Ik ben nog steeds verbaasd

De Poolse dichteres Wislawa Szymborska schrijft opgeruimde stukjes over onderwerpen als `behangen' of `vogeltjes houden'. Van dichten komt sinds haar Nobelprijs niet zoveel. Is ze een beetje bang geworden? ,,Nou weet u, ja eigenlijk wel.''

Wislawa Szymborska houdt er niet van over zichzelf te praten. ,,Als persoon ben ik helemaal niet interessant. Mijn werk spreekt voor zich.'' Nieuwsgierige journalisten houdt ze liever buiten de deur. Interviews zijn vermoeiend, kosten tijd en leiden af. En de Nobelprijs heeft haar al zoveel tijd gekost!

Eenmaal per maand doet ze de deur van haar kleine flat even buiten het centrum open voor buitenlandse journalisten, één interview in de maand is meer dan genoeg. Haar persoonlijk secretaris ziet erop toe dat de indringers de flat kunnen vinden (Szymborska's naam staat niet op de deur) en weten waar wel en niet over gesproken kan worden. Liever niet over het feit dat Szymborska ooit partijlid was, iets waar de Poolse pers maar geen genoeg van kan krijgen, en ook niet te veel over de intriges en jaloezie die de Nobelprijs in 1996 losmaakte in het leven van de argeloze dichteres.

Even is het spannend of de deur open zal gaan. Szymborska heeft de naam in het niets te verdwijnen als er bezoek voor de deur staat. Zoals toen een cameraploeg van de Poolse televisie opnamen wilde maken voor een literair programma. Ze had zullen voorlezen uit eigen werk. Alles was tot in de kleinste details geregeld, er was speciaal een opnamewagen van Warschau naar Krakau gekomen. Maar op het afgesproken tijdstip bleef de deur onverbiddelijk dicht. Later werd er een doos bonbons bezorgd bij de regisseur. Nadat hij de laatste had opgegeten vond hij onderin een klein rijmpje waarin Szymborska op geestige wijze om vergiffenis vroeg voor haar hysterische gedrag.

Dat was kort na de Nobelprijs. Nu klinkt er na slechts één keer bellen een hartelijk `komt u vooral binnen' door de intercom. Boven staat ze al bij de deur te wachten: een rijzige, elegante vrouw, die ondanks haar 75 jaar iets meisjesachtigs heeft. Ze draagt een rode coltrui, een zwarte rok en halfhoge hakken. Ze heeft haar lippen gestift.

Gastvrij zet ze meteen een fles cognac op tafel. ,,Een cognacje met koffie of een cognacje met thee?'' Buiten woedt een sneeuwstorm, over de cognac valt niet te twisten. Bij wijze van koffie komt een busje oploskoffie op tafel, het bezoek mag net zoveel nemen als het wil. Of ze zelf een sigaretje mag opsteken?

,,Hoe kan het nou dat mijn Onverplichte lectuur zo goed loopt in Nederland'', begint ze haar eigen interview. ,,Het zijn toch allemaal heel plaatselijke onderwerpen die ik beschrijf. Het gaat vaak over boeken die bij u helemaal niet te krijgen zijn en daarbij maak ik nog allerlei toespelingen die volgens mij alleen in de Poolse context te begrijpen zijn.''

Haar verbazing is oprecht. ,,De vertaler moet een goede keus gemaakt hebben bij het samenstellen van het boek'', concludeert ze royaal. Veel later in het gesprek zal ze de rol van vertalers nog uitbundig prijzen. Zonder de Zweedse vertaler Anders Bodegård was er voor haar geen Nobelprijs geweest, weet ze zeker. ,,Ik heb geen woorden om te danken voor goede vertalers.''

Maar het Nederlandse raadsel blijft. Ze had zich nooit gerealiseerd dat de onderwerpen die ze in haar Onverplichte lectuur beschrijft universeel zouden kunnen zijn.

Boekjes

`Onverplichte lectuur' is een rubriek die de Poolse dichteres sinds het einde van de jaren zestig schrijft over nieuw verschenen boeken. Ze begon er in 1968 mee voor het weekblad Zycie literackie, tegenwoordig schrijft ze nog één keer per maand een stukje voor het dagblad Gazeta Wyborcza.

