Niemand zal mij ooit vergeten

,,Ik ontdekte met een schok dat ik Anna niet mocht'', bekent Kristien Hemmerechts over Anna Karenina. Zij schreef een deel van het toneelstuk over Tolstojs heldin. Carel Alphenaar schreef het andere deel, over de landeigenaar Lewin.

,,Ik ben niet jaloers, alleen maar gekwetst'', zegt Lewin. ,,Je had me kunnen verdedigen'', zegt Anna Karenina. Ze praten niet met elkáár. Lewin heeft het tegen zijn vrouw Kitty en Anna spreekt tot haar minnaar Wronski: op de bühne staan twee stellen en elk stel gaat op in z'n eigen sores. Een lastige klus voor de acteurskoppels, die als verblind langs elkaar heen moeten spelen. Bemoedigend fluistert Guy Cassiers, de regisseur uit Vlaanderen: ,,Hoe meer de twee scènekes door mekaar lopen, des te schoner `t is!'' ,,Ik ben niet jaloers, alleen maar gekwetst'', zegt Stefan de Walle. ,,Je had me kunnen verdedigen'', zegt Catherine ten Bruggencate.

Zeventig scènes bevat de Anna Karenina bij het RO Theater en vier daarvan, vier korte simultaantjes, vullen een lange dag repeteren. Op het voortoneel praten Wronski en Anna over de stervende Christus. Ze zijn op reis en bewonderen de Italiaanse schilderkunst. Achter hen, maar dat weten ze niet, is iemand echt aan het sterven. De zwangere Kitty tracht Lewins creperende broertje te troosten. En Lewin, die bidt ineens tot God. Zo komen er steeds meer thema's samen. Jaloezie en lijden, huwelijk en familie, dood en geboorte, geloof. Serieuze zaken die toch licht en poëtisch moeten blijven. Dus krijgt de stervende op zijn crapaud de opdracht kwiek rechtop te zitten en wordt gekreun verboden. De regisseur: ,,Goed op de compositie letten!''

Anna Karenina zou eigenlijk een tweeluik worden met op de ene avond het verhaal van Anna, geschreven door Kristien Hemmerechts, en op de andere avond het verhaal van Lewin, geschreven door Carel Alphenaar. De ene avond de passie van een vrouw, de andere avond de passie van een man. Maar Guy Cassiers besloot er toch één, gemengde, avond van te maken, en hij versneed de twee bewerkingen. ,,In Tolstojs roman'', zo verdedigt hij zijn ingreep, ,,zijn de thema's prachtig met elkaar verweven. Verdeel je die thema's over twee personages en zet je daar een dag tussen, dan gaat de samenhang verloren.'' Wat er van de oude opzet bewaard is gebleven, verzekert hij, dat is de grote aandacht voor Lewin.

,,Lewin is een grillige figuur, haast net zo grillig als Tolstoj moet zijn geweest. Als Lewin door Kitty wordt afgewezen, dan stort hij zich op de vernieuwing van de landbouw. En als hij Kitty eindelijk heeft, dan verruilt hij die landhervormingsdroom voor het ideaal van het gelukkige gezin. De mens is inconsequent en probeert daar altijd verklaringen voor te vinden. Pas aan het eind van het boek en van de voorstelling geeft Lewin het niet-verklaarbare een plaats in zijn leven.'' Carel Alphenaar is dramaturg, acteur en muzikant, en vertaler van Angels in America, het door Cassiers geënsceneerde epos van Tony Kushner waarmee het RO Theater in Nederland wereldberoemd werd.

