Boete voor begunstigen van artsen

Minister Borst (Volksgezondheid) wil de farmaceutische industrie, artsen en apothekers boetes tot maximaal tweehonderdduizend gulden opleggen als zij zich te buiten gaan aan marketingactiviteiten.

Strafbaar wordt zowel de leverancier die cadeaus aanbiedt, gratis medicijnen als `lokkertje' verstrekt, wetenschappelijk overbodig onderzoek laat doen of `feestcongressen' aanbiedt om zo zijn medicijnen te slijten, als de arts of apotheker die om deze gunsten vraagt.

Dit blijkt uit de wijziging van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening die Borst deze week de Tweede Kamer zal voorstellen. Naar schatting gaat nu een kwart van de medicijnkosten van de industrie op aan marketingactiviteiten.

In de wetswijziging stelt de minister de overtreding strafbaar van de regels voor reclame, `gunstbetoon' en `telewinkelboodschap'. Onder dit laatste verstaat Borst het op televisie `rechtstreeks aanbieden van medicijnen aan het publiek van een geneesmiddel'. Zij heeft daar ook de sluikreclame voor medicijnen in televisieprogramma's mee op het oog.

Door de introductie van de `bestuurlijke boete' kan een snelle bestraffing volgen. Deze boete kan de minister opleggen nadat de inspectie voor de gezondheidszorg overtreding van de regels heeft geconstateerd. Overigens laat de regeling de mogelijkheid open om bij ernstige delicten het openbaar ministerie in te schakelen.

De nu voorgestelde wetswijziging scherpt met name de procedures aan om de marketingactiviteiten van de farmaceutische industrie beter te kunnen beheersen. De precieze normen waar industrie, artsen en apothekers zich aan te houden hebben worden vastgelegd in een nieuwe versie van het reclamebesluit voor de geneesmiddelen. Naar verwachting wordt dat nog dit jaar gepubliceerd.

Een deel van de Tweede Kamer wacht met name op dat reclamebesluit. In de afgelopen maanden hebben meerdere fracties scherpe kritiek geuit op het volgens hen lakse optreden van de minister bij overtredingen van de thans al geldende regels. Eerder verwierp een meerderheid het uitgangspunt van de minister om de regulering van de reclame vooral aan de betrokken partijen zelf over te laten.