Rotterdam onderzoekt falen diensten

Het Rotterdamse gemeentebestuur gaat de controle op gemeentelijke diensten en bedrijven verscherpen. De raad besloot daar gisteren toe, na een debat over het falen van een groot automatiseringsproject bij het Rotterdamse Ontwikkelingsbedrijf (OBR).

Eerder deze week kondigde de gemeente een extern onderzoek aan bij de Dienst Gemeentelijke Belastingen (DGB), waar een nieuw automatiseringssysteem grote tekortkomingen vertoont.

Het OBR begon in 1993 met de invoering in vijf jaar van het computerprogramma Obris, waarvan de kosten waren begroot op 2,4 miljoen gulden. Vorig jaar maart, nadat negen miljoen was uitgegeven, bleek het systeem een totale flop. Pas toen werd de verantwoordelijk wethouder H. Kombrink op de hoogte gesteld. Kombrink schakelde prompt een extern onderzoekbureau in dat vaststelde dat het OBR-management volledig had gefaald.

Het OBR had de extra kosten weggewerkt in zijn boekhouding. Ex-directeur G. Beijer van het OBR vond de extra uitgaven die zich van jaar tot jaar voordeden ,,marginaal en gemakkelijk inpasbaar''. De raad vond dit ,,laakbaar en ergerniswekkend'', maar was het erover eens dat Kombrink geen verwijt kon worden gemaakt. Hijconcludeerde dat ,,extra dijkbewaking'' nodig is, te meer omdat de OBR-flop niet de enige is.

Bij de belastingdienst (DGB) komt eveneens een extern onderzoek naar een nieuw computersysteem (kosten 5,8 miljoen) dat vorig jaar is ingevoerd. Het vertoont allerlei tekortkomingen, met als direct gevolg dat geen aanslagen kunnen worden verstuurd noch geïnd. Het systeem kan de mutaties van de dienst burgerzaken van het stadhuis, ongeveer 50.000 per jaar, niet verwerken. ,,Een onbegrijpelijke omissie'' aldus een woordvoerder. De vertragingen kosten de gemeente voorlopig een miljoen gulden per maand aan renteverlies. De gemeentelijke rekenkamer zoekt uit waarom de begroting van de gemeentelijke reinigingsdienst in 1997 met 23 miljoen werd overschreden. Het tekort bedroeg 45 miljoen, het dubbele van het begrote tekort.