Carel Alphenaar vertelt: ,,In zijn boek Mijn biecht beschrijft Tolstoj hoe hij als een echte negentiende-eeuwer meeging in de evolutietheorie en andere wetenschappelijke verklaringen voor het ontstaan van het leven, en hoe ongelukkig hij daarvan werd. De grootgrondbezitter keek om zich heen, naar de landarbeiders en boeren: die waren, dacht hij, gelukkig. Zonder wetenschap maar met hun liefde voor het land en met het Russisch-orthodoxe geloof. De landeigenaar Lewin in Anna Karenina heeft een goddelijke openbaring en hij concludeert: het oordeel over goed en kwaad ligt buiten de wet van oorzaak en gevolg. De beloning voor de goede daad is de goede daad zelf, en als je het goede doet om er beter van te worden, dan zit dat niet ècht goed. Dat is waar Lewin uitkomt. Dat zet hij heel scherp af tegen al die Petersburgers, die er maar op los leven en goedbetalende baantjes van niks hebben en er maîtresses op na houden plus een losse moraal. Anna en haar omgeving: dat is die losse moraal. Lewin en zijn omgeving: dat is die gelovigheid. Met Lewin loopt het goed af, met Anna Karenina niet.''

Jammer, vindt Carel Alphenaar, dat Lewin als zo'n gelovig man eindigt. ,,Hij stelt zich niet open voor de wereld maar sluit zich ervoor af. Dat is nogal zuinig van Tolstoj.'' Níet zuinig vindt hij Tolstojs inzicht in het menselijk tekort. ,,De jaloezie van Anna maakt dat ze niet van het nu kan genieten. Ze heeft haar man Karenin verlaten, ze houdt van haar minnaar Wronski, maar ze is doodsbang dat Wronski haar zal worden afgepakt. En Lewin, in zoveel opzichten haar tegenpool, wordt door dezelfde angsten geteisterd. Een jonge cavalier die voor de grap met Kitty flirt wordt door Lewin pardoes het huis uit gesmeten. Wat een misser, wat een pijnlijke overreactie! En toch maakt Lewin een antistof aan die hem door de jaloezie heen helpt. Iedereen bij Tolstoj maakt die antistof aan, iedereen behalve Anna.''

,,Een schok was het ogenblik waarop ik ontdekte dat ik Anna niet mocht'', bekent Kristien Hemmerechts. ,,Anna wordt in het begin van het boek nadrukkelijk voorgesteld als iemand die heel aardig is en charmant. Ze is mooi, bescheiden, intelligent, een volmaakt wezen kortom. Vrij snel komen er andere karaktertrekken aan bod, maar je bent zo onder de indruk van die eerste, positieve verschijning dat je nogal wat tijd nodig hebt om dat beeld bij te stellen. Anna is enorm possessief en mateloos egocentrisch. En destructief is ze ook. Want zodra ze die verhouding met Wronski begint beslist ze al dat dat haar dood betekent. Als ik haar zou ontmoeten zou ik ruzie met haar krijgen. Het erge is dat iedereen een Anna in zich heeft. Je herkent dat en probeert het in te tomen. Een zekere bezitsdrang bestaat in alle relaties, maar Anna vergiftigt haar relatie met Wronski erdoor.''

In Taal zonder mij beschreef Kristien Hemmerechts haar relatie met Herman de Coninck, de Vlaamse dichter die twee jaar geleden stierf. Een boek dat doortrokken is van de wens de geliefde man vrij, ja los te laten. Maar Hemmerechts beseft dat Anna Karenina in een moeilijker positie verkeerde. ,,Zij wordt door de maatschappij gemeden. Men keert zich tegen háár, niet tegen hèm. Wronski kan nog meedoen aan paardenraces en aan verkiezingen, hij laat zich zien in salons en is altijd op stap. Zij heeft behalve hem alles verloren, ze is een gevallen vrouw.'' Gevallen vrouwen: bestaan die nog? ,,Anna Karenina laat haar kind achter, haar zoontje. Als vandaag de dag een vrouw haar kind in de steek laat om met haar minnaar te gaan samenwonen zal men niet meer zeggen: dat is een gevallen vrouw, maar wel: dat is een slechte moeder. Anna's keuze voor een seksuele liefde ten koste van haar kind is ook nu nog voor velen onaanvaardbaar. Vrouwen die zoiets doen verstoren de orde. Anna's gedrag is ondermijnend, bedreigend. Terwijl dat daar geen preutse maatschappij is. Iedereen heeft een liaison; monogamie is iets voor sukkels, vindt men. Maar er zijn een paar regels, die bij ons evengoed gelden. Je moet discreet zijn - en Anna is niet discreet. Je moet een liaison onverwijld afbreken zodra het meer wordt dan entertainment. Ook die regel treedt Anna met voeten. Anna is te extreem in haar emoties en maakt van zichzelf een tragische heldin. Ze dreigt: `Mij zul je nooit vergeten Alexej. Niemand zal Anna Karenina ooit vergeten.' Haar zelfmoord is een manier om haar minnaar te treffen. En het werkt, want als een gebroken man vertrekt Wronski naar de oorlog in Servië.''

