppard niet verzonnen. Ze lijken nadrukkelijk geput te hebben uit Samuel Schoenbaum's Shakespeare's Lives (herziene druk 1991). Schoenbaum presenteert in dit boek het feitenmateriaal, dat nogal karig is en veel lacunes bevat, in een geconcentreerde inleiding, waarna hij beschrijft hoe biografen in later eeuwen dit feitenmateriaal zijn gaan manipuleren.

De respectabele academicus Park Honan heeft de karige feiten, waaraan de laatste jaren nogal wat is toegevoegd, nu tot één verhaal gesmeed: Shakespeare. A life.

Shakespeare werd zoals bekend in 1564 in Stratford upon Avon geboren. Hij overleed daar, na vervroegde uittreding uit de theaterwereld, in 1616. Zijn vader was een ambitieuze handschoenenmaker die lokale politiek bedreef. Honan schetst Shakespeare's scholing. Van zes uur 's morgens tot zes 's avonds was het Latijn lezen, spreken en schrijven. Hij schildert de leefwereld in Stratford en zijn huwelijk met de oudere en al zwangere Ann Hathaway waaruit drie kinderen werden geboren. Eén van de kinderen was Hamnet, op zijn elfde jaar overleden en wie weet een bron voor Hamlet. De spelling lag in die dagen namelijk nog niet vast, zoals ook blijkt uit de verschillende manieren waarop Shakespeare documenten heeft gesigneerd, voor sommigen overigens reden om te geloven dat iemand die niet kon spellen natuurlijk nooit al die meesterwerken kon hebben geschreven en Shakespeare dus een pseudoniem was of nooit bestaan had.

Door Honans goed gedocumenteerde aandacht voor met name de sociaal-economische en de culturele achtergrond komt Shakespeare uitgebreid en verantwoord in perspectief te staan. Verantwoord wil in dit geval zeggen voorzichtig, want Honan betoont zich met de schaarse en elkaar voortdurend tegensprekende gegevens zeer behoedzaam. Zo blijft de homoseksuele ondertoon van de sonnetten, die hij waarschijnlijk heeft opgedragen aan een jonge mannelijke mecenas, enigszins impliciet.

Die homoseksualiteit, die vermoedelijk aan de orde was in de jaren waarin Shakespeare in love speelt, kwamen Norman en Stoppard echter niet van pas. Alleen al daaruit blijkt dat hun script geen werkelijk biografische bedoelingen heeft. Ook andere aspecten die Honan naar voren brengt, schetsen een totaal andere Shakespeare dan Norman en Stoppard doen. Volgens Honan moet Shakespeare een boekenwurm zijn geweest, een overblijfsel van zijn grondige grammarschool. Ook zijn soms rigoureuze zakelijke inzicht en zorg voor zijn erfgoed – Shakespeare bleef in zijn Londense jaren elk jaar naar Stratford terugkeren, waar hij fervent procedeerde, kocht en verkocht – zijn sociale ambitie, zijn driftbuien en vooral zijn achtergrond als schoolmeester in Lancashire springen in de film niet in het oog.

Wel neemt de rivaliteit met andere toneelschrijvers uit Elisabethaans Londen een belangrijke plaats in. Zoals die met Robert Greene die Shakespeare een `upstart crow, beautified with our feathers...a shake-scene...and Joannes factotum' noemde. Of die met Christopher Marlowe, Shakepeare's grootste rivaal. Marlowe is de grote man van het theater. Shakespeare's ster moet nog rijzen. Als Will voor het eerst Viola ziet op een bal (zie Romeo & Juliet) wordt hij agressief benaderd door Wessex en geeft dan in paniek een valse naam op: die van Kit Marlowe. Als Marlowe later gedood wordt in een kroegruzie (een historisch incident, later door Shakespeare herdacht met de woorden `a great reckoning in a little room'), denkt Shakespeare dat dit in opdracht van de jaloerse Wessex is gebeurd, en dat hijzelf dus indirect verantwoordelijk is voor de dood van zijn held en rivaal.

