Tussen pees en pistool

NEGENTIEN JAAR geleden klaagde een Amsterdamse politiecommissaris er over dat er een `gat' zat tussen wapenstok en karabijn. Commissaris De Rhoodes begon er over na de rellen in Amsterdam tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980. Volgens hem was het een klein wonder dat er geen doden waren gevallen, toen de gewelddadige demonstranten onder het motto `geen woning, geen kroning' bijna tot aan de poorten van de Nieuwe Kerk waren opgerukt.

Sindsdien is het gat tussen bullepees en vuurwapen niet opgevuld. Daartoe leek ook niet zoveel aanleiding omdat de politie steeds meer greep kreeg op haar zogeheten `grootschalige optreden'. Maar in de jaren negentig veranderde het beeld. Het is nu vooral het kleinschalig handhaven van de openbare orde dat problemen oplevert. De wijze waarop (criminele) burgers tegenwoordig agenten tegemoettreden, dwingt de politie er steeds vaker toe het dienstpistool te gebruiken. Een simpele arrestatie lijkt zo langzamerhand nostalgie te worden.

Minister Peper (Binnenlandse Zaken) wil daarom dat de politie zo snel mogelijk de beschikking krijgt over zogenoemde `pepperspray'. Zo'n spuitbus biedt volgens hem de mogelijkheid om weerbarstige verdachten uit te schakelen zonder meteen een vuurwapen te hoeven hanteren.

Peper negeert hiermee het advies van het Politie Instituut Openbare Orde en Veiligheid. Volgens dit instituut wordt het befaamde `gat' met de pepperspray helemaal niet opgevuld en is het gas bovendien niet zo ongevaarlijk als wordt gesuggereerd door bijvoorbeeld de Amerikaanse politie, die de spray al jaren tot eigen tevredenheid gebruikt. De bewindsman honoreert hiermee echter het advies van koningin Beatrix die zich, blijkens uitgelekte rapportages van een gesprek met jonge parlementariërs, onlangs voorstander van de pepperspray zou hebben betoond. De ministeriële verantwoordelijkheid, waarover enige vragen rezen naar aanleiding van dit per ongeluk geopenbaarde gesprek ten paleize, is nu formeel keurig afgedekt. Staatshoofd en minister zijn het eens, al staat niet vast wie wie heeft ingefluisterd.

IS DAARMEE ook gezegd dat de introductie van de pepperspray het ei van Columbus is? Dat de politie een wapen moet hebben dat harder is dan de bullepees maar milder dan het pistool, staat buiten kijf. Dat zo'n wapen schadelijk kan zijn eveneens. Dat is de onvermijdelijke prijs als men het `gat' wil opvullen. Maar het is een illusie om te denken dat de politie het monopolie op het nieuwe wapen zal houden. Als de overheid haar agenten met een pepperspray zal uitrusten, zullen de burgers dat ook kunnen gaan doen. Iedereen die niet blind is, kan dagelijks om zich heen zien hoe het wapenbezit op straat zich niet stoort aan de wettelijke bepalingen. Het gevolg zou dan ook wel eens kunnen zijn dat criminele burgers en politie-agenten elkaar straks met sprays te lijf gaan. Wie in dat geval wie uitschakelt, staat dan niet meer bij voorbaat vast.

Alleen een helder opgezet experiment met de pepperspray kan uitwijzen of een dergelijk `tussenwapen' het de politie makkelijker maakt of de geweldsescalatie op straat juist bevordert.