De gangmakers

,,HET COLLEGE Inleiding in de Economie dat kan uitleggen wat er op het ogenblik gebeurt, bestaat niet. We zijn waarschijnlijk bezig de studieboeken te schrijven, maar we kunnen ze nog niet lezen.'' Zo typeerde Alan Greenspan, de gezaghebbende voorzitter van de Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, deze week de uitzonderlijke toestand van de Amerikaanse economie.

Wat is er aan de hand? De Amerikaanse economie groeit nu al acht jaar aaneen. De werkgelegenheid neemt toe met drie miljoen nieuwe banen per jaar. Werkende Amerikanen verdienen meer. De inflatie is laag. De rente is laag. De dollar is sterk. De aandelenkoersen zijn hoog. Gemiddeld hebben de Amerikaanse huishoudens de afgelopen vijf jaar hun rijkdom met vijftig procent zien toenemen.

Deze blakende welvarendheid is te danken aan een combinatie van factoren. Natuurlijk, de flexibiliteit van de Amerikaanse economie speelt een belangrijke rol, evenals de massale herstructureringen die het Amerikaanse bedrijfsleven in de jaren tachtig heeft doorgevoerd. Daarnaast heeft de federale overheid een begrotingsoverschot bereikt, zodat de belastingen omlaag kunnen en burgers meer te besteden hebben. Dan zijn er de omgevingsfactoren: lage grondstoffenprijzen als gevolg van de weggevallen vraag elders in de wereld. En de nog steeds onvoldoende onderkende effecten van de technologische revolutie in het elektronische tijdperk.

HET CONTRAST MET de rest van de wereld is schril. Terwijl Japan worstelt met deflatie, Duitsland sputtert en financiële crises hebben toegeslagen van Thailand tot Brazilië, blijft de Amerikaanse economie een bolwerk van uitbundigheid. De gangmakers zijn de Amerikaanse consumenten. Zij blijven maar geld uitgeven. Vorig jaar namen de consumentenbestedingen in de VS toe met de omvang van het Nederlandse bruto nationale product. Die rare Amerikanen besteedden een Nederland extra in 1998.

De keerzijde van het consumentenoptimisme is dat de particuliere besparingen zijn opgedroogd en dat het tekort op de handelsbalans - zeg maar: het verschil tussen de binnenlandse consumptie en de binnenlandse productie - in snel tempo toeneemt. Amerika stevent af op een recordtekort op zijn handels- en betalingsbalans. Maar de importen uit het buitenland helpen andere landen exporteren. Met andere woorden: de Amerikaanse consumenten met hun gretigheid om geld uit te geven zijn de locomotief van de wereldeconomie.

Dit feest kan niet oneindig duren, want er bestaat in de economie nog steeds niet zoiets als een permanente gratis lunch. Vroeg of laat zal de groei afzwakken, verminderen de investeringen en beginnen de consumenten hun schulden af te lossen. Veel hangt af van de duurzaamheid die het welvaartsgevoel van de stijgende beurskoersen op Wall street heeft gegeven. Niemand weet hoe lang dit zal standhouden, maar Greenspan liet zich hierover deze week in zijn getuigenis voor het Congres voor zijn doen ondubbelzinnig uit. ,,Aandelenkoersen zijn hoog genoeg om de vraag op te roepen of ze overgewaardeerd zijn'', zei hij. Vooralsnog gaat het feest ongetemperd door.