Zelfs het wijnliftje bleef bewaard

Voor twee miljoen gulden heeft de Stichting Volkskracht Historische Monumenten het Woonhuis Sonneveld in Rotterdam gekocht. Het huis, ontworpen door Brinkman en van der Vlugt, zal in oude staat worden hersteld en in beheer komen van het Nederlands Architectuur- instituut.

Twee miljoen gulden voor een monumentale villa op een steenworp afstand van Museum Boijmans Van Beuningen? Het blijkt inderdaad een koopje én een juweel te zijn. Het Woonhuis Sonneveld uit 1929-1933, dankzij de architecten Brinkman en Van der Vlugt een mooi voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, is grotendeels onaangetast gebleven. Begin 2001 moet het huis, gesitueerd tussen het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) en het Parkhotel in Rotterdam, als Museumwoning publiekelijk toegankelijk zijn, zoals gisteren bij een persbezichtiging bekend is gemaakt.

Het Woonhuis Sonneveld heet naar zijn opdrachtgever, een financieel directeur van Van Nelle die eind jaren twintig nauw betrokken was bij de bouw van de nu legendarische fabriek, eveneens neergezet door Brinkman en Van der Vlugt. Zó betrokken dat hij zijn eikenhouten meubilair en perzische tapijten opdoekte, en met zijn vrouw, twee dochters en bouwmeester Van der Vlugt vele avonden rond de tafel zat om de nieuwe behuizing op het voormalige Land van Hoboken vooral functioneel en comfortabel vorm te geven.

In de NAi-archieven is exact te volgen hoe een pijpenlade, gaande dat familie-denkproces, veranderde in een in elkaar geschoven rechthoek en kubus, én in een zee van licht, lucht en ruimte. De Sonnevelds kregen op de eerste verdieping hun keuken en een ruim 16 meter lange woon-/werkkamer, met aan weerszijden alleen maar ramen. Daarboven lagen de kinderkamers met een afzonderlijke zeegroene badkamer, de ouderlijke slaapkamer met een nog groter, turkoois betegeld badvertrek, inclusief tienkoppige douche, een balkon en een linnenkamer. Bij zakelijke ontvangsten in de tuin konden de kinderen een etage hoger het dakterras op.

Mede dankzij de karige omgang van het koninkrijk België met zijn dienaren in het buitenland – vele jaren was dit de ambtswoning van de Belgische consul – bleven vele fragmenten en details intact. Ingebouwde kasten, kranen, deurknoppen, nachtkastjes, lichtarmaturen, de glazen vensterbanken, de Gispen-kapstok: al deze speciale ontwerpen zijn bewaard gebleven, zoals ook de elektrische Van der Vlugt-klok – in bijna alle kamers –, het pocket-grote, ingebouwde wastafeltje van zink, waar de kinderen beneden hun verfwater konden tappen, en het liftje dat de wijn vanuit de kelder naar boven bracht. Zelfs het chromen waarschuwingslampje voor het huispersoneel, dat in aparte kamertjes met opklapbedden op de begane grond woonde, hangt er in zijn strakke vormgeving bij alsof het elk moment kan gaan knipperen. Dienst- en woonhuis konden overigens afzonderlijk functioneren.

De villa is, gezien de concurrentie, halsoverkop aangekocht door de particuliere Stichting Volkskracht Historische Monumenten. Het NAi krijgt het van deze Rotterdamse instelling in beheer. Voor vijf miljoen gulden wordt vanaf augustus dit jaar de restauratie ter hand genomen. De stalen fundering deugt niet meer, een deel van de ramen wordt in staal teruggebracht, en de keuken is helaas met zijn tijd meegegaan, zodat deze ondanks zijn oorspronkelijke rood-wit geblokte tegelvloer nog genoeg aanpassingen behoeft. Ook de tuin moet eraan geloven. Coniferen ontnemen nu het zicht op de structuur van het huis.

Beide betrokken instellingen streven naar een zo hoog mogelijk authenticiteitsgehalte. Museum Boijmans Van Beuningen kan uit depot heel wat kunstnijverheid leveren – van asbakken tot stalen-buisstoelen. Gelukkig had directeur Sonneveld een kleinzoon die al jong begreep dat hij met zijn opa in een andere huiskamer voetbalde dan bij zijn vriendjes thuis. L.F. Kooy, gisteren aanwezig, bewaarde het vloerkleed, een deel van het Gispen-meubilair en zelfs het Gispen-voetenbankje dat voor zijn moeder, dochter van Sonneveld, speciaal werd ontworpen. Omdat zijn vader jong stierf, was hij hier kind aan huis. ,,Het was modern, maar toch warm'', aldus Kooy. ,,En toen ik hier onlangs na 35 jaar werd weer binnenstapte, bleek het precies zo groot als in mijn herinnering.''

Net als de meeste vertrekken is ook het trappenhuis, de als een schelp zo soepel gestucte ziel van deze villa, zacht zonnebloemgeel geschilderd. Aan de hand van de bestaande binnenhuistekeningen zal het oorspronkelijke geel weer terugkeren, evenals de rode deuren waarvan nu geen spoor te zien is. De firma Metz in Amsterdam zorgde, aldus de archieven, destijds voor de gordijnen en bij de Haagse zaak Allan werd de bank besteld.

Een van de weinige raadsels die overblijven is hoe het NAi de exploitatie, inclusief grondige bewaking, bekostigt. Aangezien het Museumpark en zijn omgeving steeds meer de gestalte krijgen waar de gemeente Rotterdam al jaren naar streeft, zal dat probleem wel worden opgelost. Misschien durft de gemeente zelfs te zwichten voor het onlangs gelanceerde idee om een verbindende, groene as door te trekken: vanaf de Kunsthal, via park en binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen en het tegenover gelegen Chabot Museum naar het nu verworven Woonhuis Sonneveld. En dat andere idee om dan in de restruimte, achter de tuinen van de naburige villa`s, meteen een beeldentuin in te richten, zou een ruimschootse compensatie zijn voor de Boijmans-steppe met de knullige appelboompjes. Iets van de randstedelijke landschappelijkheid waar de familie Sonneveld op uitkeek, zal dan zijn terugveroverd. Hard nodig, want aan de andere kant van het pand bereidt het Parkhotel de bouw van een tweede hoge toren voor, pal achter de Sonneveld-tuin.