Aan de oppervlakte verwijst deze gang van zaken naar een plotlijn in Romeo & Juliet. Op een symbolisch niveau wordt hier de hoofdstelling uitgewerkt van een invloedrijke studie uit 1973: The anxiety of influence. Die these was dat Shakespeare de invloed van Marlowe, die verschrikkelijk goed was en in het script de jonge auteur zelfs handige tips geeft, gewelddadig van zich af heeft moeten schudden voor hij zijn eigen stijl kon vinden. Daarbij was de dood van Marlowe hem behulpzaam. Shakespeare heeft Marlowe historisch overschaduwd, uit de weg geruimd zou je kunnen zeggen. In overdrachtelijke zin, natuurlijk. Maar bij Stoppard wordt het een feit.

De auteur van The Anxiety of influence is Harold Bloom, een zwaargewicht in de Amerikaanse literaire kritiek. Bloom heeft afgelopen najaar, in de nadagen van zijn carrière, zijn magnum opus over Shakespeare gepubliceerd: Shakespeare: the invention of the human. Het is met zijn 786 bladzijden een reusachtig werk geworden, ook wat betreft de pretenties en reikwijdte.

Bloom hanteert een vorm die tegenwoordig door een ijstijd van ons gescheiden is. Kritiek is voor hem esthetica. Zijn grote voorbeeld is niemand minder dan dr Samuel Johnson, de achttiende-eeuwse peetvader van de Engelse literatuurkritiek. Dat is verfrissend in een tijd die voortdurend onveilig wordt gemaakt door wat hij met smaak de `school of resentment' noemt, de `commissars of gender and power'. Kortom door critici die de theorie prefereren boven de literatuur zelf, die Shakespeare veroordelen als een instrument in handen van imperialisten, die hun eigen moralisme laten prevaleren boven de schoonheid, diepte en tijdloosheid van Shakespeare's werk.

Blooms tirades tegen de scheppers van geesteswetenschappen en `culturele studies', tegen de barbaren die de monsters van Freud en Marx loslaten op Shakespeare's weerloze schapen, tegen de structuralisten en de Foucaults, zijn een verademing voor wie te maken heeft met de benauwende atmosfeer van de moderne universiteit. Maar er is één probleem: Bloom wordt zó boos dat hij, als een in toorn ontstoken King Lear, dreigt te ontsporen. Hij is zich daarvan bewust, getuige zijn bekentenis: `the problem with reacting to resenters is that I sometimes hear the voice of my late mentor, Frederick A. Pottle, of Yale, admonishing me: Mr. Bloom, stop beating dead woodchucks!'

In plaats van het naar binnen werken van de rauwe kost van onverklaarbaar wetenschappelijk jargon, beveelt Bloom een andere methode aan: ga op in Shakespeare's tekst, lees en probeer te begrijpen. Geen wonder dat zijn boek geen index of bibliografie bevat. Lezen en verklaren, doet Bloom als een ouderwetse professor. Hij dompelt zichzelf en de lezer onder in talloze passages en geeft verfijnde of briljante, soms eenzijdige en regelmatig monomane uitleg bij zijn hoofdstelling. Die stelling is, schrik niet, dat Shakespeare niet alleen de kunst tot leven heeft gebracht maar dat hij, bij de conceptie van het realisme van zijn karakters – met name bij die van Falstaff, Hamlet en Cleopatra – onze moderne sensibiliteit, de mogelijkheid tot verinnerlijking, tot psychologisch `zijn', heeft ontdekt. Want de diepte van zijn karakters en het bestaan van fictieve personages die ook buiten de tekst een zelfstandig leven kan leiden in de geest van de lezer, zoals aantoonbaar het geval is bij Hamlet of Falstaff, bestonden vóór Shakespeare niet. Daarom heeft Shakespeare volgens Bloom een seculiere Heilige Schrift geschreven, waar wij een groot deel van onze taal, onze denkwereld en onze iconen aan danken. Nu ben ik, met Bloom, een vereerder van Shakespeare. Maar ik moet bekennen dat de provocaties van Bloom om Shakespeare toe te voegen aan de reeks Jahweh, Socrates, Christus (in plaats van aan de reeks Homerus, Sophocles, Plato, Vergilius, Dante) me niet overtuigen en dat de herhaling van die provocaties me ergerde. Misschien wekt hij die irritatie bewust op. Want het is onmiskenbaar dat men door Bloom geprikkeld, of beter, gestimuleerd wordt te herlezen en te herinterpreteren. Het is eveneens onmiskenbaar dat Bloom genot verschaft door Shakespeare te openbaren, mede door zijn eigen, niet onaanzienlijke gevoel voor humor. Maar bijna alles in zijn boek, en dat is heel veel, is overtuigender dan het drammen op zijn stelling over `the invention of the human'.

