ECD onderzoekt in VS vrachtpapieren El Al-Boeing

De Amerikaanse autoriteiten weigeren de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp de toezending van alle gespecificeerde documenten over de 20.000 kilo vracht in de op 4 oktober 1992 verongelukte El Al-Boeing. De commissie mag de stukken wel ter plaatse controleren. Om die reden zijn afgelopen donderdag twee rechercheurs van de Economische Controledienst (ECD) spoorslags naar New York gereisd, zo is door ingewijde bronnen bevestigd.

Deze tegenvaller voor de onderzoekscommissie kwam geheel onverwacht en staat haaks op de mededelingen die commissievoorzitter Th.Meijer vorige week nog deed. Nadat de top van El Al in aanwezigheid van de Israëlische directeur burgerluchtvaart op woensdagavond 17 februari ook tot haar eigen verbijstering een tamelijk gedetailleerde verzamelstaat over de niet gedocumenteerde 20.000 kilo vracht had overhandigd, kondigde Meijer aan dat de zogenoemde onderliggende stukken (house airwaybills-hawb's) ook al onderweg waren. En vrijdag 19 februari na het laatste verhoor zei hij: ,,We hebben alles''. De verzamelstaat, een air cargo manifest was afkomstig van het Israëlische expeditiebedrijf Satin Air Freight, tegenwoordig GSI, een volle dochter van Daphna Weissman in Tel Aviv. Dit bedrijf kreeg ruim een jaar geleden samen met 22 andere bevrachters een dringend schriftelijk verzoek van El Al om nog eens goed in de administratie te neuzen of de ontbrekende documenten toch nog ergens lagen. Daarop kwam toen geen enkele reactie. Overigens blijkt uit het aan de commissie overhandigde document van 17 pagina's dat de 20.000 kilo bestonden uit ongevaarlijk materiaal, zoals computeronderdelen en electronica voor bedrijven in Jeruzalem en Haifa.

De ECD-rechercheurs bekijken in New York, op het kantoor van de Amerikaanse douane nu de vele house airwaybills die bij dit deel van de zending horen.

In de afgelopen dagen is de commissie voor een nieuw raadsel geplaatst. Na het verhoor vorige week vrijdag van El Al-manager I.Chervin, destijds verantwoordelijk voor het vrachtkantoor, hebben twee politiemannen naar verluidt onafhankelijk van elkaar, opgebeld naar de staf van de commissie. Het betreft de politiemannen J.Houtman en J.de Rooij, beiden gehoord als getuige door de commissie. Zij deelden eigener beweging mee dat de Chervin die vrijdag voor de commissie vragen beantwoordde, een ander was dan de Chervin die zij in 1996 in het kantoor van El Al voor het afleggen van een verklaring hadden bezocht.

Houtman en De Rooij verrichtten destijds onderzoek naar de aangifte van de ex-vrachtmedewerker van El Al J.Plettenberg die zijn voormalige werkgever beschuldigde van valsheid in geschrifte. In dat verband moesten de politiemannen ook de toenmalig directeur van de vrachtafdeling van de luchtvaartmaatschappij horen zo kwamen ze terecht bij Chervin. In hun recente mededeling aan de commissie zijn ze stellig dat ze destijds onder die naam heel iemand anders hebben gesproken dan de persoon die een week geleden is gehoord.

De commissie ziet vooralsnog geen heil in het opnieuw oproepen van getuigen om helderheid te verkrijgen over tegengestelde verklaringen.

,,Eventueel terugroepen van enkele getuigen om de tegenstrijdigheden verder uit te zoeken, of een aangifte van meineed zou binnen de commissie nog veel discussie veroorzaken'', aldus een betrokkene.