Natie in sneeuw

Al dat nieuws over de lawines doet me denken aan de twee Amerikanen die in Colombia werden gegijzeld. Na maanden werden ze bevrijd. ,,Twee Amerikanen vrij gekomen'', kopten de Amerikaanse kranten. Helemaal achteraan in het stuk werd vermeld dat er ook een hond en een Nederlander bij waren betrokken.

Wat doet mijn hart sneller kloppen als er Nederlanders bij een natuurramp zijn? De gedachte dat het mij dus ook had kunnen overkomen? Misschien ken ik ze. Ik hoor van iemand die hen kent. Of ik had ze kunnen kennen. Dat gold ook voor de burgemeesters van Lichtenvoorde en Groenlo die in het kielzog van al die aandacht voor lawines ook op het avondnieuws kwamen. Plotseling waren hun dorpen hechte, rouwende gemeenschappen. En zelf treurden ze voor de microfoons over de verloren burgers. Een lokale ramp, een nationale crisis.

Was een persoonlijk kaartje naar de nabestaanden niet passender geweest? Maar wat moet je anders als plotseling veertien hongerige camera's en tien notitieboekjes het stadhuis belagen? Met zoveel `nieuwsen' en `nieuwsjes' op de televisie moet iedere betrokkene bij een incident een woordvoerder benoemen en een persconferentie geven. Dan nog eens persoonlijke interviews. Voor elke microfoon afzonderlijk hetzelfde zeggen. Bij een groot auto-ongeluk had het niet gehoeven.

Nieuws is belang gedeeld door afstand. Naarmate iets verder weg is, krijgt het minder aandacht. Maar de betrokkenheid van Nederlanders zet die afstand weer op nul. Honderdduizend doden bij een Chinese overstroming halen het niet bij zes Nederlandse lawine-slachtoffers. Mijn kennissen die daar ergens zitten, hadden er ook bij kunnen zijn.

Iedereen kan nog zoveel reizen en zich zo internationaal voelen, bij nood is hij weer op zijn eigen natie teruggeworpen. De eigen ANWB, de eigen consul of ambassadeur, de eigen berichtgeving. Zo zag ik ook de Duitse en de Vlaamse televisie de eigen doden tellen. Twaalf Duitsers, schatte ZDF, geen Belgen, meldde de BRT gerustgesteld. De BRT had de lawines als laatste item, terwijl de Nederlandse en Duitse nieuwsprogramma's er al dagen mee openen. Gisteren kwamen de interviews met de eigen burgers die uit Galtür waren geëvacueerd. Het moet daar in helikopterlanceerplaats Landeck een journalistiek pandemonium zijn met camerakuddes en notitieboekstampedes. Daar hadden de Chinese hulpverleners geen last van.

Achteraf spreekt iedereen schande van de polonaise van de Nederlandse militairen die uit Srebrenica kwamen en de felicitaties van premier Kok en prins Willem Alexander. Maar op dat moment leek de nationale zucht van verlichting logisch. Een doodgeschoten Nederlandse soldaat wekte meer emotie dan vele duizenden weggevoerde moslim-mannen. Pas toen onze jongens veilig thuis waren, ging de solidariteit weer over de grenzen.

Via het Het Journaal kon ik de avonturen volgen van onze Pia Dijkstra in Zermatt. Ik begon haar al te missen. In haar oranje ski-jack genoot ze van het winterzonnetje. Haar stadje is ook afgesloten, maar er was geen paniek. En nu nog een speciale groet naar vader, moeder, tante Joos en oom Piet die zich vast zorgen maken. Wij maken het goed, hier.

Netwerk kwam met een eigen wit reddingsverhaal dat helemaal los stond van de lawines. Een man die van de skipiste was afgedwaald en na 49 uur werd gered, nog levend en gezond. Onder applaus van de skiërs – daar kon het kennelijk nog wel – werd hij op een brancard naar beneden gevoerd. Had altijd kunnen gebeuren. Maar ja, het gaat ook over Hollanders in de sneeuw.

Eindelijk zag ik vanmorgen op teletekst van de NOS uitgebreide informatie over de condities van de wegen en pistes in de Alpen. Tot gisteren bleef het summier. De ANWB meldde een telefoonnummer. De Duitse teletekst was ook slecht. Alleen de BRT-tekst was er - zoals altijd - vroeg bij. Gelukkig dat de kabel keuze geeft, als dat Hollandse gedoe me te veel wordt.

    • Maarten Huygen