Gravinnen

Hemmerechts, die nooit eerder een toneeltekst schreef, dacht bij de vervaardiging van haar script aan Shakespeare en diens idee van de liefde als ziekte. En ze dacht aan de Griekse tragedie: ,,Het koor bestaat bij mij uit gravinnen. Zij becommentariëren Anna's afwijkende gedrag.'' Zoals in de opera-scène. Tijdens de repetitie sneert Arlette Weygers, een van die gravinnen, in smetteloos Frans: ,,Quelle sensation! Il faut le faire.'' En: ,,Liever geen opera dan een loge naast die vrouw.'' Verderop staat Anna Karenina, alleen. Cassiers, na de repetitie: ,,Het operabezoek van Anna is een kritiek moment. Ze vraagt in feite aan de anderen: steun je me of steun je me niet? Niemand steunt haar. En je voelt dat zij er juist zo'n behoefte aan heeft om naar de opera te gaan, om contact te houden met de beau monde, om gezien te worden. Als zij zich op het platteland met Wronski opsluit, waar is ze dan mee bezig? Ze stort zich op een protégé! Goed werk, maar waaruit komt het voort? Uit een gemis.''

Dat decor dat u bij de repetities zag, dat gaat er heel anders uitzien, wil Guy Cassiers nog kwijt. ,,Het beginbeeld is een grote wand vóór op de scène waar alleen maar luidsprekers in zitten. Want de duiding van plaats en tijd zit `m vooral in het geluid, in de muziek. Die geluidsboxen gaan later weg en daarachter komen dan doeken met verwijzingen naar de natuur. Hout en organische dingen die op iets wits geschilderd zijn. Later ook een maniëristisch schilderij van twaalf keer vijf meter. Met telkens als thema de verhouding tussen stad en platteland. En daarachter staat dan nog een kotje van plexiglas waarin de acteurs zich kunnen verkleden. Van sommige van mijn produkties kunt u zeggen dat de techniek overheerst; in deze voorstelling staat de acteur weer centraal. Het belangrijkst blijft toch de affectie van de acteur met zijn rol. Pas als die affectie er is, krijgt oud materiaal nieuwe waarde. Het grootste cadeau zou voor ons zijn dat men na de voorstelling direct het boek gaat lezen.''

Carel Alphenaar: ,,We kunnen de roman niet evenaren, we kunnen hem alleen spélen.''

Kristien Hemmerechts: ,,Theater is het uitvergroten van emoties. Anna Karenina vergroot ze voortdurend uit, haar emoties, dus is zij heel geschikt om op het podium te staan. Anna Karenina is iemand die publiek nodig heeft.''

`Anna Karenina' is vanaf 24 februari te zien in het RO Theater, William Boothlaan 8, Rotterdam. Aanvang 19u30, op zaterdag en zondag 18u (met eten). Tournee, ook door België, t/m 5 juni. Inl 010-4047070.

    • Anneriek de Jong