Beleggersparadijzen

Is een dominante aandeelhouder een zegen of een zonde? Twee voorbeelden: de Vereniging Aegon, die zo'n 30 procent van de aandelen van de verzekeraar bezit, is bij overnames door Aegon een willig werktuig dat beleggers steeds weer in vervoering bRengt; en, een ander geval, de twee mannenbroeders oprichters van softwarebedrijf Baan zijn het afgelopen jaar gestraft met een miljardenverlies wegens de verstrengeling van belangen tussen Baan en hun investeringsmaatschappij Baan Investment, die vorig jaar nog bijna 40 procent van de aandelen van de ex-beurslieveling controleerde.

De overeenkomsten tussen Baan en Aegon zijn talrijk: eigenzinnig, gedreven in winstgroei in een specifiek marktsegment (,,totaal'' software voor Baan, pensioenverzekeringen voor Aegon). Agressieve boekhoudmethodes om bij de winstberekening het onderste uit de kan te halen. Optieregelingen die fortuin voor managers en werknemers koppelen aan stijgende beurskoersen en winst.

Aegon heeft na Koninklijke Olie en Unilever de hoogste waarde op de Amsterdamse effectenbeurs (52 miljard euro). Baan moest de afgelopen maanden tweederde van zijn beurswaarde van meer dan 5 miljard euro inleveren. Baan Investment, dat vorig jaar in Schone Handen Operatie I werd omgedoopt in Vanenburg Ventures, bezit nog ruim twee procent van de aandelen Baan. De rest is verkocht (meer dan tien procent) of aan banken als zekerheid gegeven (ruim twintig procent) voor de terugbetaling van kredieten die Vanenburg heeft.

Dat geleende geld heeft Vanenburg in bedrijven gestoken die deels nauw met Baan verweven zijn: beursfonds Baan was minderheidsaandeelhouder in deze bedrijven, deed zaken met hen en kocht er ook wel eens eentje. Toen beleggers eenmaal de ondoorzichtige relaties, die de winst van Baan kunstmatig konden opdrijven, en het gebrek aan onafhankelijke controle begonnen te wantrouwen was het voor Baan gedaan. Een winstwaarschuwing gaf de genadeklap.

Nee, dan de Vereniging Aegon: de ledenvergadering van twintig mensen telt zestien Nederlandse notabelen, twee commissarissen en twee bestuurders van Aegon, onder wie topman K. Storm. De Vereniging is een erfenis van de fusie in 1983 (tot Aegon) van Ennia en Ago, een coöperatieve vereniging. De Vereniging was vroeger een ideale bescherming tegen onsympathieke opkopers, maar biedt, nu Aegon te groot lijkt om zelf gekocht te worden, een buitengewone kans om nog groter te worden.

In het bod, vorige week, op de Amerikaanse onderneming Transamerica ter waarde van 19 miljard gulden speelt de Vereniging een cruciale rol.

Net als bij de acquisitie van de Amerikaanse onderneming Providian, drie jaar geleden, betaalt Aegon de overname deels met eigen aandelen die de verzekeraar van de Vereniging heeft gekocht. Daardoor hoeft Aegon minder nieuwe aandelen uit te geven. Gevolg: een directe bijdrage aan de cruciale groei van de winst per aandeel.

Na de deal koopt de Vereniging weer voldoende Aegon-aandelen in de markt terug om zijn meerderheidsbelang te handhaven. Dat meerderheidsbelang komt overeen met ongeveer 40 procent van de gewone aandelen en alle zogeheten preferente aandelen (die een vast dividend opleveren).

Door de personele unies tussen Aegon en de Vereniging kon de verzekeraar de benodigde aandelen voor het bod op Transamerica vorige week woensdag al kopen, waarna de overname de volgende dag wereldkundig werd gemaakt. Handel met voorkennis die kennelijk niet strafbaar is.

De noodgedwongen terugkoop van aandelen door de Vereniging legt, net als na de overname van Providian, een bodem onder de beurskoers. De bulk van de aandelen van Aegon zit bij professionele beleggers die niet zonder deze beursster kunnen. Na een relatief geringe uitbreiding van het Aegon-aandelenkapitaal wegens het bod op Transamerica zal de Vereniging het aantal verhandelbare effecten weer schaarser maken. En de superieure beurskoers stelt Aegon vervolgens weer in staat haar eigen aandelen als betaalmiddel te gebruiken bij steeds grotere overnames.

In alle openheid voegt de Vereniging een element aan de markt in aandelen Aegon toe. Er is het reguliere spel van vraag en aanbod van beleggers en speculanten. En daar komt de extra vraag bij die de Vereniging veroorzaakt. De Amerikaanse beursautoriteiten hebben daaraan, om koersmanipulatie te voorkomen, wel een dagelijks maximum gesteld.

De openheid van Aegon is een cruciaal verschil met de schimmigheid van Baan. Ook het ontbreken van andere zakelijke relaties dan het aandeelhouderschap van de Vereniging helpt een handje. De ,,koersorkestraties'' van de Vereniging laten de meeste beleggers verder koud.

De dubbele markt doet denken aan de wheeler dealer praktijken van een andere voormalige ondernemer en grootaandeelhouder. In zijn hoogtijdagen eind jaren tachtig had J. van den Nieuwenhuyzen er geen enkel probleem mee om op de effectenbeurs zelf pakketten aandelen van ,,zijn'' industrieconglomeraat Begemann te kopen als hij vermoedde dat er extra vraag van beleggers aankwam. Zijn handel ondermijnde het vertrouwen van de financiële wereld, zoals dat bij Baan ook is gegaan. Na de zondeval volgt uitstoting uit het paradijs.