Ramses de Tweede in vijf delen

Ongenaakbaar wordt hij afgebeeld: zijn krijgsgevangenen houdt hij achteloos met één hand in bedwang, rondom hem liggen de wapens van de vijanden opeengehoopt. Achter hem zien we een lugubere, torenhoge stapel van de afgehakte handen en geslachtsdelen van zijn vijanden.

Farao Ramses II (1304-1212 voor Christus) had gezegevierd in de slag bij Kadesj tegen de Hetieten en dat wilde hij zijn volk laten weten ook. Talloos zijn de reliëfs waarop hij, gezeten in zijn strijdwagen, als een tornado door de vijandelijke linies raast. De Hetietische infanteristen worden als kakkerlakken vertrapt onder de hoeven van zijn paarden. Na de historische slag maakte de Egyptische propaganda overuren om het volk ervan te doordringen dat hun farao als grote overwinnaar uit de strijd was teruggekeerd. `In het jaar vijf van zijn regering versloeg de Farao, de zoon van Ra, de Goddelijke stier, de Hetietische legers'. Zo was het en niet anders.

Dat de werkelijkheid genuanceerder was, blijkt uit de Hetitische bronnen, waarin de verslagenen hun versie geven van de gebeurtenissen. Weliswaar kunnen de Hetieten niet ontkennen dat ze de slag hebben verloren, maar wie hun teksten leest hoort een heel ander verhaal. Vermoedelijk was de slag, waarbij vermoedelijk eenderde van de Egyptische soldaten omkwam, bijna op een drama uitgelopen voor Ramses II. Archeologisch onderzoek ter plekke is daarbij verder ondersteunend bewijs.

De Franse schrijver en Egyptoloog Christian Jacq besteedt één deel van zijn vijfdelige romanserie over het leven van Ramses volledig aan de slag bij Kadesj. In zijn karakteristieke, bondige stijl schetst hij de aanleiding tot de slag, de strijd zelf en de verwarrende afloop. In zijn versie sleept Ramses door persoonlijk ingrijpen de overwinning voor de poorten van de hel weg. Als alles verloren lijkt, spoort hij het laatste restant van zijn belegerde troepen aan tot een offensief, dat echter door de Hetieten wordt weerstaan. Dan verschijnen plotseling verse Egyptische troepen. Deze reservisten hadden, in tegenstelling tot de hoofdmacht, een veel langere route langs de kust genomen. Drie geforceerde dagmarsen hadden ze moeten maken om net op tijd op het slagveld te bereiken. De Hetieten worden teruggedrongen en verschansen zich in de vestingstad Kadesj. Omdat een zeer groot deel van zijn troepen in de slag is gesneuveld, is Ramses echter niet in staat deze stad in te nemen. De slag om Kadesj eindigt in een patstelling. Er volgen nog vele jaren van strijd tussen de Egyptenaren en de Hetieten voordat in het twaalfde jaar van de regering van Ramses een definitief vredesakkoord wordt getekend.

Met zijn vijfdelige geschiedenis heeft Christian Jacq een mooie prestatie geleverd. Niet alleen blijft het verhaal van bijna tweeduizend bladzijden tot aan het einde toe redelijk spannend, zijn gebruik van en kennis over het oude Egypte is fenomenaal. Bij de beschrijving van tempelscènes, religieuze feesten en hofintriges waant de lezer zich daadwerkelijk in het oude Egypte. De enorme rol die religie in het dagelijks leven moet hebben gespeeld, wordt de lezer indringend duidelijk gemaakt. De schildering die Jacq geeft van de door Ramses gestichte nieuwe hoofdstad Piramesse, in de oostelijke Nijl-delta, klopt tot in detail met de gegevens die uit opgravingen bekend zijn geworden, evenals zijn beschrijving van de tempels in Thebe en Abydos.

Alle historische gebeurtenissen in de verhalen van Christian Jacq zijn waar gebeurd en worden in chronologische volgorde behandeld. Ramses werd ruim tachtig en regeerde 66 jaar, volgens sommige geleerden nog een jaar langer. Hij doorstond opstanden, paleisrevoluties en ten minste twee moordaanslagen. Hij voerde tientallen militaire campagnes en bouwde overal in Egypte tempels en heiligdommen, waaronder de tempel van Abu Simbel. Al die gebeurtenissen figureren op de een of andere manier in het werk van Christian Jacq. Toch heeft hij geen biografie geschreven, maar een roman. Er is een plot, er zijn zijn hoofdlijnen en zijlijnen en de karakters kennen een zekere ontwikkeling. Zo wordt de ontwikkeling die Ramses' broer Chenar doormaakt geloofwaardig neergezet. Uit persoonlijke en zakelijke meningsverschillen met zijn broer vormt zich een echte haat ten opzichte van Ramses, die alles gaat beheersen en waaraan hij uiteindelijk zelf ten onder gaat. Ook Aset, de eerste vrouw van Ramses, wordt levensecht neergezet.

Een zijlijn die door alle delen loopt is de geschiedenis van het joodse volk en zijn uittocht uit Egypte. Christian Jacq is ervan overtuigd dat deze in de bijbel uitvoerig beschreven gebeurtenis, als ze zich in werkelijkheid heeft afgespeeld, moet hebben plaatsgevonden tijdens de regering van Ramses. In zijn versie wordt Mozes een godsdienstwaanzinnige die erin slaagt zijn volk achter zich te scharen en zijn vriend de farao tegen zich in het harnas te jagen. De tien plagen en de doortocht door de Schelfzee worden weergegeven als een combinatie van retoriek, intrige en geluk.

Er zijn veel historische romans geschreven die in het oude Egypte spelen, sommige daarvan door Egyptologen en historici. Maar de serie over Ramses steekt met kop en schouder boven de meeste van die werken uit. Toch, en dat klinkt misschien vreemd na alle lof, vormt de mooie serie van Jacq geen literair hoogtepunt. Daarvoor zijn de karakters net niet voldoende ontwikkeld en heeft het verhaal, ondanks de accuratesse van Jacqs beschrijvingen, te veel trekken van een mythologie of hagiografie. Een voorbeeld: Ramses weet tijdens een van zijn vele veldtochten een leeuw en een olifant te temmen en natuurlijk redden deze beesten hem direct daarna van een wisse ondergang. Binnen het verhaal hebben deze gebeurtenissen een doel, ze benadrukken de goddelijke status van Ramses, maar voor een moderne lezer is het net een tikje te veel. Een bijkomend nadeel is dat je alle vijf delen achter elkaar moet lezen. Elk deel begint weliswaar met een korte samenvatting maar dat is onvoldoende om de delen in willekeurige volgorde te kunnen lezen. Een groot voordeel is wel weer dat de Nederlandse vertaling uitstekend is.

Christian Jacq: Ramses. Vijf delen: De zoon van het licht. De tempel van miljoenen jaren. De slag bij Kadesj. De vrouwe van Abu Simbel. Onder de acacia van het westen. Vertaald uit het Frans door Carla Benink, m.m.v. Hendrikje M. Nouwens, Luitingh-Sijthoff 1996-1999, 350 blz. en ƒ34,90 per deel