Waar blijft de ideale tuinengids?

De meeste tuinenreisgidsen zijn te vriendelijk: alles is leuk en mooi. Waar blijft de kritische gids die `Michelin-sterren' uitdeelt aan tuinen?

Soms kan een zaktelefoon handig zijn. Zo stonden vrienden van mij vorig jaar voor een gesloten hek van een Italiaanse villatuin. Naast het hek hing een bordje met de mededeling `Alleen te bezoeken na telefonische afspraak'. Via de draadloze telefoon was dat snel geregeld en vijf minuten later zwaaide het tuinhek open.

Zelf werd ik vroeger bijna dagelijks geconfronteerd met tuinbezoekers die aan een dichte deur klopten. Ik stond aan de goede kant van die deur, want ik werkte in een beroemde tuin in Engeland die pas 's middags om twee uur voor het publiek openging. Omdat de tuin op de route naar Dover lag, trok hij veel toeristen, onder wie heel wat Nederlanders. Elke dag arriveerden de eerste bezoekers al om een uur of negen 's morgens. De meesten lazen het bordje bij de ingang en keerden teleurgesteld om, maar sommigen - onder wie veel landgenoten - verzonnen een list. Soms, als ik vlakbij de ingang aan het werk was, kon ik de discussies aan de andere kant van de heg volgen. ,,Als we nou eens zeggen dat we de boot moeten halen en niet tot vanmiddag kunnen wachten?' ,,We kunnen ook doen of we geen Engels lezen en gewoon naar binnen gaan.' ,,Of we zeggen dat we speciaal voor deze tuin naar Engeland zijn gekomen.' In die tijd was ik minder mild dan nu. Als ze besloten om het er op te wagen, liet ik ze eerst in hun beste Engels hun smoes opdissen, om ze daarna met satanisch genoegen en in vloeiend Nederlands de deur te wijzen.

Wie het leuk vindt om in binnen- of buitenland eens een tuin te bezoeken, heeft behoefte aan een goede reisgids, waarin duidelijk staat wanneer de tuin geopend is. Daarnaast is een duidelijke routebeschrijving onontbeerlijk. Ooit ben ik met een reisgids van Henk Dijkman in België en Noord-Frankrijk op stap geweest, waar ik sommige tuinen slechts met grote moeite en andere helemaal niet heb gevonden.

De meeste tuinenreisgidsen die de laatste jaren bij bosjes verschijnen, hebben één manco: de auteur heeft geen mening. Als ik een wijngids koop, verwacht ik dat de schrijver mij vertelt welke wijnen lekker en welke niet te drinken zijn. Een restaurantgids koop ik om te weten te komen in welk etablissement ik waar voor mijn geld krijg. In een tuinengids wil ik lezen welke tuinen een omweg waard zijn. Natuurlijk - een waardeoordeel is subjectief, maar toch liever een subjectieve mening dan helemaal geen. De kritische opmerkingen die ik verlang hoeven nog niet eens over de tuin zelf te gaan. Een voorbeeld: er zijn seizoenen waarin geniepige mugjes het bezoek aan tuinen aan de westkust van Schotland en Ierland volledig kunnen vergallen. Dan zou het toch handig zijn als ik in mijn tuinengids las dat ik Azaron mee moest nemen. Daar heb ik meer aan dan aan de mededeling dat de oude Lady Fitzgibbon nog zo kras haar borders schoffelt en op hoge leeftijd zo kranig met gieter en kruiwagen in de weer is. En moge God die auteurs met een bolbliksem treffen die in elke tuin persoonlijk door de graaf, markiezin of barones worden rondgeleid en daarover nooit meer uitgepraat raken.

Wat ik in de tuinenreisgidsen wil zien - uitgevers van Nederland, spitst uw oren! - wat ik in tuinenreisgidsen wil zien is het Michelin-systeem. Drie sterren voor een toptuin, twee voor een tuin `qui vaut le détour' en één voor een tuin waarin je even kunt binnenwippen als je toch in de buurt bent.

Gelukkig zijn er buitenlandse tuinenreisgidsen die het sterrensysteem toepassen. Wie naar Engeland, Schotland, Wales of Ierland gaat, is het beste af met The Good Gardens Guide onder redactie van Graham Rose en Peter King. De tuinen worden elk jaar door verspieders bezocht en gewaardeerd met sterren; er zijn drie categorieën: tuinen met twee sterren worden - met typisch Brits zelfvertrouwen - tot de mooiste ter wereld gerekend en tuinen met één ster zijn een lange reis meer dan waard. Van de meer dan duizend genoemde tuinen hebben de meeste geen enkele ster, maar het feit dat ze genoemd worden geeft aan dat ze weliswaar geen omweg, maar wel degelijk een bezoek waard zijn.

Om onduidelijke redenen bestrijkt The Good Gardens Guide ook een deel van Frankrijk, België en Nederland. De Hortus Botanicus van Leiden krijgt maar liefst twee sterren, waarom mag joost weten, misschien omdat er een `Useful guide in English' verkrijgbaar is. Ook Het Loo krijgt drie regels toebedeeld, maar geen ster. Die verdient die tuin ook niet, met zijn zielloos gefrutsel in dorre steenslag en steriele buxushaagjes.