Het zijn nadrukkelijk geen recensies. Dat is een ander vak. ,,Ik ben geen criticus. Ik koop gewoon boekjes die me aanspreken. Soms neem ik ook zomaar wat van de stapel nieuwe uitgaven en kijk ik of ik daar iets bij kan verzinnen, een gedachte of een grap. Soms wijd ik niet meer dan één regel aan het bewuste boek. Mijn keuze is volstrekt persoonlijk. Het kunnen goede boeken zijn, maar ook waardeloze boeken. Het gaat er mij om wat een boek de lezer in dit geval mij - kan doen. Mijn bescheiden bijdrage is misschien dat ik meestal boeken kies waar niemand ooit over zal schrijven. Iemand geeft ze uit, iemand verkoopt ze en een derde koopt ze zonder dat ze ooit de aandacht van de recensenten trekken.''

En zo schrijft de Nobelprijswinnares over `Ontspannen', `Behangen', `Afvallen', `Vogeltjes houden' maar ook over de `Codex van Hammoerrabi' en de `Onsterfelijkheid van het pantoffeldiertje'. In anderhalve pagina leidt ze de lezer op lichte, humorvolle toon in glasheldere bewoordingen naar een meestal totaal onverwachte pointe.

Zoals in het stukje `Van Leviathan tot Jormungandar', waar de lezer eerst wordt rondgeleid in een sprookjesachtige wereld van niet bestaande zeeschepsels als veelarmige poliepen, de vis die Jonas opslokte, zeemeerminnen en sirenen. Legendarische verschijningen die uit de mode zijn geraakt, op het monster van Loch Ness na, dat nog regelmatig opduikt in de actualiteit. Droogjes stelt de schrijfster dat de Schotten toch wel vreselijke slome duikelaars moeten zijn. In Polen hadden ze allang uitgevonden of het monster echt bestaat. ,,Onze methode is eenvoudig, beproefd op miljarden vissen: laat een forse portie fabrieksafval in het water lopen. Als dat monster echt bestaat, dan komt het naar boven, wacht maar af, wacht maar af...''

,,Wat je schrijft mag vooral niet te zwaar worden'', vindt Szymborska. Zowel in haar gedichten als in haar columns verrast ze regelmatig met een onverwachte grap. ,,Het ideaal is om zo te schrijven dat de tragische kant van het leven en de komische kant één geheel worden, zoals de twee kanten van een muntje. Mijn gedichten zijn vaak geestig, maar tegelijk denk ik triest.''

Wat overigens typisch Pools is, meent ze. ,,Humor is voor de Polen een afweermechanisme, waarmee ze zich door moeilijke tijden heen slaan. Dat is een heel oude traditie. Zelfs de eerste Poolse dichter, de zestiende-eeuwse tragedieschrijver Jan Kochanowski, schreef naast zware treurspelen al korte, vaak zeer indecente versjes.''

Schunnig

In de oude universiteitsstad Krakau, ver van het woelige Warschau met zijn hectische politieke leven, is die lichte literaire traditie nog steeds springlevend. Gazeta Wyborcza publiceerde deze winter een aantal artikelen over de versjes, rijmpjes en woordspelletjes waarmee de universitaire intelligentsia zich amuseert. Het is de wereld van Szymborska en ze doet er enthousiast aan mee. ,,Ja, ik schrijf ook limericks, maar niet zo schunnig als de heren'', en dan een beetje koket: ,,U moet weten dat ik heel keurig ben opgevoed.''

Maar dat is het niet alleen. ,,Ik schrijf bijvoorbeeld ook geen erotische gedichten. Wel liefdesgedichten. Ik schrijf wel over gevoelens, maar niet over fysieke sensaties. Niemand is er nog in geslaagd om te beschrijven wat er echt gebeurt tussen een man en een vrouw. Het wordt altijd weer geprobeerd, om over te brengen wat er precies gebeurt, maar op schrift lukt dat gewoon niet. Ik ben natuurlijk wel nieuwsgierig en ik lees graag wat anderen op dat gebied proberen.''

