Europa gaat hier voor

De rechter in Den Haag heeft een streep gehaald door de Wet herstructurering varkenshouderij. Minister Apotheker (Landbouw) heeft een probleem.

Geen enkele bedrijfstak kreeg ooit de verplichting opgelegd de omzet te beperken, laat staan met 25 procent. Dat argument voeren de protesterende varkenshouders aan en ze vinden steeds meer gehoor bij de rechter. De Wet herstucturering varkenshouderij bungelt in de wind. De rechter in Den Haag betwijfelt of deze wet verenigbaar is met de gemeenschappelijke marktordening voor varkens uit 1975. Deze Europese regels zijn van hogere orde en gaan altijd voor.

Ook als de wet te redden valt, is volgens de rechter ,,nu al en zonder voorbehoud'' duidelijk dat een adequate schadevergoedingsregeling dient te worden getroffen. Wat dit betreft is er geen wezenlijk verschil tussen de grote landbouworganisatie LTO Nederland en de categorale bond van varkenshouders NVV. Deze laatste bond won deze week een kort geding tegen directe toepassing van de wet. De president van de Haagse rechtbank beperkte de opschorting echter uitdrukkelijk tot de categorale bond. De daarbij aangesloten varkensboeren kunnen hun stallen vullen, maar LTO-boeren moeten gewoon doorgaan met inleveren. De reactie van de laatsten was voorspelbaar: is dit geen ontoelaatbare rechtsongelijkheid?

De redenering van de Haagse rechter was dat LTO wel, net zoals de categorale bond, pleit voor een snelle schadevergoeding, maar dat deze organisatie de herstructureringswet op zichzelf aanvaardt. Dat was LTO de rechtbankpresident overigens niet zelf komen vertellen maar dat maakte zij op uit door de staat overgelegde stukken (krantenknipsels?). Alleen al om die reden had de rechter haar bespiegelingen beter achterwege kunnen laten.

Een vonnis geldt in beginsel alleen tussen de partijen die bij het geding zijn betrokken. Natuurlijk kan een uitspraak ook voor derden van belang zijn, maar dat kan rustig aan henzelf worden overgelaten. Het gevolg van de Haagse uitspraak was dan ook voorspelbaar: LTO Nederland kondigde aan zonodig zelf naar de rechter te zullen gaan om de herstructureringswet alsnog aan te vechten.

Linksom of rechtsom draait het volgens de Haagse rechter uit op schadevergoeding. Het ministerie van Landbouw vecht deze beslissing in hoger beroep aan. Het ministerie kan in elk geval niet zeggen dat het niet gewaarschuwd was. Zowel de Raad van State als de Eerste Kamer als een aantal rechtsgeleerden hebben gewaarschuwd dat de herstructureringswet alleen door de beugel kan als de financiële klap voor de varkenshouders wordt opgevangen.

Een sterk argument daarvoor vormt het eerste protocol bij het Europees verdrag voor de mensenrechten over bescherming van de eigendom. Onteigening brengt een schadevergoedingsplicht mee. De verdedigers van de wet zeggen echter dat de herstructurering van de varkenshouderij niet een onteigening is maar slechts een ,,regulering'' van eigendom. Daarvoor zou de schadevergoedingsplicht niet gelden.

De overheid houdt vol dat er een groot verschil is tussen herstructurering en onteigening. In het laatste geval wordt het belang van individuele ondernemers aangetast op grond van een algemeen, hoger belang. In het geval van de varkenshouderij gaat het er juist om de activiteit van bedrijven te beperken die zélf in strijd komen met het algemeen belang (milieuschade).

Een ander strijdpunt is of de korting van varkensrechten was te voorzien en dus bij het ondernemersrisico behoorde. De boeren zeggen dat zij er na de herhaalde kortingen van de laatste jaren op mochten vertrouwen dat het nu afgelopen zou zijn. De staat zegt dat iedereen kon zien dat er maar geen einde wilde komen aan het mestprobleem, zodat hardere ingrepen niet te vermijden zouden zijn. De vermogensschade door de generieke korting zou trouwens dik worden gecompenseerd door hogere prijzen van de mestrechten. Van dit argument is de Haagse rechter in elk geval minder gecharmeerd.