Tuinenreisgidsen gaan bijna altijd grotendeels over Engeland, Schotland en Wales en dat is toch merkwaardig, omdat zelfs de Engelsen toegeven dat de mooiste tuinen van Europa in Spanje en Italië te vinden zijn. Daar kan ik van harte mee instemmen; Britse tuinen zijn mooi, maar zelden onvergetelijk. Bovendien lijken ze nogal op elkaar en misschien komt dat wel doordat veel tuinen onder hetzelfde management vallen: de National Trust. Particuliere tuinen hebben over het algemeen meer karakter, maar na tien Engelse borders begin je toch te dromen van de borderloze tuin. Doordat de tuinenreiziger op Engeland gefixeerd is, lijden de drukstbezochte tuinen daar onder het fileprobleem, terwijl je in Franse tuinen nog op je gemak van rust, vogelzang en het geluid van kabbelend water kunt genieten. Bovendien wordt er in Frankrijk af en toe vernieuwend getuinierd, terwijl men in Engeland nog altijd volgens de oude afgekloven concepten te werk gaat.

Onlangs bracht uitgeverij Van Reemst in samenwerking met de ANWB in de serie Hortus Reisgidsen een tuinenreisgids voor Frankrijk op de markt. Niet slecht en ook niet helemaal meningloos, want voor de goede verstaander valt uit de onderkoelde toon waarop auteur Patrick Taylor sommige tuinen bespreekt op te maken dat je die tuinen beter kunt overslaan. Maar de beste tuinenreisgids van Frankrijk is het vuistdikke Jardins en France van Michel Racine. Racine hanteert een variant op het Michelinsysteem en waardeert tuinen met bloemetjes en ruitjes. Bloemetjes duiden op botanische - en ruitjes op historische waarde. Vier bloemen of ruiten geven aan dat de tuin een bezoek meer dan waard is; bij twee of minder symbolen verdient de tuin `un petit détour'.

Wie een waarderingssysteem voor tuinen bepleit, moet zelf het goede voorbeeld geven. Hier volgen de vijf mooiste tuinen van Europa:

Ierland: Ilnacullin (Garinish Island), bij Glengariff, County Cork. Krankzinnige, neo-klassieke tuin op een eilandje in Bantry Bay. Oorspronkelijk een kale rots, waar gedurende tien jaar in kleine bootjes teeltaarde naar toe is vervoerd. Absurd contrast tussen namaak-Romeinse zuilen en de ruige Ierse bergen in de verte. Alsof je door een schilderij van Willink wandelt. Laarzen, muggenolie en regenkleding mee. Geef de bootsman £1 extra en vraag hem om langs de zeehonden te varen die op de rotsen liggen te zonnen.

Engeland: Great Dixter, Northiam, East Sussex. Tuin van Christopher Lloyd die, hoewel hij tegen de tachtig loopt, nog steeds met nieuwe vormen van tuinieren experimenteert. Ga in juni, als er duizenden wilde orchideeën bloeien, of in oktober, wanneer de subtropische jungle in de voormalige rozentuin op zijn mooist is. Bezoek de tuin tegen sluitingstijd; talmende bezoekers worden niet weggejaagd. Pas op voor de teckels van de eigenaar. Die bijten.

Frankrijk: Château de Villandry, 15 km ten westen van Tours, aan de D7. Een van de drukstbezochte tuinen van Frankrijk, maar toch een bezoek waard buiten het toeristenseizoen (juni of okt). Buxusparterres zijn op onorthodoxe wijze gevuld met rode kolen en kroppen sla, waardoor de tuin eenzelfde vitaliteit uitstraalt als een welvoorziene groentenwinkel.

Spanje: Palacio de los Marqueses de Viana, Cordoba. Een doolhof van gangen, zalen en veertien binnenplaatsen die in tuinen zijn omgetoverd. Je dwaalt rond als in een droom en het is onbegrijpelijk dat deze patiotuinen tot nu toe aan de aandacht van de toeristen ontsnapt is. Onvoorspelbaar toegangsbeleid, want het Palacio houdt zich niet aan de openingstijden die in de folders staan aangegeven.

Italië: Giardino e Rovine di Ninfa, bij Latina, 70 km ten zuiden van Rome. Juist het feit dat veel Italiaanse tuinen niet tot in de puntjes zijn gerestaureerd, maakt ze zo onweerstaanbaar. De tuinen van Bomarzo hebben schrijvers en dichters geïnspireerd en de Villa d'Este in Tivoli bij Rome is een must voor liefhebbers van fonteinen en waterwerken, maar het paradijs op aarde ligt in het verlaten middeleeuwse stadje Ninfa. Ruïnes van huizen en voormalige straten dienen als decor voor weelderige exotische planten. Murmelende beken verschijnen en verdwijnen in deze ideale synthese tussen heden, verleden, cultuur en natuur. Slechts één- of tweemaal per maand geopend en moge dat nog lang zo blijven.