Een literaire tekst is een middel om de `werkelijkheid' van de kunstenaar over te dragen op zijn publiek. Het is, in ieder geval in de Renaissance, een sleutelgat waarachter je een wereld ziet waarvan je de contouren die buiten dat kleine beeldvlak vallen kan reconstrueren. Hoe beter de positie van het beeld is gekozen, hoe beter het reconstrueren gaat. Maar de toeschouwer/lezer kan niet reconstrueren wat nog niet bestaat. Shakespeare heeft voor dat sleutelgat een soort groothoeklens ontworpen, waardoor je veel meer kan waarnemen dan voorheen, en met een lichtsterkte waardoor je ook veel beter kunt zien. De wereld achter die lens is rijk en vreemd, ironisch, cynisch en humaan.

Shakespeare moet een bijzonder mens zijn geweest om dat te kunnen laten zien. En geniaal om de techniek daarvan zo revolutionair te veranderen. Dat hij een warme, receptieve, introspectieve en hyperintelligente persoonlijkheid moet zijn geweest, ja. Maar `the invention of the human', nou nee. Want die `menselijkheid' was er al. In Homerus kun je haar al vinden, in al haar ongelikte rijkdom. Wel lijkt Shakespeare de grootste. Maar niet omdat hij ons, als God, bedacht heeft (en nu in Bloom zijn profeet heeft gevonden) maar omdat hij ons (misschien het meest van alle groten) zo met zijn karakters verrijkt heeft.

Geheel in stijl met Blooms hekel aan moderne wetenschap, is zijn afkeer van moderne opvoeringen van Shakespaere's stukken. Na Ralph Richardsons Falstaff uit 1946 had Bloom (toen 16 jaar) het wel gehad. Het meeste wat daarna kwam, omschrijft hij als `a brutal disaster'. Hij heeft gelijk wanneer hij het belang van het lezen van Shakespeare benadrukt. Maar je moet Shakespeare ook zien en meemaken natuurlijk, hoe slecht soms ook uitgevoerd.

Zal Bloom op Shakespeare in love reageren? Misschien troost het hem dat Norman en Stoppard van pikken zonder bronvermelding worden beschuldigd (uit een obscure roman No bed for Bacon van Caryl Brahms uit 1941). Hoewel, Shakespeare bedacht zijn plots ook nooit zelf. Wellicht betoont Bloom zich, als de ware Falstaff die hij zelf beweert te zijn, joviaal en maakt hij er een leuke avond van. Het script is immers, net als zijn boek, scherp en geestig. Film én tekst kunnen een stimulans zijn om terug te gaan naar de bron.

Harold Bloom: Shakespeare. The invention of the human. Fourth Estate, 786 blz. ƒ99,50 Park Honan: Shakespeare. A life. Oxford University Press, 479 blz. ƒ99,50

Marc Norman & Tom Stoppard: Shakespeare in Love. A screenplay. Faber, 144 blz. ƒ34,05