Hof blokkeert uitlevering jonge Israeliër aan VS

Het Israelische Hooggerechtshof heeft vandaag uitlevering van een jonge joodse Amerikaan aan de Verenigde Staten geblokkeerd omdat hij tevens over het Israelische staatsburgerschap beschikt.

De 18-jarige Samuel Sheinbein wordt in de VS gezocht wegens moord op een leeftijdsgenoot, wiens in stukken gezaagde lijk in september 1997 in de staat Maryland werd gevonden. Twee dagen na de moord zocht Sheinbein zijn toevlucht in Israel, waar hij sindsdien gevangen zit. Washington heeft zeer zware druk op Israel uitgeoefend om hem uit te leveren. Het was niet meteen duidelijk wat de gevolgen van de uitspraak zullen zijn voor de Israelische relaties met de VS, zijn nauwste bondgenoot.

,,Wat niet moet worden vergeten, en we zullen dat ook aan de VS zeggen, is dat gerechtigheid zal worden gedaan'', aldus een hoge functionaris van het Israelische ministerie van Justitie die voor de rechters voor uitlevering had gepleit. Sheinbein zal nu wegens de moord in Israel worden berecht.

Sheinbein had gewezen op zijn Israelische nationaliteit – via zijn vader, want zelf was hij niet in Israel geboren of ooit geweest – om aan uitlevering te ontkomen. Volgens een uit 1978 stammende wet kunnen Isrsaelische burgers niet voor berechting aan het buitenland worden uitgeleverd.

Een rechtbank in Jeruzalem oordeelde in september dat Sheinbein wel degelijk aan de VS kon worden uitgeleverd, omdat hij nooit nauwe banden met de joodse staat had onderhouden. Het Hooggerechthof kwam vandaag echter met een meerderheid van drie tegen twee tot de conclusie dat Sheinbein wel degelijk de Israelische nationaliteit bezit.

De wet van 1978 werd aangenomen op aandringen van de toenmalige Israelische premier Menahem Begin, die vond dat joden niet voor berechting door niet-joden konden worden uitgeleverd. Juridische deskundigen hadden grote moeite met de wet, omdat deze volgens hen Israels relaties met andere landen zou schaden. Onder deze critici is opmerkelijk genoeg ook Sheinbeins advocaat, ex-minister van Justitie David Libai. Deze betoogde echter dat het niet aan de rechters was om aan de wet te tornen, maar dat het parlement deze dient te wijzigen. (AP, AFP, Reuters)