Arabische erecode: `doodt uw dochter'

Familie-eer blijft een groot goed in het Midden-Oosten. Deze is onverbrekelijk verbonden met de maagdelijkheid van de dochters – zozeer dat praatjes daarover tot moord leiden. Die `eremoorden' worden zelden vervolgd en getuigen zwijgen.

In november kreeg Shereen, een 19-jarige Palestijnse studente psychologie, van haar vader te horen dat ze met een geestelijk achtergebleven, oudere man moest trouwen. Toen ze protesteerde, dreigde hij: ,,Trouw met hem of ik vermoord je.''

Zulke dreigementen dient een Midden-Oosterse vrouw serieus te nemen, want ze worden hier soms wel degelijk uitgevoerd. De familie-eer, de sharaf, hangt traditiegetrouw zozeer samen met de maagdelijkheid van de dochter(s), dat een roddel als `Ik zag je dochter met de buurjongen op straat' soms al genoeg is voor vaders, broers of ooms om haar leven te offeren voor de reputatie van de familie. Zo'n besluit wordt meestal genomen door een familieraad waarbij alle mannen aanwezig zijn.

Op de Westelijke Jordaanoever werden volgens een politierapport in 1998 tien vrouwen door hun familie vermoord, in Jordanië in 1997 twintig (in andere Arabische landen geeft de politie hierover geen informatie). Iedereen weet dat het ware aantal hoger ligt. `Eremoorden' blijven vaak binnen de familie, die probeert te doen alsof de vrouw een natuurlijke dood is gestorven of zelfmoord heeft gepleegd. De politie wordt niet gebeld. Zij die weten, zwijgen.

Shereen deed echter wat steeds meer vrouwen doen: ze belde een `Hulplijn'. Zij had in kranten advertenties gezien van het Center for Working Women in Ramallah,dat sinds 1996 een nummer heeft voor vrouwen in nood. Kifah Manasra, sociaal werker bij het Centrum, kwam meteen in actie. Shereens vader, een miljonair die via-via had vernomen dat zijn dochter met een man `rommelde', bleek vastbesloten haar te doden als ze niet met de achterlijke man zou trouwen – het enige soort man immers aan wie je een geschonden vrouw nog kwijtkunt. Toen hij Manasra zag, explodeerde hij: nu het verhaal openbaar was geworden zag hij geen andere uitweg dan Shereen meteen te vermoorden. Manasra schakelde de politie in en bracht Shereen naar een onbekend huis op een onbekende plaats. Ze wil niet praten, zegt Manasra: ,,Ze kan geen risico lopen. Haar vader en ooms zoeken haar overal. Ze gaat eraan zodra ze haar vinden. We hadden laatst een tiener die door haar broer zwanger was gemaakt verstopt in een ziekenhuis. De broer bekende, maar zij moest dood, niet hij. Via de portier of kok kwam haar familie achter haar verblijfplaats. Voor we het wisten, liepen ze door de gang.''

Hoewel `femicide', zoals vrouwencentra eremoord noemen, strafbaar is, komen de daders er in het zeldzame geval dat ze berecht worden met lichte straffen van af. Volgens de Jordaanse wet, die ook op de Westelijke Jordaanoever van kracht is, staat er 15 jaar op moord – tenzij deze is gepleegd uit zelfbescherming of om de familie-eer te zuiveren. Volgens sociaal werker Affaf al-Jabari, die bij de Vrouwenvakbond in Amman de enige hulplijn van Jordanië beheert, zitten de moordenaars gemiddeld zes maanden in de cel. Dat schaadt de familie-eer niet, maar is juist een bron van trots: ,,Die straf bewijst voor de buitenwereld dat de familie heeft gedaan wat haar te doen stond. Volgens het islamitisch recht, de shari'a, mag een vrouw worden gestraft voor seks buiten het huwelijk als het bewezen is. Als er getuigen zijn. Maar bij eremoord doet het er vaak niet toe of er getuigen zijn: de vrouw moet dood, of er nu sprake is van feiten of van praatjes. Iedereen heeft zijn eigen opvatting van familie-eer. Dit heeft niets met de islam te maken, meer met een eeuwenlange traditie die nog zeer populair is.''

Zo populair dat het in arme en rijke families voorkomt – al komt het bij rijken minder naar buiten, want die wonen vaak in ommuurde villa's vanwaar dingen minder makkelijk uitlekken dan van een appartement vierhoog achter. Zo populair ook, dat rechters soms tegen een man die zijn zuster of dochter heeft vermoord, zeggen dat hij een held is. Al-Jabari ging eens met een meisje naar de politie om aangifte te doen. Later zei een agent tegen haar vader, die haar op grond van volgens het meisje onware verhalen had bedreigd: ,,U moet haar vermoorden!''

Het onderwerp `familie-eer' staat in de Palestijnse Autonomie en Jordanië niet ter discussie. Geweld tegen vrouwen is sinds kort echter minder taboe. Begin jaren negentig begonnen lokale vrouwenorganisaties, geholpen door Westerse ambassades, met hulpprogramma's. Op de VN-vrouwenconferentie in Peking stond de eremoord op de agenda. In Jordanië begon een vrouwelijke verslaggever van de Jordan Times eremoorden te beschrijven om discussie op te wekken – voorheen haalden die de krant niet eens. Sinds koningin Noor vorig jaar over eremoorden sprak in een vraaggesprek met CNN, besteden de Palestijnse en de Jordaanse televisie voorzichtig aandacht aan het onderwerp. In beide landen staan de hulplijnen ineens roodgloeiend.

In de Juweida-gevangenis in Amman zaten afgelopen oktober 191 vrouwen vast, van wie 55 niet wegens een misdaad waren gedetineerd maar om hen te beschermen tegen wraaklustige familieleden. Opvanghuizen van de overheid waren er niet. De politie, die vroeger soms hulpzoekende vrouwen terugstuurde, weet niet meer wat ze met die stroom bedreigde (soms zwangere) vrouwen aanmoet. Ze zitten in vier kamers hun tijd uit, achter tralies, met versleten blauwe gevangenisjurken aan. Niemand weet hoelang nog. Omdat nu ook agenten aandringen op officiële opvang, bouwt de regering nu naast de gevangenis een opvanghuis, betaald door een VN-organisatie, waar de vrouwen ook cursussen kunnen volgen in de hoop op enige resocialisatie.

Vrouwen lobbyen bij het Palestijnse parlement om de wet te veranderen, zij het tot dusverre vergeefs. De Jordaanse minister van Sociale Ontwikkeling, Mohammed Kheir Mamser, zegt: ,,We moeten de wet aanpassen, zodat eremoord een gewone misdaad wordt, net als elke andere moord.'' Maar een nieuwe wet verandert de mentaliteit nog niet. Betrokkenen denken dat het, zelfs met grote voorlichtingscampagnes waaraan alle autoriteiten deelnemen waar Palestijnen en Jordaniërs tegen opkijken (regering, koningshuis, sjeiks, dorpsoudsten), decennia kan duren voor ze iets van een verandering merken. Van die campagnes is voorlopig geen spoor.

Soms besluiten families om een vrouw door een minderjarig zoontje of broertje te laten vermoorden; die zijn immers niet strafbaar. Jaffaf al-Jabari kwam eens een jongetje tegen dat vertelde dat hij zijn jaren oudere zus had gedood. Later bleek dat de vader het jongetje had opgedragen de moord te bekennen die hijzelf had gepleegd, om zo een mogelijke straf te ontlopen.