Ze heeft sinds de Nobelprijs geen gedicht meer geschreven. ,,De afgelopen twee jaar heb ik alleen wat aantekeningen kunnen maken. De hele tijd waren er verplichtingen.''

Ze is nooit een vrouw van overmatige energie geweest, maar dit jaar wordt ze 76 en de Nobelprijs drukt als een zware last. Het valt haar moeilijk de tijd en de rust te vinden om gedichten te schrijven. Of ze een beetje bang is geworden? ,,Nou weet u, ja eigenlijk wel. Er is de laatste tijd zoveel over me geschreven, er zijn zoveel verschillende boeken en artikelen over mij uitgekomen dat ik het gevoel heb of ik geen enkel geheim meer heb.''

Ze voelt zich bespied en zou het liefst een pseudoniem aannemen. ,,Als ik nou eens onder een andere naam zou kunnen schrijven. Nu voel ik onmiddellijk de blikken van minstens tachtig critici over mijn schouder meekijken of het beter is of juist slechter dan wat ik eerder schreef.''

Toch is ze reuze vereerd met de prijs, die ze in haar eigen gevoel totaal onverwachts kreeg toegekend. ,,Ik stond al een paar jaar op de shortlist, maar ik heb er geen moment serieus rekening mee gehouden dat ik hem ook zou krijgen. Temeer omdat in 1995 de Ierse dichter Seamus Heaney al had gewonnen. Een Europeaan, een dichter. Ik wist zeker dat de prijs het jaar daarop naar een prozaschrijver zou gaan, uit Latijns Amerika of zoiets.''

Szymborska was op de bewuste derde oktober 1996 in het schrijvershuis `Astoria' in Zakopane, tachtig kilometer ten zuiden van Krakau in de hoge Tatra. Iemand maakte een foto van de dichteres op het moment dat ze het nieuws hoorde. Ze lijkt totaal verpletterd, slaat een hand voor de ogen alsof ze weet dat vanaf dan alles anders zal zijn. ,,Ik ben tot op de dag van vandaag verbaasd. Het is natuurlijk een prachtige zaak als je de Nobelprijs krijgt, maar het roept ook allerlei verplichtingen op. Ik heb me nooit ergens door laten beïnvloeden en ik hoop dat ik dat zal kunnen volhouden. Om te kunnen schrijven moet ik die Nobelprijs maar proberen te vergeten.''

Als de rest van de wereld dat nou ook deed zou ze weer haar eigen leven kunnen leiden. Schrijven, reizen. ,,Maar dan vooral niet om ergens op te treden, op van die voorleesavonden, dat vind ik verschrikkelijk!''

Ze zou graag nog eens naar Nederland komen. Niet als Nobelprijswinnares, maar als privé-persoon, om rustig op haar gemak te kunnen rondkijken. Net als aan het eind van de jaren zeventig, toen ze met haar levensgezel, de inmiddels overleden Kornel Filipowicz, tien dagen in Amsterdam was. Ze bracht de meeste tijd door in het Rijksmuseum en in winkels in feestartikelen. ,,Wij waren arme Polen en we kochten uiteindelijk alleen van die theelepeltjes die groen worden als er water bij komt.''

Melkmeisje

In het Rijksmuseum zag ze het Melkmeisje van Vermeer. ,,De gedachte dat die melk al driehonderd jaar zo helder stroomt en dat misschien – dat hoop ik tenminste – nog duizenden jaren zal doen, deed me ineens huilen. Terwijl ik helemaal niet zo huilerig ben.''

Op uitdrukkelijke voorwaarde dat Freud er buiten blijft, vertelt ze vervolgens dat ze soms droomt dat ze een dievegge is. De droom is al twee keer teruggekomen, één keer heel gedetailleerd in kleur. ,,Dan sta ik op een tentoonstelling voor een schilderij van een jongetje. Waarschijnlijk bestaat dat schilderij niet eens, maar ik denk in mijn droom dat het een Rembrandt is. Het is een grote zaal, ik heb een lange grijze wollen jas aan. Voorzichtig kijk ik rond of iemand me ziet en als ik zeker weet dat er niemand is stop ik behoedzaam het schilderijtje onder mijn jas en neem de benen. Even later sta ik buiten, te zweten, met dat schilderijtje onder mijn jas. Daarna word ik wakker, opgelucht, maar badend in het zweet.'' En dan spottend: ,,Die dromen die de natuur zogenaamd bedenkt om ons te laten uitrusten zijn in werkelijkheid zo uitputtend dat ik het allemaal nog niet zo zeker weet.'' Volgt een schaterende lach.

