Geen zicht op de kosmos

De dagen lengen weer. De nacht is op de terugtocht. Maar voor tussen de 600.000 en 800.000 werknemers blijft het de hele dag duister. Uit onderzoek van de FNV Bondgenoten blijkt dat één op de drie dienstverleners in detailhandel het zonder daglicht moet stellen. Of het regent of zont, zien ze alleen maar aan de kleren van hun klanten. Ze zijn de mijnwerkers van de consumptiemaatschappij.

Het lijkt een probleem van luxe beesten. Geen zicht op de kosmos. Geen schijnsel van de zon. En inderdaad: er bestaat geen acute dreiging. Veiligheid is niet direct in het geding. Maar het lijf beschouwt het daglicht niet als luxe. Het vlees verkommert in het duister. De geest begint te dralen en te dolen. Wie lang tot duisternis gedoemd is, verliest elk besef van tijd, zoals poolreiziger Cook in 1909 tot zijn schade ontdekte. Door de maanstanden te volgen probeerde hij de dagen bij te houden. Maar hij raakte snel de tel kwijt. De niet aflatende donkerte drukte hem en zijn bemanning als lood op de schouders, zoals de aantekeningen in zijn dagboek illustreren. ,,De sluier van duisternis die over de wereld buiten met zijn ijzige verlatenheid is gevallen, is ook over de innerlijke wereld van onze zielen gekomen.''

Verpieteren door gebrek aan daglicht is een slepend, sluipend proces, zegt Jan Warning, beleidsmedewerker van FNV Bondgenoten, die al jarenlang aandacht vraagt voor de werkers in het duister. En slopend, zoals Tamara (niet haar echte naam) de afgelopen maanden heeft ervaren. Aan het Statenplein in Dordrecht werkt ze bij V&D in de kelder, waar je op de budgetmarkt een jack kunt kopen voor 25 gulden en een broek voor een tientje. Tamara ordent de bakken, ze poetst de vrijgekomen planken, ze draagt de nieuwe voorraad aan. Op de achtergrond dreunt altijd muziek.

Tamara is al maanden moe, ook al slaapt ze tien uur per nacht. Ze heeft steeds meer moeite met concentreren. Laatst barstte ze in huilen uit toen ze zich tot twee keer toe een simpele opdracht onmogelijk meer kon herinneren. ,,Zo stom'', voelde ze zich. Bij haar indiensttreding aan het eind van de zomer had ze jurkmaat 38. Inmiddels draagt ze de gewaden van haar zus, maat 42. Haar behoefte aan koolhydraten in de vorm van brood en pasta blijkt niet te bedwingen en ze is twaalf kilo zwaarder dan een half jaar geleden. Tamara heeft een tijd lang gevreesd dat ze zwanger zou zijn. Dat dacht ze ook omdat ze zo prikkelbaar was. ,,Werkelijk niet te genieten.'' En ze had ook ,,geen zin meer in mensen''. Ze nam de telefoon niet meer op en ze hield steeds vaker haar deur gesloten. Steeds groter werd het verlangen om ,,eenvoudig te verdwijnen''. ,,Er was niks wat me kon boeien. Ik voelde me zo waardeloos.''

Vermoeidheid, concentratieverlies, vreetlust, neerslachtigheid. Dat zijn exact dezelfde klachten waar lijders aan de Seasonal Affective Disorder (SAD), de zogeheten winterdepressie, mee kampen. Drie procent van de Nederlandse bevolking heeft daar last van, en nog eens acht procent gaat gebukt onder de mildere vorm, Subsyndromal Seasonal Affective Disorder (SSAD), beter bekend als de winterblues. Het zijn aandoeningen die door een tekort aan daglicht worden veroorzaakt, waardoor de biologische klok wordt ontregeld die in het menselijk lichaam allerlei ritmes reguleert. Patiënten kunnen bij meer dan 25 ziekenhuizen en RIAGG's terecht voor lichttherapie.

Het was een huisarts die Tamara op deze feiten wees. Een openbaring. Dat ze ziek werd van het duister. Dat haar lichaam protesteerde tegen het werken in een kelder. De dokter had haar ook nog gezegd dat lijders aan een winterdepressie meestal fluitend de zomer weer ingaan. ,,Jouw winter duurt het hele jaar.''

Toen ze de symptomen eenmaal herkende, ontdekte Tamara opeens hoe wijd verspreid ze zijn. Twee vriendinnen die in het winkelcentrum Drievriendenhof werken, een tante die bij Albert Heijn in de Visstraat achter de verse vleeswaren staat, een kennis die bij textielsuper Zeeman verkoopster is, allemaal hadden ze soortgelijke klachten. Wat ze ook gemeen hadden, was dat ze niet naar hun baas durfden stapten. Tamara maakte uiteindelijk wel werk van haar klachten maar steeds kreeg ze te horen dat ze niet zeuren moest.

Dat daglicht zo vitaal is voor het welbevinden van mensen wordt niet serieus genomen. Niet door werknemers, niet door werkgevers en ook niet door de overheid. Die onverschilligheid is stuitend. Dat er een wettelijk recht op daglicht bestaat, dat twee jaar geleden nog in de Arbowet is verankerd, het overgrote deel van het personeel in groothandel en detailhandel heeft daar geen besef van. Als werknemers dat recht al kennen, maken ze er geen gebruik van. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de mensen die bij kunstlicht de kost verdienen, dat ervaart als onaangenaam en ondermijnend. Maar slechts een enkeling dient een officiële klacht in bij de Arbeidsinspectie. Elke klacht wordt onderzocht, garandeert een woordvoerder van de Arbeidsinspectie. En ook bij onderzoek op eigen initiatief, kijkt de Arbeidsinspectie altijd naar de beschikbaarheid van daglicht. Maar tot een proces-verbaal komt het zelden. Daglicht, zegt de woordvoerder, heeft geen hoge prioriteit.

Werkgevers voelen dan ook weinig noodzaak panden aan te passen waar de zon nooit schijnt. Sterker, constateert FNV Bondgenoten, bij nieuwbouw wordt steeds minder rekening gehouden met de beschikbaarheid van natuurlijk licht. De toenmalige staatssecretaris De Grave heeft twee jaar geleden een evaluatie van het recht op daglicht in de Arbowet beloofd. Bij zo'n evaluatie zou ook in kaart moeten worden gebracht hoe groot de fysieke en financiële schade is van het alleen maar werken bij kunstlicht. Hoeveel mensen verdwijnen daardoor jaarlijks in de WAO. Hoeveel mensen moeten een beroep doen op de Ziektewet. Vast staat dat de huidige wetgeving niet genoeg bescherming biedt.

    • Dick Wittenberg