Rotstreken van rotzakken

Natuurlijk is die regisseur een misdadiger, of een gevaarlijke gek. Hij ziet drie kinderen in een boom waarvan twee er bijna uitvallen en dan krijgt hij een idee. Wat voor idee weten we niet precies, maar het gaat om een scène in zijn film, waarin wespen voorkomen, hele zwermen. Hij vraagt allercharmantst toestemming aan de ouders van de kinderen om hen als figuranten te mogen huren en als het tienjarige meisje hem vraagt of ze echt niets hoeven te zeggen (dat durft ze niet) zegt hij glimlachend `Helemaal niks', maar hij denkt bij zichzelf: `Je hoeft alleen maar te gillen'. Waarom zijn de ouders van tienjarige Edith en dertienjarige Isa en de vader van dertienjarige Finn zo stom om toestemming te geven dat hun kinderen nog een week lang bij de filmploeg in het hotel blijven?

Abbing & Van Cleeff hebben weer toegeslagen. Hun derde kinderthriller heet Wespeneiland en binnen de kortste keren voelt de lezer het hart alweer bonzen van spanning. Dat eiland Darskyl, een noordelijk eiland met rotsen en leegte, is wel erg verlaten, en het hotel waarin de kinderen logeren lijkt gerund te worden door spoken. Je ziet er althans niet veel mensen. Wel veel wespen.

Behalve de regisseur met de innemende glimlach lopen er wat totaal onverschillige cameramensen rond, en de jaloerse filmster Claudia zwikt er doorheen op te hoge hakken. Zij haalt een paar rotstreken uit – maar rotstreken zijn geen misdaad. Er is iets anders. Iets gevaarlijkers. Maar wat?

Abbing & Van Cleeff zijn goed in het opbouwen van spanning. Ze maken met een paar kleine voorvallen duidelijk dat er echt gevaar dreigt, niet een of ander abstract iets, maar een dreiging met lichamelijke verminking of dood. De kinderen staan er alleen voor, dat was in hun eerste twee boeken zo en dat is nu weer zo. En wat moeten kinderen tegen misdadigers beginnen?

De personages, twee zusjes en twee jongens zijn echte kinderen. Ze zijn bang als dat logisch is, een is zelfs erg bang voor wespen, ze zijn stoer als dat voor de hand zou liggen, ze doen soms kattig of bazig tegen elkaar of ze vinden elkaar stilzwijgend erg leuk. Dat is allemaal natuurlijk, wat bijdraagt tot de spanning. Wat ook prettig is, is de trefzekere stijl van de schrijfsters - goede zinnen, zinvolle details, vaart.

Toch is dit Wespeneiland niet helemaal zo goed als Abbing & Van Cleeffs vorige twee boeken Struisvogelkoorts en De zwarte rugzak. Komt dat omdat het onwaarschijnlijker is? Het grote complot in Struisvogelkoorts was ook niet zo waarschijnlijk. En dan, er is zoveel onwaarschijnlijk wat toch gebeurt. Het ligt er natuurlijk wel aan hoe het gebeurt. De krankzinnig jaloerse man uit De zwarte rugzak was misschien ook enigszins doorgeslagen, maar dat maakte hem nu juist zo gevaarlijk. De misdadiger achter dit verhaal slaat iets te vlot aan het moorden, om een ideaal waarvan het belang niet helemaal in te zien is.

Bovendien zit de plot wat minder goed in elkaar – een kind dat zonder enige reden wakker wordt met het dringende gevoel dat ze onmiddellijk iemand moet gaan redden, een koelbloedige moordenaar die direct reageert op een kinderbriefje, iemand die in een verspreking een al te verschrikkelijke waarheid onthult, eenvoudige jaloezie die tot levensbedreigende wraaknemingen leidt – dat is allemaal wat ruw. Het zou soms subtieler kunnen. Bovendien blijven de personages, vooral de jongen Finn, wel erg buitenkantig. Finn vliegert en hij eet graag en schrokkerig, verder komen we niets over hem te weten. Over David, die zijn ouders verloren heeft ook niet veel meer dan dat. Het is minder duidelijk dan in de vorige boeken wat te kinderen eigenlijk bezielt – maar de twee meisjes, vooral de jongste, zijn wel overtuigend.

Wat geraffineerd gedaan is, zijn de vele valse verdenkingen en foutieve geruststellingen waarmee we bestookt worden. Schurken en goeden laten zich niet zomaar op grond van aardigheid of wereldvreemdheid onderscheiden. En de ene dreiging is een stuk gevaarlijker dan de andere, maar daar komt men pas na een poos achter.

Ach, Wespeneiland is een heerlijk boek, met stoere meisjes en aardige jongens, met onbegrijpelijke eerzucht en bittere jaloezie, allemaal op een prachtig eiland, allemaal vreselijk spannend. Het is alleen maar dat Abbing & Van Cleeff twee keer eerder al zó goed waren dat de verwachtingen nu flink hoog liggen. Maar teleurgesteld hoeft men zeker niet te zijn.

Abbing & Van Cleeff: Wespeneiland. Leopold, 189 blz. ƒ29,90