STELLINGEN

De Statenleden kregen acht stellingen voorgelegd. Zij konden aangeven in welke mate zij het met de stellingen eens waren.

1 Bijna alle respondenten zijn het met deze stelling eens. SP'ers, D66'ers en leden van de kleine christelijke partijen het meest. In Limburg en Noord-Brabant zijn relatief de meeste Statenleden het met de stelling eens.

2 Over het algemeen is men het hiermee oneens. De meeste aanhangers zijn te vinden onder leden van de ouderenpartijen, de SP en GroenLinks. In Friesland zijn ongeveer evenveel voorstanders als tegenstanders, terwijl Statenleden in Noord-Holland over het algemeen sterk tegen zijn.

3 Gemiddeld zijn de respondenten tegen meer provinciale belastingen. SP'ers zijn het sterkst tegen, ofschoon zij wel meer geld voor de provincie wensen. VVD'ers en leden van de ouderenpartijen zijn het in mindere mate oneens met de stelling. Leden van GroenLinks zijn gemiddeld voor meer belastingen.

4 Zeventien leden zijn het hiermee eens of zeer eens. Vijf van hen komen uit Gelderland (twee D66'ers, één VVD'er, één CDA'er en één PvdA'er). Op de VVD'er na stellen zij zich allen weer verkiesbaar. Landelijk stellen acht van de zeventien aanhangers van de stelling zich weer verkiesbaar.

5 D66'ers en PvdA'ers zijn over het algemeen voorstander van gelijktijdige verkiezingen, in tegenstelling tot de overige Statenleden.

6 Aanhangers van deze stelling zijn vooral in Friesland en Limburg te vinden en bij de leden van de ouderenpartijen. Gedeputeerden zijn het vaker eens dan `gewone' Statenleden.

7 De overgrote meerderheid is voorstander van een andere organisatie van de politie. Vooral D66'ers en leden van de kleine christelijke partijen zijn het met de stelling eens; geen enkele partij is het er overwegend mee oneens. In Groningen, Drenthe en Zeeland is het aantal voorstanders relatief het grootst. Gedeputeerden zijn sterker voorstander dan `gewone' Statenleden.

8 Alleen in Limburg, Groningen en Noord-Holland zijn de respondenten overwegend voor het opheffen van de waterschappen. PvdA'ers en GroenLinks'ers zijn in het algemeen licht voor opheffen, de overige partijen zijn tegen. Statenleden uit de agrarische sector zijn het sterkst tegen opheffen, net als de respondenten die gespecialiseerd zijn in landbouwaangelegenheden.