Het is een typische Szymborska-wending. Ze is op haar best wanneer ze haar bezoek kan vermaken met anekdotes en verhalen. Als ze vrienden ontvangt worden er steevast spelletjes gespeeld. Meestal houdt ze ook een loterij van kleine prulletjes die ze her en der oppikt. Ze is een uitstekende entertainer. Ook nu wordt er veel gelachen. Bijvoorbeeld over de vraag welk boek te lezen bij ziekte.

Ze heeft groot respect voor Dickens, al is hij zeker niet haar lievelingsschrijver, Daar is hij een `beetje te licht' voor. Wel sterk aan te raden bij griep. ,,Lekker in bed met de Pickwick-papers. Er is geen probater middel!'' Als de ziekte wat ernstiger is en de patiënt langere tijd het bed moet houden raadt de dichteres een boek van haar favoriete schrijver Thomas Mann aan: Jozef en zijn broeders.

Er valt een korte stilte en ze begint al te giechelen bij de volgende gedachte. En wat raadt u aan voor het sterfbed? De eerbiedwaardige dichteres proest het uit. ,,Voor het sterfbed is er een boekje van een enorm domme Pool die diende aan het hof van de Oostenrijkse keizer Franz Jozef. Die man was dom, maar had een uitstekend observatievermogen en heeft het hofleven met de grootste opwinding tot in kleinste details beschreven. Hij laat geen schandaal, geen intrige voorbijgaan. Alles was even belangrijk voor hem, iedere roddel. Je lacht je rot. Als je dat boek leest terwijl je bezig bent dood te gaan, moet de dood gewoon maar even wachten tot je het boek uit hebt!''

Ze kan zich ook uitermate vrolijk maken over de zware gouden medaille die bij de Nobelprijs hoort. In tegenstelling tot haar mede-laureaat Czeslaw Milosz, die de prijs in 1980 kreeg en hem thuis koestert door het hele gesprek zijn er kleine verwijzingen naar Milosz die `tenminste wel weet wat hij met zijn prijs aan moet' -, heeft zij haar klomp goud aan de Jagiello universiteit van Krakau gegeven. Zelf heeft ze ergens een vergulde kopie in de kast liggen. Ze lijken sprekend op elkaar en de gedachte dat de echte en de namaakmedaille wellicht door elkaar zijn gehaald, doet haar opnieuw schateren. En op de vraag waar de oorkonde zelf eigenlijk is roept ze quasi verontwaardigd: ,,Het is hier geen kapsalon, denkt u soms dat ik die aan de muur ga hangen?''

In de nieuwe flat van Szymborska, de enige luxe die ze zich sinds de prijs heeft veroorloofd, hangt sowieso weinig aan de muur. De flat is een jaar geleden helemaal opgeknapt en maakt een beetje steriele indruk. Ze heeft zich nog niet echt genesteld tussen de glanzende meubelen. Vergeelde boeken staan verweesd in grote blinkende bruine boekenkasten. Alleen op de gang heeft Szymborska een eigen hoekje gecreëerd. Haar leven lang heeft ze zich laten fotograferen bij naamborden van dorpen met gekke namen. Een stuk of tien heeft ze in kleine lijstjes gedaan. Het is de bedoeling dat de hele muur nog vol komt. Op een daarvan staat ze stralend bij de ingang van het dorpje `Donosy' `Verklikken', wat bij iedere Pool de associatie oproept aan het stalinisme en het verraden van medeburgers aan de geheime politie. Ook de andere zijn typisch Poolse grapjes. Behalve de laatste, die van 1997, en dus na de Nobelprijs dateert: met een vermoeide glimlach houdt ze zich vast aan het naambordje `Neandertal'.

Wislawa Szymborska: Onverplichte lectuur. Uitg. Meulenhoff, prijs f29,90

Uitzicht met zandkorrel. Uitg. Meulenhoff, prijs f25,-