ABN Amro's zorgen over Azië voorbij

Vooral bij de zakenbank van ABN Amro hebben de crises in Azië en Latijns-Amerika zich afgelopen jaar laten voelen, ook al verdient de bank veruit het meeste geld in Europa en de VS. Voor `99 maakt de bank zich over Azië weinig zorgen meer.

Behalve de winstcijfers over het afgelopen jaar had ABN Amro vanochtend bij de presentatie van de jaarcijfers vooral één boodschap: de gezondheid van de bank is maar voor een heel klein deel afhankelijk van de situatie in de opkomende landen in Azië en Latijns-Amerika. ,,Wanneer ik de krant lees, lijkt het wel of wij het meeste geld daar verdienen, maar 92 procent van al onze activa bevindt zich in de ontwikkelde landen'', benadrukte bestuursvoorzitter J. Kalff. ,,In feite verdienen we ons geld in Europa en in de Verenigde Staten.''

Toch zorgden de financiële brandhaarden in de wereld ervoor dat de winstgroei van de eerste helft (twintig procent) van het afgelopen jaar grotendeels werd opgegeten. Vooral bij de zakenbank van ABN Amro hebben de crises zich laten voelen. De divisie Investment Banking (aandelenemissies, vermogensbeheer, obligatie- en valutahandel) zag de winst met bijna 40 procent teruglopen tot 542 miljoen gulden. De handel in obligaties van landen in Latijns-Amerika en in Azië zorgden voor een strop van 302 miljoen gulden.

ABN Amro heeft geen plannen, zoals concurrent ING, om de risico's te beperken door zo min mogelijk voor eigen rekening te handelen. ,,Alle handelslimieten zijn nog eens bekeken, maar we hebben geen reden gezien om ons beleid te wijzigen'', aldus Kalff. Wel is het mes in de bonussen gezet: in de tweede helft van het jaar daalden de personeelskosten met 23 procent.

De problemen in Azië zijn volgens Kalff grotendeels voorbij. Van de vijf probleemlanden (Indonesië, Filippijnen, Maleisië, Thailand en Zuid-Korea) moet alleen Indonesië als een zorgenkind worden gezien. ,,Over de andere landen maak ik me geen echte zorgen meer. Bedenk dat er ook een hoop plussen zijn voor ons. Zo is het aantal klanten in Indonesië verzesvoudigd.''

Terwijl de Aziatische problemen grotendeels achter de rug zijn (of al via voorzieningen volledig in de cijfers zijn verwerkt), verwacht Kalff dit jaar nog geen oplossing voor de Braziliaanse problemen. Door de overname van Banco Real vorig jaar (15.000 medewerkers) is Brazilië voor ABN Amro de derde thuismarkt (naast VS en Nederland) geworden. ,,Achteraf gezien hadden wij die bank inderdaad beter na de devaluatie van de Braziliaanse munt kunnen kopen. Een scherpe commissaris bij ons heeft dat ook al opgemerkt, dus mijn complimenten voor deze vraag'', aldus Kalff.

Binnen de divisie Buitenland zorgden de activiteiten in Azië weliswaar voor ,,een topwinst'', maar de hoge voorzieningen in die regio veroorzaakten een verlies van 43 miljoen. Dit minpunt en ook de geringe winstdaling (met 5 procent tot 517 miljoen) in Latijns-Amerika werden meer dan goedgemaakt door de activiteiten in Europa en in Noord-Amerika. Het resultaat Buitenland steeg met 27 procent tot 3,47 miljard gulden. Vooral Noord-Amerika, met een winstgroei van 43 procent tot 2,15 miljard, nam de divisie op sleeptouw. De Europese activiteiten (zonder Nederland) boekten een winstgroei van 22 procent tot 747 miljoen.

De divisie Nederland, waar minder dan een derde van de baten worden opgehaald, verdiende met 2,55 miljard gulden 15 procent meer. Mede door een groeiend aantal medewerkers (plus 5 procent tot 25.200 mensen) en door hogere uitgaven aan automatisering (euro en millennium) stegen de bedrijfslasten iets sneller dan de inkomsten. Ook in de rest van ABN Amro stegen de bedrijfskosten (16,8 procent) harder de baten (16,2 procent).

Een meevaller voor de bank is de gezonde kredietportefeuille in Nederland. In het afgelopen jaar daalde de omvang van de vorderingen met een derde tot 222 miljoen gulden. Ondanks de lage rente in Nederland stegen de rentebaten met bijna 10 procent tot 5,8 miljard gulden. De provisies (betalingsverkeer, effectenbedrijf) kwamen 8 procent hoger uit tot 1,85 miljard.

Of Kalff het nu wilde of niet, ook bij de prognose voor de winst in het lopende jaar speelden de opkomende marken een belangrijke rol. De bank wil alleen kwijt dat zij ,,vertrouwen'' heeft in de doelstelling van 12,5 procent winstgroei. ,,Dat we voorzichtig zijn in onze prognose komt vooral door Brazilië. Die crisis kan als een olievlek werken. Toch zijn we niet pessimistisch want ook dit jaar zullen de operationele winsten hoger zijn.''