Nederland wil belastingverdrag met VS herzien

Nederland breekt hoogstwaarschijnlijk het vijf jaar oude belastingverdrag met de Verenigde Staten open. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) onderzoekt op dit moment in hoeverre Nederland wordt achtergesteld bij Zwitserland, Ierland en Luxemburg.

Dit heeft het ministerie van Financiën desgevraagd bevestigd. De belastingverdragen die de VS onlangs heeft gesloten met Zwitserland, Ierland en Luxemburg lijken Nederland als vestigingsland voor buitenlandse ondernemingen minder aantrekkelijk te maken. Mocht het onderzoek van Financiën dat bevestigen, dan reist Vermeend af naar de VS om het verdrag te heronderhandelen.

Nederland en de VS hebben met ingang van 1 januari 1994 een belastingverdrag gesloten, dat een einde moest aken aan het door de VS verafschuwde treaty-shopping. Daarbij gebruikten buitenlandse ondernemingen Nederland als springplank voor activiteiten in de VS door in Nederland een vennootschap op te richten.

Met deze vaak `papieren' bv kon elk buitenlands bedrijf profiteren van de gunstige belastingbepalingen tussen Nederland en de VS. Het in 1992 ondertekende verdrag was voor Nederland minder gunstig dan het oude verdrag van 1948, maar gunstiger dan verdragen van de VS met andere Europese landen.

,,Op dat moment was het het beste verdrag'', zegt de woordvoerster van Vermeend, ,,maar sindsdien zijn er ook met andere landen verdragen gesloten''. En die zijn veel gunstiger dan dat van Nederland, schrijven de belastingadviseurs Oscar Teunissen en Quirijn Kolff van het New-Yorkse kantoor van PriceWaterhouseCoopers in het vandaag verschenen Weekblad voor Fiscaal Recht. Nederland is nu minder geschikt als vestigingsplaats voor holdings, voor financieringsmaatschappijen dan Zwitserland, Ierland en Luxemburg.

Teunissen en Kolff menen dat ,,het Nederlandse-Amerikaanse belastingverdrag in zijn huidige vorm zou moeten worden aangepast om vergelijkbare voordelen te kunnen bieden als de verdragen met Zwitserland en Luxemburg.''. Zo niet, dan loopt de werkgelegenheid in de bloeiende tak van de financiële diensten terug. Nederlandse belastingsadviseurs in New York hebben in enkele gevallen cliënten al geadviseerd om in Zwitserland of Luxemburg te investeren in plaats van in Nederland.

Het grote struikelblok in het het verdrag met Nederland is dat de Amerikaanse belastingdienst (Internal Revenue Service) vaak eerst tijdrovende toetsingen moet doen, voordat ondernemingen de geldstromen van de VS naar Nederland kunnen sluizen. Bedrijven betalen in de VS eenzelfde belastingtarief, ongeacht in welk land ze een hoofdvestiging hebben. Uit enkele voorbeelden in het weekbladartikel blijkt echter dat er een ingewikkelde bepaling in werking treedt als bijvoorbeeld rente-opbrengsten of dividenden naar Nederland gaan.

In de nieuwe verdragen ontbreken die toetsingsbepalingen. Bedrijven met een hoofdvestiging in Zwitserland, Ierland of luxemburg zijn minder tijd kwijt dan in Nederland gevestigde ondernemingen. Een andere complicatie is dat in het Nederlandse verdrag een bepaling is opgenomen, dat een moedermaatschappij meer dan vijftig procent van de aandelen van een dochteronderneming moet bezitten.

In het Luxemburgse verdrag wordt gesproken over tenminste vijftig procent en dat is veel makkelijker voor het oprichten van een joint venture.

    • Karel Berkhout
    • Lucas Ligtenberg