Een dot sneeuw, een lawine

Een ochtend met ideaal skiweer verandert in luttele seconden in een bijna-ramp. `Een spookachtig tafereel'. Ooggetuigeverslag van een `vriendelijke' lawine in Zwitserland.

Het is een vriesheldere ochtend en windstil. Ideaal skiweer, zo lijkt het. Een toefje sneeuw valt van een spar. Ook bij andere zwaarbepakte bomen dwarrelt sneeuw naar beneden. De vlokken vormen plotseling een witte nevel die uit het bos opstijgt en richting hotel zweeft. Het is een spookachtig tafereel, er is geen geluid te bekennen. Binnen enkele seconden is het hotel gehuld in een reusachtige sneeuwwolk. Na enkele minuten is het uitzicht weer ongerept. Kennelijk zijn er ook vriendelijke lawines.

Aan de andere kant van het hotel is het beeld minder vreedzaam. De bergbeek Brancla, op enkele tientallen meters van het gebouw, is verdwenen. Er ligt nu een honderd meter brede sneeuwvlakte waar boomstammen slordig uitsteken. De lawine is elegant om het hotel heen gestoven en heeft aan de achterkant een verwoestend spoor getrokken. Auto's van hotelpersoneel zijn spoorloos verdwenen.

De 160 Nederlandse gasten van hotel Val Sinestra in het Zwitserse Unter-Engadin zijn dan nog nauwelijks doordrongen van het natuurgeweld. Sommigen hoorden gerommel, anderen sliepen ongestoord door. Er heerst slechts een opgewonden bewondering. De elektriciteit valt uit en iedereen schikt zich. Niemand heeft nog weet van het drama dat zich een dag tevoren in een aangrenzende vallei, in het Oostenrijkse Galtür heeft afgespeeld.

Val Sinestra is een majestueus voormalig kuuroord, dat in 1912 in een verre uithoek van het kanton Graubünden werd gebouwd. Hier vond men destijds heil in het arsenicumhoudende water van de Brancla. Wegens lawinegevaar gold al twee dagen een bewegingsverbod. Gasten mochten niet verder dan vijftig meter buiten het hotel komen. Een provisorische skihelling van zo'n dertig meter zorgde voor enige afleiding. De mannen vormden het koortje `Uit noot geboren', 's avonds keek men massaal naar de video van `de Titanic'.

Nu mag niemand meer één stap buiten de deur zetten. Wat nu gebeurt, is in vijfhonderd jaar niet voorgekomen, weet de directie. Tijdens de lunch komt de laatste waarschuwing. Opnieuw een dot sneeuw die onschuldig van een boom valt en vervolgens een wolk die rond het gebouw raast. Titaans geweld schudt de bomen rond de serre, waar dan zo'n zestig gasten zitten te eten. In euforie rent men naar de ramen om van het spektakel te genieten. Niemand realiseert zich dat zoiets het gevaarlijkste is wat men kan doen. De ramen blijken het te houden. Het gaat ook deze keer om een stuiflawine. De wolk kan een snelheid van 300 kilometer per uur bereiken en bomen worden vooral geveld door de luchtdruk. De `lunchlawine' heeft geen nieuwe schade aangericht, maar passeerde rakelings de dependance, waar zo'n dertig gasten verblijven.

De directie belegt een informatiebijeenkomst. In afwachting van het nieuws zingt jong en oud meerstemmig en gesteund door het gelegenheidskoor `wij zijn niet bang'. Dan komt het parool `evacueren'. Van paniek is geen sprake. Eerst krijgen de gasten nog een volwaardige maaltijd aangeboden. Via een provisorisch pad bereikt men de dependance, waar vandaan busjes naar een atoombunker in Sent vertrekken. Ook het personeel moet weg. Op riskante plekken langs de weg staan berggidsen te luisteren of er nieuw onheil dreigt.

Vanuit Sent vertrekken bussen voor de terugreis naar Nederland. Menigeen mist nog een koffer, maar dat is van later zorg. De terugtocht gaat wegens lawinegevaar met een grote boog via Italië en duurt niet de gebruikelijke dertien uur, maar zo'n 23 uur. De berusting is compleet. Men heeft geen meter geskied en troost zich met de gedachte dat straks al dit geweld de Nederlandse rivieren zal bereiken. ,,De ramp reist mee.''