Emiels moeder was kapster, net als de mijne

De schrijver van beroemde kinderboeken als `Emiel en zijn detectives', `Dubbele Lotje' en `De vliegende klas', Erich Kästner is al 25 jaar dood. Toch werd in zijn geboorteland Duitsland deze week, afgelopen dinsdag 23 februari Kästners honderdste verjaardag gevierd. Ook in Nederland, is het een beetje feest. `Dubbele Lotje' komt opnieuw uit. Kästners spannendste kinderboek is `Emiel en zijn detectives', over jongens die in Berlijn een zakkenroller vangen. De afgelopen jaren gingen Kees Aarts en zijn vrouw Marijke met hun dochters Marscha en Anna op Kästner-speurtocht tijdens vakanties in Duitsland, ondermeer naar het Berlijn van Emiel.

Mijn lievelingsboek was Dubbele Lotje dat ik in de boekenkast van mijn moeder vond. Het gaat over twee tweelingzusjes. Hun ouders hadden, toen ze gingen scheiden, ieder een kind meegenomen. Louise en Lotte waren zo klein, dat ze van elkaars bestaan niets afwisten. Bij toeval ontmoetten ze elkaar in een kinderpension (een soort zomerkamp). Toen ze elkaar voor het eerst zagen, was het of ze alletwee in de spiegel keken. Ze besluiten na de vakantie van plaats te wisselen. Lotje gaat naar haar onbekende vader in Wenen, Loesje naar haar onbekende moeder in München. En wat er dan niet allemaal gebeurt. Een verhaal om bij te huilen.

De film Emiel en zijn detectives werd bij ons op school in de klas gedraaid. Die film was gemaakt naar Kästners boek, dat ik pas later las. Aan Emiel vond ik ontzettend leuk dat zijn moeder kapster was. Dat was mijn moeder namelijk ook. Op de plaatjes van Walter Trier zag je Emiels moeder het haar van een van haar klanten in een wasbak wassen. Zo zag ik mijn moeder ook altijd bezig, want als kind speelde ik meestal in haar kapsalon. Pas jaren later kwam ik erachter dat niet alleen Emiels moeder, maar ook de moeder van Erich Kästner kapster was en dat Kästner in Emiel veel meer dingen van zichzelf had verstopt. Kästners eerste voornaam was ook Emil: hij heette eigenlijk Emil Erich Kästner. Emiel, de Emiel uit het boek bedoel ik, ging uit Neustadt met de trein naar Berlijn om zijn grootmoeder en zijn nichtje Pony Hoedje op te zoeken. In de trein wordt hij beroofd van een enveloppe met geld voor grootmoeder. Emiel achtervolgt in Berlijn de mijnheer met de bolhoed die waarschijnlijk de dief is, en krijgt al gauw hulp van een groepje Berlijnse jongens. Ze gaan als echte detectives te werk om de dief te ontmaskeren.

In 1981 was ik voor het eerst in Berlijn en stond ik eindelijk zelf op het Nollendorfplein waar in 1928 Emiel en zijn detectives de mijnheer met de bolhoed te grazen namen. Daarna ging ik naar het Operaplein (dat nu Bebelplein heet) waar in 1933 Kästners boeken door de nazi's verbrand werden. De nazi's hadden in Duitsland de macht gegrepen en begonnen direct alle boeken te verbranden waar ze het niet mee eens waren. Ook de boeken van Kästner, want hij had gedichten tegen de oorlog geschreven en de nazi's wilden juist oorlogvoeren.

Ook Marijke maakte op de lagere school kennis met Emiel: de nonnen op haar school draaiden ook de film - en ze las later, in het Duits Drei Männer im Schnee en andere Kästner-boeken voor volwassenen.

Aan Marscha lazen Marijke en ik toen ze zeven jaar was Emiel en zijn detectives voor. Dat was kort voordat we in 1990 gedrieën naar Berlijn gingen. We stapten daar, net als Emiel, op station Zoo uit de trein, vlakbij de dierentuin. Echt een gebeurtenis! Vervolgens las Marijke met haar Dubbele Lotje en De 35ste Mei. Marscha vond ze erg leuk en zelf las ze Puntje en Anton en Kästners andere kinderboeken.

Anna maakte pas in 1998 kennis met Erich Kästner. Tijdens onze vakantie aan de Oostzee, op het eiland Poel, las ik haar Emiel en zijn detectives voor. Jammer genoeg hadden we het vervolg niet bij ons, Emiel en de drie tweelingbroers. Dat boek speelt namelijk aan de Oostzee, ergens tussen Travemünde en Zinnowitz. Misschien wel op het eiland Poel. Tegenover Poel op het Duitse vasteland, zag Anna op de kaart Neustadt liggen, en ze riep onmiddellijk: daar komt Emiel vandaan! Emiel reist namelijk met de trein van zijn woonplaats Neustadt naar zijn familie in Berlijn. Misschien heeft Anna gelijk, maar de afstand tussen dit Neustadt en Berlijn is toch te lang om in een middag af te leggen. Thuis bleek de atlas vele Duitse stadjes te kennen die Neustadt heten. Pas toen we in oktober 1998 naar Praag reisden, en in Dresden moesten overstappen, werd ons duidelijk waar Emiels Neustadt lag. De trein stopte in Dresden, eerst op het station Dresden-Neustadt, daarna op het hoofdstation. Erich Kästner was in Dresden geboren. Het kon niet anders of Emiels Neustadt was de wijk in Dresden waar Erich Kästner opgroeide.

Afgelopen week, op 23 februari is Erich Kästner precies honderd jaar geleden geboren. We maakten er een klein feestje van, want Anna werd die dag acht-en-een-half en het is voorjaarsvakantie. Op het ogenblik lees ik haar voor uit Emiel en de drie tweelingbroers (of Emiel aan de Oostzee zoals Anna het boek consequent noemt). Emiel gaat met zijn Berlijnse vrienden op vakantie naar de Oostzeekust. We zijn nu bij Emiels vertrek uit Neustadt: `De trein zette zich met een ruk in beweging. ``Blijf van me houden'', zei de jongen. Maar hij zei het zo zacht, dat zijn moeder het niet verstond.'