Roem en glorie II

Er is nog iets waarvan de monumenten geen melding maken: de verbroederingen. Al met Kerstmis 1914 werden overal langs het front incidenten gemeld waarbij vijandelijke soldaten samen zongen en uit de loopgraven kwamen om met elkaar het glas te heffen. Later kregen de verbroederingen een politieke toon. In 1917 vielen aan de Chemin des Dames in korte tijd meer dan honderdduizend doden, zonder dat er iets was bereikt, en nog wisten de generaals niet van ophouden. Sommige Franse regimenten marcheerden naar het front, blatend als schapen voor het slachthuis. De Engelsen spraken openlijk over hun opperbevelhebber Haig als `de slager van de Somme'. De Duitsers kalkten op hun fronttreinen: `Wilhelm en zonen, slachtvee'. De Franse soldaat Louis Barthes beschrijft in zijn oorlogsdagboeken een toenemende opstandigheid: Duitse en Franse soldaten die vanuit de loopgraven samen de Internationale zingen, bevelen die worden geweigerd, muitende eenheden die vervolgens door de eigen artillerie worden verpulverd.

Hier zijn veel slagvelden nu nog onbegaanbaar. Tot voor kort wilde er niets groeien, behalve taaie dennen uit Canada. Het Ossuarium van Douaumont rijst uit de mist in volle lelijkheid. Het grijze gebouw, zo groot als een middelbare school, bergt de botten van ruim 130.000 gesneuvelden. Door kleine raampjes aan de achterkant kun je ze zien liggen. Hier en daar heeft een ordelijke geest ze netjes opgestapeld: dijbenen bij dijbenen, ribben bij ribben, armen bij armen, hoofden bij hoofden, precies zoals het hoort. Het geheel is van een ongekende eenzaamheid.