Giften Rijksmuseum `exceptioneel'

Met de aankoop van een 18de-eeuws doek van Willem van Mieris en een 17de-eeuwse sculptuur van Francis van Bossuit heeft het Rijksmuseum in één jaar met aanzienlijke hulp van de Vereniging Rembrandt drie belangrijke stukken aan zijn collectie toegevoegd. Het derde, het Liedboek van Anna Steyns (1611-'12) werd vorig jaar verworven. Drie grote giften binnen een jaar aan één instelling is `exceptioneel', zei voorzitter mr. J.M. Boll gisteren bij de presentatie van de aanwinsten in het Rijksmuseum.

Dat ligt, aldus Boll, deels aan het museum zelf, dat belangwekkende stukken op het spoor komt, maar ook aan de financiën van de Vereniging Rembrandt. Deze kreeg onlangs een miljoen van een anonieme weldoener, te besteden over een periode van vijf jaar, en nog een miljoen uit een particuliere nalatenschap. Bijkomend voordeel is dat sinds vorig jaar over deze schenkingen geen schenkings- of successierecht meer hoeft te worden betaald.

Het genrestuk De Rarekiek (1718) van Willem van Mieris (1662-1747), zoon van de Leidse fijnschilder Frans van Mieris de Oude, werd gemaakt in opdracht van de Leidse verzamelaar Allard de la Court die er toen al een kapitaal van 1000 gulden voor betaalde. Het is nu voor 1,2 miljoen aangekocht bij de Maastrichtse kunsthandel Noortman. Midden in het gedetailleerde keukeninterieur staat een savoyard, een Franse speelman, gehuld in haveloze kleren. Hij toont de aanwezige familieleden een `rarekiek', een kijkkast waarin meestal actuele gebeurtenissen te zien waren. Voor de kleurrijke toeschouwers kijkt een kind in verrukking toe. Het bijzondere van deze rarekiek is dat er een religieus onderwerp is afgebeeld: scènes uit het passieverhaal van Christus. En met zijn afmetingen van 57 bij 48 cm is het ook ongewoon groot voor een Van Mieris.

De tweede aanwinst, de 44 centimeter hoge sculptuur Mars van de Vlaming Francis van Bossuit (1635-'92), werd enige tijd verloren gewaand. Het werd in december gekocht op een veiling in Parijs. De museale belangstelling is tot op het laatst geheim gehouden om de prijs niet op te drijven. Tien jaar geleden werd hetzelfde beeld op een veiling in Genève niet als een Van Bossuit herkend. Van Bossuit, een belangrijke 17de-eeuwse beeldhouwer, verbleef lange tijd in Rome voordat hij zich rond 1680 in Amsterdam vestigde. Daar verwierf hij faam omdat `hy het harde Yvoor door zyn beytelslagen, dat de stukken om her vloogen, in een teedre sachtigheyt veranderde'. Hij sneed de ongesigneerde Mars, het grootste en enige vrijstaande `Kleinplastik' van zijn hand, uit één blok ivoor. De naakte oorlogsgod staat met een been losjes voor het andere, de rechterarm gekruist voor zijn lichaam, met de rechterhand aan het gevest van zijn wapen. Het Rijksmuseum had al wel een zeer fijn gesneden ivoren reliëf van Van Bossuit in zijn bezit. Er moet nog een Venus bestaan als pendant van Mars, maar die is tot nu toe spoorloos.

    • Gerda Telgenhof