Guido Gezelle

Bij deze wilde ik graag enige opmerkingen maken bij het herdenkingsartikel over Guido Gezelle door Benno Barnard, verschenen in CS van 5.2.1999.

Het komt mij voor dat de schrijver van dit artikel nooit toegekomen is aan het tweede deel van zijn `uit 1905 daterende Dichtwerken' van Guido Gezelle. Hij citeert immers alleen uit de eerste dichtbundels, tot 1859, en dan nog alleen uit overbekende gedichten, en maakt alleen op grond daarvan zijn waarderende opmerkingen. Hij wekt daardoor de indruk niet bekend te zijn met de veel hoger geschatte bundels Tijdkrans en Rijmsnoer etc. met hun veel rijker gedachtegoed en impressionistische weergave.

Aan de hand van deze beperkte keuze maakt Barnard allerlei vergelijkingen met contemporaine dichters. Hij waakt er angstvallig voor om Gezelle te vergelijken met Noord-Nederlandse dichters uit diezelfde tijd, want iedere leerling van de middelbare school (van vóór 1950) weet, dat de Tachtigers honderd jaar op de literaire ontwikkeling in de omringende landen ten achter lagen, en Guido Gezelle de weliswaar late, maar toch nog vroege verbindingsfiguur vormde tussen de Engelse en Duitse romantici, en de Noord-Nederlandse. Ik zou het derhalve fair gevonden hebben als Barnard vergelijkingen gemaakt had met bijv. William Wordsworth en Novalis in plaats van met dichters uit de postromantische periode. Mutatis mutandis, zou ik ook wel eens wat Mahler willen horen in de muziek van Mozart, en ik zou daar ook kolommen vol van kunnen schrijven, maar voor iedere kunstenaar geldt wat Guido Gezelle schreef in `Oneigene' (Dichtw.I, p.375)

Hetgeen ik niet uitgeve en/ hebbe ik niet in,/ wie zal mij dat wijten te schanden? etc.

Naschrift Benno Barnard:

Je kunt de appelen van Gezelle ook met de peren van Dante vergelijken - beiden waren katholiek. Mij lijkt het zinniger hem temidden van zijn tijdgenoten te portretteren: zo neem ik hem pas echt au sérieux. U gaat overigens volstrekt niet op mijn argumentatie in, want ik ben, zo suggereert u, een onbelezen snotneus die ná 1950 naar school is gegaan. Tiens!

    • Carel G.J. van der Velden